metropolis m

Julius Thissen, Bones of Graphene, Skin of Kevlar, MU Hybrid Art House. Foto: Hanneke Wetzer

In Bones of Graphene, Skin of Kevlar bij MU Hybrid Art House keert Julius Thissen het ‘monsterlijke’ frame rond transgender personen om. In een wereld waar extreemrechts de waarheid naar zich toe trekt, toont Thissen hoe alternatieve verdedigingsmechanismes mogelijk zijn. Karmen Samson dompelt zich onder in Thissens toekomstgerichte werkelijkheid.

Een donkere tunnel leidt mij vanuit de lichte ontvangstruimte naar een grote, duistere zaal. Kleine spots zijn gericht op grote zwevende doeken met fotografische zwart-witbeelden. Geen statige kaders, maar slierten van metalen kettingen en korte strengen haar omlijsten de foto’s.

In deze donkere ruimte maak ik kennis met The Few: door Thissen gecreëerde futuristische transwezens die mij meenemen in een menselijke transformatie, via hybride vormen, tot het dierlijke. Achter de figuren schemert een intrigerend landschap: zilverglanzend en grillig. Hier verschijnt voor het eerst kleur – een uitzondering binnen het verder zwart-witte geheel. Een zachte, paarse zweem kleurt de lucht boven het landschap en draagt een ogenschijnlijk onheil in zich. Door de ruimte klinkt een lage, dreunende toon die zowel dreigend als geruststellend aanvoelt. Het heeft iets oncontroleerbaars, iets mythisch. Na verloop van tijd voegt zich daar een stem bij, die het verhaal van The Few voordraagt.

De tentoonstelling bevat werken die Thissen de afgelopen drie jaar maakte als reactie op de hernieuwde opkomst van fascisme en extreemrechts, en hun vijandigheid tegenover alles wat afwijkt van de heteronormatieve norm. Transgender personen en rechten vormen hierin een van hun voornaamste doelwitten. Deze anti-trans retoriek ondermijnt de voorzichtige vooruitgang in zichtbaarheid en juridische erkenning die sinds circa 2015 waarneembaar was.

In een krampachtige poging worden trans lichamen en identiteiten neergezet als monsterlijk en tegennatuurlijk. Juist deze retoriek vormt voor Thissen het uitgangspunt van dit nieuwe werk, dat onder zijn overkoepelende project Watch It Collapse valt. Thissen biedt geen harde en vijandige tegenaanval, maar eigent zich deze denkbeelden en de onderliggende evolutionaire logica toe.

De transwezens van Thissen zijn hier het resultaat van: tweehonderd jaar in de toekomst hebben zij zich op evolutionaire wijze aangepast aan een leefomgeving die wordt gekenmerkt door geweld en haat. Gedurende dit transformatieproces hebben zij zich steeds nieuwe beschermingselementen eigen gemaakt. In de tentoonstelling is te zien hoe deze evolutionaire transformatie via verschillende stadia ontwikkelt.

Links in de zaal bevinden zich de wezens die tot de eerste groep, de Anthros, behoren. Het zijn gespierde figuren die qua anatomie het dichtst bij de mens staan. Hun lichamen zijn volledig bedekt met bivakmutsen, gepantserde kleding, dikke leren pakken en jassen met hoog opgestoken kragen, evenals lange lashandschoenen. Hun houdingen zijn gesloten en afstandelijk. Veelal zijn ze in tweetallen gepositioneerd, zoals in het werk Vigilant Furrows Keep The Score (2024) , waarbij de twee hun armen om elkaar heen hebben geslagen als een vorm van pantsering. Een individuele identiteit is nauwelijks te onderscheiden. Thissen vertelt: ‘Ze zijn afgeschermd en hermetisch. Naarmate de evolutie vordert, worden ze steeds opener en kwetsbaarder.’

Thissen biedt geen harde en vijandige tegenaanval, maar eigent zich deze denkbeelden en de onderliggende evolutionaire logica toe.

Julius Thissen, Bones of Graphene, Skin of Kevlar, MU Hybrid Art House. Foto: Hanneke Wetzer

Terwijl we verder door de ruimte bewegen richting het midden van de zaal, lijken de figuren dierlijker te worden: de zogenoemde Hybrids. Net als de Anthros zijn ook deze wezens grotendeels bedekt en gehuld in dierlijke materialen zoals leer en veren. Maar de Hybrids vertonen ook uitgesproken fysieke transformaties: rechtopstaande oren, vergroeide, puntige voeten en benige uitgroeisels, zoals staarten en horens. Dit komt vooral in de werken Whispering Brood (2025) en A Throat Made of Many (2026) sterk naar voren. Hun houding is opener en losser. Hier sluipt iets speels in de tentoonstelling, iets waarvoor het curatorschap van Angelique Spaninks te prijzen valt.

De soundscape, gecomponeerd door Beau Zwart, met de stem van James Parnell, deelt het ontstaan van deze Few. ‘There once was a room, inhabited by only a few, far away from all hostile life,’ zo vangt het verhaal aan. De stem vertelt hoe de trans wezens binnen deze ruimte strategieën ontwikkelen om veilig te blijven. Aanvankelijk op een tedere manier, maar naarmate het gevaar toeneemt beginnen The Few meer offensieve dan defensieve  strategieën te ontwikkelen.

