
De natuur spreidt haar vleugels – Giorgio Andreotta Calò en Minne Kersten in Wijlre
Wat rest er als natuur en tijd de overhand nemen? Bij Buitenplaats Kasteel Wijlre verkennen Giorgio Andreotta Calò en Minne Kersten de relatie tussen mens, natuur, tijd en ruimte. Isabel Ferreira de Sousa ging langs bij de twee solotentoonstellingen
In 1979 blies architect Christian Norberg-Schulz in zijn boek Genius Loci: Towards a Phenomenology of Architecture de Latijnse term genius loci een nieuw leven in om de unieke identiteit, sfeer en kenmerken van een plek te beschrijven. Oorspronkelijk, in het Oude Rome, had deze term een religieuze betekenis: elke plek had een beschermende genius (geest), zoals bijvoorbeeld nimfen, die over de natuur waakten. In de tentoonstellingsgids, schrijft Xander Karskens, directeur van Wijlre, dat zowel Giorgio Andreotta Calò als Minne Kersten de genius loci van Buitenplaats Kasteel Wijlre in hun werken aanwakkeren ‘als ontastbare, mysterieuze drager van betekenis.’ Deze belofte wakkert mijn nieuwsgierigheid naar de tentoonstellingen aan.
Lente staat symbool voor vernieuwing, maar de installatie Catasterism van de Italiaanse kunstenaar Giorgio Andreotta Calò (1979) in het Hedge Huis lijkt het tegenovergestelde op te roepen. Leegte overheerst in de ruimte. Hier en daar zijn houten sculpturen verticaal in de ruimte geplaatst. Aangetast door de tijd en natuurlijke elementen zoals water, wind, zon en regen zijn deze stukken vervolgens verder door de kunstenaar bewerkt.
De betonnen muren zijn leeg, maar als ik omhoogkijk, ontdek ik, verscholen in een hoek, iets dat op een grote schelp lijkt. Naarmate ik door de ruimte dwaal, verschijnen er meer schelpachtige wezens die me nieuwsgierig maken maar er ook voor zorgen dat ik licht op mijn hoede ben. Later lees in het boekje dat deze werken Pinna Nobilis heten, verwijzend naar een grote mossel die in de Middellandse Zee leeft die Calò van brons namaakte. Alsof ze net zoals de nimfen uit de Griekse en Romeinse mythologie over deze plek waken.
In de tentoonstellingstekst schrijft Karskens hoe het gebouw in 2021 geraakt werd door een overstroming. Calò liet zich daar nu door inspireren. Zijn Venetiaanse oorsprong maakt dat water een belangrijk element in zijn werk is. In het Hedge House bedekte hij de ramen met groenachtige folie die het zonlicht filtert waardoor de ruimte een verstilde sfeer krijgt. Het folie is gemaakt op basis van onderwaterfoto’s die Calò in de slotgracht van Wijlre heeft gemaakt. Verderop ligt een installatie van metaal en houten palen. De metalen constructies werden gebruik voor grondboringen in de Venetiaanse lagune, uitgevoerd op verzoek van de kunstenaar. Deze boringen reikten tot de Carantolaag: een compacte leemachtige kleilaag, waar de funderingspalen van de stad op rusten. Samen met het raamfolie verwijzen de palen naar een soortgelijke latente kwetsbaarheid van Wijlre.
In het Koetshuis van het kasteel installeerde Minne Kersten onder de titel Changing Rooms enkele metalen sculpturen. Net al Calò, raakte ook Kersten geïnspireerd door de directe omgeving van Wijlre, met in het bijzonder de architectuur en geschiedenis van het kasteel, voormalig woonhuis van Jo en Marlies Eyck. Kleine schilderijen aan de achterwand, in lichte blauw- en geeltinten, verbeelden stoelen en vlinders als stille sporen van vroeger aanwezigheid van leven in het kasteel.
Kersten maakte een serie van drie wenteltrappen en plaatste ze op de grond in de twee kleine ruimtes. Het is fascinerend hoe de kunstenaar speelt met de functie en symboliek van de trap. Een trap verbindt ruimtes, maar hier leiden ze nergens naar een bovenverdieping. In de spirituele context worden trappen vaak gezien als overbrugging tussen de aarde en een hogere dimensie, maar ook hier lijkt Kersten niet op in te gaan. Dit geeft de serie een liminaal karakter: zwevend tussen bestaan en leegte, tussen ergens en niets.
