metropolis m

Selectie door Anna Büscher en Sanne Vaassen, foto Gert Jan van Rooij

Niet de kunstenaars maar de curatoren springen eruit op de Limburg Biënnale: Karina Beumer, Eugenie Boon, Katrein Breukers, Anne Büscher, Bonno van Doorn, Pablo Hannon, Jan Hoek, Paul Kooiker, Maartje Korstanje, Marijn van Kreij, Anouk Kruithof, Birthe Leemeijer, Fleur Pierets, Jan Rothuizen, Sanne Vaassen, Wessel Verrijt, Marenne Welten en Han van Wetering. Zij selecteerden 500 kunstwerken van 350 kunstenaars (inclusief een eigen werk) die nu te zien zijn in Marres en Odapark

In de prehistorie van de aan zijn inclusiviteit sleutelende kunstwereld was het nog even wennen aan de amateur-kunstenaar die ineens welkom werd geheten tot domeinen die voordien voorbehouden waren aan de kunstenaars die ervoor hadden doorgeleerd.

De professionals, oftewel beroepskunstenaars, die bereid waren geweest het hele initiatieritueel van de kunstwereld te doorlopen (inclusief het jarenlang verdragen van neerbuigend commentaar van overjarige kunstacademiedocenten, geslijm bij curatoren op openingen en het schrijven van tientallen subsidie-aanvragen), zagen zich ineens links ingehaald worden door goedwillende liefhebbers die zonder daar veel moeite voor te hebben gedaan werden toegelaten tot de grootste musea van dit land. In de zogeheten Zomerexpo, naar model van de nog altijd populaire Summer Exhibition in de Londense Royal Academy, werden na enkele landelijke sollicatierondes honderden werken geselecteerd voor de expositie in het Kunstmuseum Den Haag en later onder meer Museum De Fundatie.

Het leverde destijds, ik praat over een jaar of vijftien geleden, nog de nodige discussie op over wat deze omarming van de amateur nu eigenlijk precies te betekenen had in een wereld die kampt met verregaande specialisatie, professionalisering en vercommercialisering. Was de liefdesverklaring aan de liefhebber oprecht, een uiting van het verlangen naar onbevangenheid en onschuld, naar puurheid en authenticiteit? Was het een kritiek op de te ver doorgeschoten jacht op geld in de kunstwereld? Of was het slechts een truc om de bezoekerscijfers wat op te schroeven?

Van de tentoonstelling herinner ik me vooral de veelheid aan kunst. Een amateur komt nooit alleen, zij komen altijd met velen, als een vloedgolf, een tsunami van kunst. Alsof hun belangrijkste boodschap is dat zij niet bestaan als enkelvoud maar alleen als meervoud. Er is niet één amateur, er zijn er velen.

De overvolle tentoonstellingen gaven mij ook altijd het gevoel dat de organisatie de amateurs die zich ineens terugvonden op zaal in een museum duidelijk wilden maken dat ze zich vooral niet te veel in hun hoofd moesten halen over de kwaliteit van hun werk. Bij alle aandacht en eer die hen ten deel viel, moesten ze vooral beseffen dat het ook weer niet zó bijzonder is wat ze doen, niets unieks, niks uitzonderlijks, eerder een gemeenplaats. Amateurkunst werd er gepresenteerd als een massaproduct.

Bij alle aandacht die hen ten deel viel, moesten de amateurs vooral beseffen dat het ook weer niet zó bijzonder is wat ze doen, niets unieks, niks uitzonderlijks, eerder een gemeenplaats

Het gebeurt ook nu weer in de Limburg Biënnale, die een opvallende gelijkenis vertoont met de inmiddels opgeheven Zomerexpo van vijftien jaar geleden. Op een Open Call volgden 1400 reacties, rijp en groen, van zowel professionals als amateurs, die bij elkaar 3000 werken inzonden. Daarop volgde een anonieme selectie, waar uiteindelijk ruim 300 inzenders met 500 werken zijn overgebleven. Net als destijds in het museum worden de muren van in dit geval Marres en Odapark in Venray ermee volgehangen, van plint tot plafond.