Dit wordt het meest zichtbaar in de rechterruimte van de zaal, waar de laatste groep zich bevindt: de zogenoemde Beasts. De gestiek van sommige figuren is intimiderend en defensief: ‘Het is een beetje de bullebak,’ licht Thissen toe terwijl hij het werk The Velvet Hound (2025) aanwijst. Dit geldt echter niet voor alle wezens. Zo kan The Feral (2025), met diens prominente hondensnuit, scherpe nagels, bulkende prothetische spieren en strak ingesnoerd korset, op het eerste gezicht gewelddadig of dreigend overkomen. Maar wie bereid is langer te kijken, ziet iets anders. Het gelaat vertoont tekenen van vermoeidheid, de ogen zijn zacht neergeslagen, en de handen rusten in een niet-agressieve houding. Het betreft hier geen zwakte, maar kwetsbaarheid.

Julius Thissen, The Velvet Hound #1 (2025)
Julius Thissen, A Throat Made of Many #10 (2026)

Deze spanning is in alle beelden aanwezig: ogenschijnlijk hard, gevaarlijk en soms zelfs bruut, maar bij nadere beschouwing verschijnen de zachtere contouren. We kijken hier niet naar monsters, maar naar wezens die, gedwongen door externe factoren en machtsstructuren, hebben moeten muteren om te kunnen overleven.

De beelden draaien daarmee om veerkracht, een centraal thema in Thissens werk en tevens een verwijzing naar de titel Bones of Graphene, Skin of Kevlar. ‘Grafeen is een natuurlijk materiaal, haast onbreekbaar, en verwijst naar onze botten en het idee dat wij als trans mensen altijd zullen blijven bestaan vanuit een harde, onverwoestbare kern. Kevlar daarentegen is een synthetisch materiaal en verwijst naar transitie, naar medische en technologische mogelijkheden. Het fungeert hier als een beschermend membraan, een schild tegen de vaak nieuwsgierige, soms indringende blik van de toeschouwer.’ Veerkracht schuilt voor Thissen in het weigeren je neer te leggen bij het narratief dat je wordt opgelegd, en in het vermogen dit te herschrijven.

Thissen legt uit hoe trans personen ‘historisch gezien altijd te maken hebben met een cyclus waarin informatie over trans personen systematisch wordt uitgewist.’ Tegelijkertijd benadrukt hij de kracht van de trans gemeenschap, die zich telkens opnieuw weet te herpakken, zich niet laat onderdrukken en in staat is een voorouderlijke kracht aan te spreken om te bouwen aan een veilige toekomst.

De strategie van toe-eigening werkt ontwapenend. Het sterkste middel van fascistische retoriek is immers het rondbazuinen van populistische en selectieve onwaarheden, waarmee grote groepen mensen worden gemobiliseerd. Zoals Thissen treffend stelt: ‘De waarheid is in dergelijke contexten geen instrument waarmee je jezelf kunt beschermen.’ Vanuit de toekomst laat hij een krachtige tegenstem horen, waarin zijn eigen perspectief als transmasculien persoon volledig en autonoom tot uiting komt.

‘De waarheid is in dergelijke contexten geen instrument waarmee je jezelf kunt beschermen.'

Julius Thissen, Bones of Graphene, Skin of Kevlar, MU Hybrid Art House. Foto: Hanneke Wetzer
Julius Thissen, Bones of Graphene, Skin of Kevlar, MU Hybrid Art House. Foto: Hanneke Wetzer

Thissen vond het belangrijk om in veel van zijn beelden zelf model te staan. ‘Het narratief dat de traditionele media over trans personen schetst, is veelal second hand geweest, waarbij een niet-trans persoon een gemedicaliseerde blik op het trans lichaam biedt. Dit is iets wat van de jaren 70 tot nu nauwelijks veranderd is.’ In zijn werk doorbreekt en bevraagt hij deze beeldvorming vanuit zowel zijn eigen persoonlijke ervaringen, gedeelde kennis uit de gemeenschap en historisch onderzoek.

De stem van de verteller gaat door en zo wordt duidelijk dat het verhaal van The Few bitterzoet eindigt ‘There was once a room, that could no longer be contained.’ Naarmate de trans wezens meer instrumenten ontwikkelden, waaronder gesmede schilden en wapens, veranderde de aanvankelijk veilige, zachte ruimte langzaam maar zeker in een kille fabriek. De afvalstoffen van deze fabrieksmatige productieprocessen vergiftigden de wezens van binnenuit, waardoor zij zelf langzaam veranderden in een soort machine, met kwik dat door hun aderen stroomt. Uiteindelijk is het dit kwik dat zowel de ruimte als de wezens vernietigt en hen laat samensmelten tot een vloeiende massa, die uiteindelijk resulteert in een nieuw landschap.

De paarse zweem die boven het landschap hangt is niet een teken van onheil, maar eerder het ochtendgloren van een nieuw tijdperk: een waarin een futuristische langverwachte veilige leefwereld voor trans personen werkelijkheid wordt.

Bones of Graphene, Skin of Kevlar is tot 28 juni te zien bij MU Hybrid Art House

Karmen Samson

is modebeoefenaar en onderzoeker met interesses in materiële cultuur en museologie

Recente artikelen