metropolis m

Een rookpluim boven gaza

Lena van Tijen keert zich tegen de culturele boycot van Israël. Het regime waar de boycot zich op richt zal zich er niks van aantrekken, terwijl de kritische stem van binnenuit, die juist beter gehoord zou moeten worden, het spreken wordt bemoeilijkt.

Begin maart 2022 schreef ik voor deze website een opiniestuk over het gevaar van culturele boycots. Die tekst was een reactie op een oproep van Oekraïense kunstenaars en culturele instellingen tot een totale culturele ban van Rusland. Deze sancties volgden op de Russische inval in Oekraïne op 24 februari 2022 en gingen gepaard met een petitie, ondertekend door prominente figuren in de sector, onder wie de toenmalige Oekraïense minister van Cultuur, Oleksandr Tkachenko.

In mijn artikel pleitte ik voor nuance in de discussie over de culturele boycot van Rusland. Ik waarschuwde voor het gevaar van een volk aansprakelijk stellen voor de daden van een regiem. Ik stelde voor dat we, in plaats van totale uitsluiting, zouden moeten streven naar onderscheid tussen propagandakunst en kunst die kritisch of onafhankelijk opereert.

Mijn ongemak bij culturele boycots komt deels voort uit persoonlijke achtergrond. Ik ben opgegroeid in de jaren negentig, in Nederland, een voorspoedige en politiek rustige tijd voor de meeste mensen in mijn omgeving. Voor mijn directe familie gold dat niet. Mijn moeder komt uit het voormalige Joegoslavië, en terwijl in Nederland de hoogtijdagen van sociale veiligheid werden bereikt, zag zij haar geboorteland uiteenvallen.

Ook in dat conflict werd een culturele boycot ingezet. Servië, het land dat door de internationale gemeenschap als hoofdagressor werd gezien, werd geweerd van buitenlandse kunst- en muziekfestivals. De internationale druk had zeker een morele waarde: de boodschap dat de oorlogsmisdaden van Milošević niet getolereerd werden, was duidelijk. Maar naast deze symbolische werking waren er ook schadelijke bijeffecten.

Milošević en zijn entourage werden nauwelijks geraakt door de boycot. Wie dat wel werd, was de Servische intelligentsia. Een groep die al gemarginaliseerd was door het eigen regime, werd zo dubbel hard getroffen. Tegelijkertijd versterkte de isolatie de nationalistische retoriek. Het idee van “het Westen tegen de Serviërs” vond steeds meer weerklank en leeft in sommige kringen nog altijd voort.

Nu staan we opnieuw voor een culturele boycot. Culturele instellingen uit Nederland en België hebben zich aangesloten bij een boycot van Israël. De sancties zijn gericht op de Israëlische staat en op instellingen en bedrijven die medeplichtig zijn aan oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen. Niet op individuen of hun afkomst, zo wordt benadrukt.

De ondertekenaars beseffen dat een culturele boycot geen volledige oplossing biedt, maar zien haar wel als een noodzakelijk middel om de internationale druk op Israël te vergroten en de heersende straffeloosheid te doorbreken. Juist door de zorgvuldige formulering van deze oproep, voel ik des te scherper hoe complex mijn ongemak is.

Onlangs was ik met collega’s op uitwisseling in het buitenland. Tijdens het roken vertelde ik dat de organisator van een Vlaams literair festival zich zorgen maakte over Oekraïense auteurs die weigerden op te treden als er ook Russische genodigden waren, ook al betrof het dissidenten. Een van de collega’s met wie ik op het kleine balkon stond, was Oekraïens. Ze keek me aan van onder haar opgetrokken wenkbrauwen: “In Oekraïne zeggen we: er bestaan geen goede Russen.” Ik blies een rookpluim uit, in stil ongenoegen.

Even later klonk het luchtalarm op haar telefoon. Zelfs in een ander land kon ze niet ontsnappen aan de oorlog in haar thuisstad Lviv. Ontzet graaide ze in haar tas, op zoek naar haar toestel. Haar blik stond vermoeid, bijna geërgerd. “Gaat het?” vroeg iemand, waarop ze een hoofdbeweging maakte die zowel ja als nee betekende. “Het spijt me,” zei ik, mij bewust van mijn gemakzuchtige oordeel.

Vanuit het perspectief van mijn Oekraïense collega begrijp ik haar behoefte om Russen volledig uit haar leven en werk te bannen. Vanuit mijn perspectief zie ik juist het gevaar daarvan: isolatie kan bestaande overtuigingen versterken in plaats van weerleggen.

Het is begrijpelijk dat een boycot voelt als een krachtig signaal: een manier om positie te kiezen en solidariteit te tonen. Maar de vraag blijft: wat verandert er werkelijk? Voor de boycotter levert het vaak niet meer op dan een gevoel van morele zuiverheid. Voor de geboycotte kan het isolatie betekenen, en de bevestiging dat hun eigen gelijk niet bevraagd hoeft te worden. En dat risico baart mij zorgen.

Wanneer we een culturele boycot instellen, moeten we ons bewust zijn van ons eigen privilege. Wij kunnen ervoor kiezen Israël de rug toe te keren; de Gazanen hebben die mogelijkheid niet. Zij kunnen hun agressor niet publiekelijk ter verantwoording roepen. Wij wel. Het is hoog tijd die verantwoordelijkheid te nemen.

Een mogelijke vervolgstap op het uitsluiten van een agressor van het wereldtoneel, is juist hém het podium opsleuren: naar voren, het volle licht in. Een boycot kan druk zetten, maar zonder discussie, zonder confrontatie, blijft zij hol. Ongemak is niet genoeg. Alleen door te spreken, te confronteren en aan te spreken, kan macht werkelijk gaan wankelen.

Lena van Tijen

is schrijver

Gerelateerd

Recente artikelen