metropolis m

Sin Wai Kin, Asleep, 2024. Frans Hals Museum Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij.

In het Frans Hals museum is de eerste Nederlandse solotentoonstelling van Canadese kunstenaar Sin Wai Kin te zien. Hun werk, waarin binaire narratieven aan de kaak gesteld worden, is als onderdeel van de nieuwe collectiepresentatie van het Frans Hals Museum te bezoeken. Mattea Duursma bezoekt de tentoonstelling en spreekt met de kunstenaar en conservator hedendaagse kunst Manique Hendricks.

Tussen de traditionele schilderijen uit de collectie, hangen videowerken waar Sin Wai Kin zelf zo stil mogelijk poseert als een personage. Die personages zijn geïnspireerd op drag en sciencefiction. Een terugkerend karakter in Sins werk is V Sin. Het hyper-feminiene alter ego met blonde pruik, drag make-up en grote borsten is een parodie op de verbeelding van een verleidelijke vrouw. Het personage ontstond in de drag-scene, en werd later vertaald naar hun kunstenaarspraktijk.

Sin is geïnteresseerd in wie het verhaal en de geschiedenis bepaalt. Die centrale vraag maakt de samenwerking met het Frans Hals Museum passend. Sins onderzoek naar verhaalvertelling bekritiseert de centrale rol van heteronormatieve narratieven in de kunstgeschiedenis, zoals ook in de collectie van het Frans Hals Museum.

Hoewel Sins werk bestaat uit veelal kleurige videowerken, is er veel gelijkenis te vinden tussen hun werk en de topstukken van het Frans Hals Museum. In de zaal met imposante historiestukken is Sins werk Reality War (2024) geplaatst naast De kindermoord te Bethlehem (1591) van Cornelis Cornelisz van Haarlem. Beide werken verbeelden personen met een geheven wapen, klaar om toe te slaan. Verderop hangt een naaktportret van Sin als V Sin naast naaktportretten van Hendrick Goltzius.

De duidelijke referenties naar de andere werken in de ruimtes worden bijgestaan door verwijzingen naar bekende kunsthistorische werken. Zo poseert Sin in The Storyteller (2023) als de Mona Lisa en verwijst The Construct (2023) naar Man Ray’s Noire et Blanche (1926). Met The Storyteller, waar Sin de gedaante van een futuristische nieuwslezer aanneemt, onderzoekt hen de kracht van verhalen. Sin is geïnteresseerd in de rol van ambiguïteit in verhalen: Hoe de realiteit die we onszelf vertellen en geloven wordt gevormd. Met de referentie naar de Mona Lisa probeert Sin die ambiguïteit ook op de kunsthistorische canon te betrekken. Wie bepaalt welke werken tot de kunstgeschiedenis behoren?

Sin Wai Kin, The Storyteller, 2023. Frans Hals Museum Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij.
Sin Wai Kin, The Construct, 2023. Frans Hals Museum Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij.

In de zaal met maniëristen hangt Reality War (2025) van Sin Wai Kin, geïnspireerd op Picasso’s Guernica. De personages van Sin zijn duidelijk anders dan die op de schilderijen uit de collectie. Ze dragen een knalrode pruik, hebben een dikke laag make-up, een blauwe huid en platinablond haar. Toch komen de twee werelden samen door de visuele parallellen. Sin licht toe: ‘Ik hoop dat dit een ‘entry-point’ kan zijn voor alternatieve narratieven voor de bezoekers.’ Die kunnen zo kennismaken met de wereld van non-binair denken en queer mythologie te midden van oude vertrouwde schilderkunst. Ze worden niet overrompeld door een wereld die voor veel vreemd zal zijn, maar worden er door de vergelijkingen rustig op geattendeerd.

Hendrick Goltzius, Minerva, 1611 (links). Sin Wai Kin, Act I Part I, Tell Me Everything You Saw, And What You Think It Means, 2018. Frans Hals Museum Haarlem. Foto: Gert Jan van Rooij.

In de ruimte over lichamen wordt naast drie traditionele naaktportretten van Hendrick Goltzius, Sin’s werk Act I Part I, Tell Me Everything You Saw, And What You Think It Means (2018) getoond. De video toont opnieuw V Sin, het hyper-feminiene drag alter ego van Sin, liggend op bont en satijnen gordijnen. ‘Het is een overdrijving van vrouwelijke representatie door de witte mannelijke blik,’ legt Sin uit. Met de blonde pruik, hoge hakken en glinsterend lingerie over siliconen borsten vormt V Sin een verleidelijk beeld van een reclining nude. Op de naast het scherm hangende koptelefoon begeleidt Sin de kijkervaring van de bezoeker. ‘Look at her, look at the way she’s laying there’, ‘Look at the way her shoulder protrudes slightly, so that her clavicles are more visible’, ‘Look at her, she looks so…’ Als ik een kwartslag draai naar een naaktportret van Minerva (1611) van Goltzius is de tekst even toepasselijk. ‘Look at her, look at her mouth,’ gebiedt Sin mij via de koptelefoon.

In de laatste ruimte zijn twee nieuwe werken van Sin te zien, hier niet in gezelschap van de museumcollectie. In zowel The Lens (2026) als Still Life (2026) stapt Sin af van hun gebruikelijke werkwijze door zelf niet in beeld te zijn. In plaats daarvan kijken we naar de ouders van Sin, hun Chinese vader en Britse moeder, aan een keukentafel in korte gesprekken terwijl ze Kantonese gerechten eten. Sin: ‘De gesprekken lijken over alledaagse dingen te gaan, maar verwijzen alle vier naar grotere onderliggende thema’s.’ Een gesprek over het mengen van kleuren in de was, gaat eigenlijk over Sins ouders als intercultureel stel. Hoewel Sin fysiek zelf niet in dit werk is te zien, is het hun meest persoonlijke werk tot nu toe. Sin: ‘Het is voor mij zinvol om even niet voor de camera te staan. Ik denk dat mensen die opgegroeid zijn in de rol van vrouw of minderheid, degenen die zich met ‘identiteit’ bezighouden, gewend zijn de aandacht te blijven richten op hun eigen lichamen. Met deze volgende stap wil ik de spiegel omdraaien om te zien waar mijn wereld- en personagevorming naartoe kunnen gaan.’

Conservator Manique Hendricks hoopt dat de bezoeker door de combinatie met Sins werk meer vragen gaat stellen bij historische schilderijen. Waarom zijn dit eigenlijk topstukken? En wie heeft dat bepaald? Toch doet dat niet af aan de collectiewerken, maar voegt het juist een extra laag toe. De combinatie moedigt aan om met een kritischere houding naar de schilderijen te kijken, maar niet met minder bewondering. De tentoonstelling blijkt een eerbetoon met een vraagteken.

Sin Wai Kins Still Life is tot 30 augustus te zien in het Frans Hals Museum

Mattea Duursma

volgt een Master aan de Universiteit Utrecht

Recente artikelen