Het verschil met destijds zit vooral in de manier van selecteren en presenteren. Waar de jury van de Zomerexpo destijds ook zelf vrij anoniem opereerde en bestond uit regionale teams bestaande uit professionals (beschouwers en kunstenaars), bestaat de jury in de Limburg Biënnale uit achttien gevestigde professionele kunstenaars*. Zij bepaalden de selectie en komen daar in de gids ook rond voor uit in korte pitches. Elk jurylid kreeg een ruimte toegewezen in Marres en Odapark in Venray, waar ze de door hen geselecteerde werken combineerden met één of meer eigen werken.

Bij mijn bezoek aan Marres (ik heb helaas Odapark niet bezocht) valt me op hoezeer de juryleden er eer in hebben gelegd iets van hun ruimtes te maken, ze een eigen sfeer en identiteit te geven die, niet onverwacht, dicht op hun eigen praktijk staat. Jan Rothuizen selecteerde vooral tekeningen en klein werk; Wessel Verrijt zoekt de ruimte op net als bij zijn eigen tribaal ogende beelden; Marijn van Kreij koos de hem passende ’meta’-kunst (kunst die op de een of ander manier haar eigen kunstzijn weerspiegelt); Paul Kooiker verzorgt een portrettengalerie in het trappenhuis en Eugenie Boon zocht bij haar selectie duidelijk naar culturele diversiteit.

Elke ruimte heeft een eigen sfeer, een eigen kleur, met kunst die zich vaak op een mooie manier tot die van de curator zelf verhoudt. De meest opvallende ruimtes zijn boven, op de eerste verdieping, waar Anne Büscher en Sanne Vaassen in een compleet zachtblauwe kamer een ‘landschappelijke’ presentatie verzorgen die zich vooral op de grond voltrekt, op een speciaal bedrukt tapijt. Even verderop bedacht Bonno van Doorn een reflecterende nachtpresentatie die oogt als een installatie van eigen werk.

Nummers

Waar doorgaans in Marres slechts enkele kunstwerken om aandacht vragen, doet de kunst hier moeite om geruisloos op te gaan in de massa. In de tentoonstelling zijn de kunstwerken letterlijk nummers geworden, die (als een veilinglot) weliswaar verwijzen naar namen, die je in het gidsje op kunt zoeken, maar er zijn nauwelijks bezoekers die dat ook doen. Je bekijkt het werk zoals het jurylid dat zelf ook deed, anoniem, zonder aanziens des persoons. Iedereen stiefelt langs werk dat er genoegen in schept een van vele te zijn.

Dat genivelleerde kijken, zonder voorkennis en zonder vooringenomenheid, werkt bevrijdend, maar levert tegelijkertijd nieuwe beperkingen op. De kunst gaat hier zonder uitleg, wat bij veel werken geen groot probleem is, maar bij sommige wel. Het werkt ook oppervlakkigheid in de hand, je scheert met je blik over de werken als in een kunstbeurs. Alsof je het spektakel vooral niet te serieus moet nemen.

Niet de kunstenaars, maar de curatoren springen eruit in Marres. Zij krijgen alle credits; hun werk wordt uitgebreid belicht in de gids, waar ze elk twee pagina’s hebben gekregen.

Waarmee deze tentoonstelling niet de kunstenaars maar vooral de curatoren laat schitteren. Zij is, meer dan een verhandeling over de verhouding van amateur en professional, een uiteenzetting over het tentoonstellen zelf, die laat zien hoe belangrijk curatoren zijn bij de presentatie van kunst. Zij zijn het die de selectie doen, de inrichting bepalen en op allerlei manieren de blik van de toeschouwer sturen. In dit geval met succes.

Bij elkaar levert het een leuke zomertentoonstelling op, waar je met wat geluk zomaar een mooie aanwinst kunt scoren, want de werken zijn net als in the Summer Exhibition in Londen ook te koop.

Uit de selectie Katrein Breukers: Sjoerd Tim

* juryleden zijn: Karina Beumer, Eugenie Boon, Katrein Breukers, Anne Büscher, Bonno van Doorn, Pablo Hannon, Jan Hoek, Paul Kooiker, Maartje Korstanje, Marijn van Kreij, Anouk Kruithof, Birthe Leemeijer, Fleur Pierets, Jan Rothuizen, Sanne Vaassen, Wessel Verrijt, Marenne Welten en Han van Wetering

Limburg Biënnale, Marres en Odapark, 28.6 t/m 25.8.2024

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen