metropolis m

Dries Depoorter – Back End

MU, Eindhoven

20.07.2018 t/m 23.09.2018

 

In haar essaybundel A Life Lived Remotely (2018) vertelt Siobhan McKeown de mythe van Gyges, een personage uit Plato’s De Staat. Gyges vindt een ring die hem onzichtbaar maakt, waarna hij een koningin verleidt, haar man vermoordt en zelf de koning wordt. McKeown vat de boodschap zo samen: ‘Wanneer menselijke wezens onzichtbaar en anoniem kunnen worden, uit het zicht van anderen, [zullen ze] zich op de vreselijkste manieren misdragen.’ De grondgedachte van surveillance is dat wie weet dat hij bekeken wordt, zich zal gedragen. De mythe van Gyges is daar de andere kant van: wie onzichtbaar is, zal zijn macht misbruiken.

Die mythe blijft spoken tijdens de tentoonstelling Back End van de Gentse kunstenaar Dries Depoorter. Hij verandert bij MU de tentoonstellingsruimte in een weerspiegeling van de hedendaagse informatiemaatschappij. Schermen en projecties tonen Facebookprofielfoto’s van bezoekers, real-timebeelden van het verkeer in steden en personen die geregistreerd worden door camera’s. Al die beelden trekken voorbij en wisselen elkaar soms binnen een paar seconden af. Je maakt er geen deel van uit, noch kun je ingrijpen. Je bent slechts toeschouwer. Het voelt als een middagje YouTube kijken of als een bewaker zijn die een verzameling monitoren in de gaten moet houden.

Dat bewakersgevoel komt sterk naar voren in Seattle Crime Cams (2015), dat gebruikmaakt van de beelden van toezichtscamera’s in Seattle. Depoorter programmeerde een computerscript dat telefoongesprekken met de alarmlijn oppikt, waarna een scherm de beelden toont van de camera die zich het dichtst bij de beller bevindt. Als de afstand klein genoeg is, zou je iets schokkends kunnen zien: een schietpartij of een auto-ongeluk. Op een vreemde manier draagt het werk een belofte in zich: het uitzicht op criminaliteit en gevaar. Meestal is de afstand tot de beller te groot, maar je loopt toch meerdere keren terug naar de installatie in de hoop dat er iets gebeurt. Je bent als tentoonstellingsbezoeker onzichtbaar, want ver weg, en merkt dat de menselijke betrokkenheid daalt terwijl de hoop op sensatie toeneemt.

De installatie Jaywalking (2015) maakt gebruik van gehackte toezichtscamerabeelden, afkomstig uit onbekende steden. Als het achterliggende script ziet dat iemand door rood loopt, kun je diegene met een druk op de knop aangeven bij de politie; alsof je terecht bent gekomen in een hightech DDR. Je kunt als toeschouwer invloed uitoefenen op wat er gebeurt en dat is natuurlijk de crux. Depoorter geeft de toeschouwer een ring van Gyges. Doordat je veilig en onzichtbaar bent in een donker kamertje in MU zal de overtreder nooit weten wie hem verklikt heeft. Eigenlijk is het kunstwerk een dubbele test: enerzijds of je je betrokken genoeg voelt bij degene op het scherm en anderzijds of je om kunt gaan met je onzichtbaarheid. Immers, hoe geautomatiseerd het voorwerk ook is, een mens neemt het uiteindelijke besluit.

In zijn nieuwe werk vlakt Depoorter de interactiemogelijkheid doodleuk helemaal uit, door kunstmatige intelligentie en gezichtsherkenning in te zetten. De installatie Surveillance Paparazzi (2018) is geprogrammeerd om gezichten te herkennen op toezichtcamera’s, die vervolgens vergeleken worden met die van internationale beroemdheden. Het scherm toont hun Wikipediafoto, een korte persoonsomschrijving en natuurlijk de camerabeelden, zodat de toeschouwer zelf kan kijken of de match klopt. Een mogelijkheid om die resultaten te verbeteren of de ai feedback te geven ontbreekt echter, terwijl de overeenkomst vaak twijfelachtig of zelfs duidelijk incorrect is. Je kunt alleen toekijken. 

Ook een ander nieuw werk, Face Detected (2018, in samenwerking met Matthijs de Bock), laat zien hoe feilbaar kunstmatige intelligentie is. Te zien is een reeks – ter plekke – geboetseerde beeldjes van klei die gezichten voorstellen. Op hen staan camera’s gericht, aangesloten op schermpjes. Zodra de software een gezicht herkent in de klei, mocht de boetseerder ophouden met kleien. Dat blijkt vaak niet het geval te zijn geweest. Er werden weinig seintjes gegeven, terwijl de gezichten voor mensenogen al duidelijk herkenbaar zijn.

Aanvankelijk is de tekortschietende software van Surveillance Paparazzi en Face Detected grappig en zelfs een beetje geruststellend: het wil blijkbaar niet echt opschieten met dat totalitaire ai-regime. De fouten van Surveillance Paparazzi zijn bij nadere beschouwing echter behoorlijk verontrustend. Zolang de programmeur de computer niet expliciet ‘vertelt’ dat doden niet meetellen als vergelijkingsmateriaal, blijft hij mensen gewoon met hen vergelijken. Dat leidt uiteindelijk tot een vertekend wereldbeeld. De vraag is of je dat als medewerker van bijvoorbeeld een geheime dienst moet willen: omwille van het gemak de wereld om je heen terugbrengen tot berekeningen en percentages. Het zijn onverwachte en beklemmende vragen.

Als het om toezicht gaat zijn de zorgen vaak op de eigen situatie gericht, met vragen als: wat gebeurt er met mijn gegevens en wie kijkt er met mij mee? In de meeste fictie over surveillerende overheden, zoals 1984 en Hunger Games, ligt het perspectief ook bij degenen die bekeken worden en daartegen in opstand komen. Zij die kijken worden daarentegen vaak neergezet als iets abstracts: ‘de overheid’, ‘de multinationals’, ‘Facebook’, ‘China’. Een veelgehoorde angst is dat niemand ze controleert en dat dat leidt tot onzichtbaarheidsmisbruik. 

In het werk van Depoorter word je echter even iemand die voor één van die instanties werkt; een persoon die beeldschermen afspeurt om te zien of er nog verkeersovertreders aangegeven moeten worden. Die weinig gebruikelijke perspectiefwisseling is één van de intrigerendste aspecten van Depoorters werk en laat overtuigend zien dat het aan de andere kant van surveillance ook om mensen gaat. 

Maarten Buser

is auteur en kunstcriticus

Maarten Buser

is dichter en kunstcriticus

Recente artikelen