In de donkere bovenruimte van het koetshuis bevindt zich Kerstens filminstallatie Where I’m Calling From (2025). De beelden zijn intrigerend en hebben een bijna hypnotiserend effect. Minutenlang kijk ik naar een groep motten die een zolderkamer lijkt te hebben overgenomen. Hun zoemende geluid in een continuüm duidelijk hoorbaar. Overal zijn mensensporen aanwezig, maar er is geen enkel mens te zien.
Geïnspireerd door spirit photography uit de negentiende eeuw, gebruikte ze een klassieke 16 mm-camera en een speciale flits-techniek om de geest van een plek in beeld te brengen. In een omgeving die volledig door mensen is gemaakt, koos de kunstenaar een klein insect als hoofdpersonage. Terwijl ik naar de film kijk, vraag ik me af welke rol zij hier spelen: zijn ze gevangen in de ruimte met de geest, of eigenen ze zich die juist toe om de ruimte te bewaken? Later lees ik dat de kunstenaar de insecten als een soort gastheer ziet. Ongeacht het antwoord vlieg ik als toeschouwer met hen mee.
Voor het weggaan loop ik de orangerie binnen waar een groot scherm voor een gazen kooi vol mottenpoppen mijn aandacht trekt. De film Icarus (2020-21) van Calò is geïnspireerd op de Griekse mythe en benadrukt de gelijkenissen tussen mens en dier, vooral de valkuil die ontstaat wanneer we onze beperkingen niet onder ogen willen komen.
De film werd gemaakt in de vlindertuin van de voormalige dierentuin van Emmen en volgt vader en zoon: Daedalus, een entomoloog, en Icarus, die koste wat het kost wil vliegen. In tegenstelling tot het mythische verhaal zijn Icarus’ vleugels niet gemaakt van was en veren, maar bestaan ze uit talloze vlinders die hij aan zijn lichaam bevestigde. Naast het creëren van de vleugel voor Icarus, herstelt de vader ook gebroken vlindervleugels, zodat zij opnieuw kunnen vliegen. Lichtbronnen blijven echter het gevaar. Zoals Icarus zijn vleugels verloor door de hitte van de zon, zo moeten ook de insecten zich hoeden voor kunstmatig licht, dat hen in een eindeloze spiraal meesleept, tot ze uitgeput neervallen.
Naast de verhaallijn laat de film in betoverende, bijna tastbare beelden de metamorfose van vlinders zien, en hoe hun kracht en schoonheid gepaard gaat met kwetsbaarheid. Terwijl sommige beelden poëtisch zijn, word ik ongemakkelijk als ik de acteur zie die Icarus speelt; liggend op de grond onder een gloeilamp vol met vlinders op zijn lijf en gezicht. Het voelt onnatuurlijk. Is dit het gevoel die Calò bij de kijker wil oproepen? Ons stil te laten staan bij onze relatie met de natuur en de impact van onze handelingen?
Tijd is onvermijdelijk voor de natuur, gebouwen en de mens: alles verandert en vergaat. De genius loci van deze plek is verweven in de omgeving, de sporen en geschiedenis die mens en natuur achter hebben gelaten. Deze tentoonstellingen gaan een dialoog aan met de architectuur en spelen ook op elkaar in.
Calò laat zien hoe het verstrijken van tijd gepaard gaat met transformatie, en benadrukt de kracht van water en natuur ten opzichte van de mens. Kersten legt de focus op het interieur van het kasteel en verkent de grens tussen aanwezigheid en afwezigheid. Beide tentoonstellingen vragen aandacht, sensitiviteit en een contemplatieve houding van de bezoeker. Wanneer ik Wijlre verlaat, denk ik aan het verleden van deze plek; de mensen, dieren en verhalen. Maar ook aan de motten en vlinders in de orangerie die nog uit de pop moeten komen en dat wat in het verschiet ligt, want de lente is er.
Changing Rooms van Minne Kersten en Catasterism van Giorgio Andreotta Calò zijn tot 23 augustus te zien bij Buitenplaats Kasteel Wijlre
Isabel Ferreira de Sousa
is schrijver en doceert aan Maastricht Institute of the Arts







