
Een netwerk van sporen – geopolitieke ontwikkelingen in Georgië – Tekla Aslanisjvili’s The Mountain Speaks to the Sea in Onomatopee
Deze week is de tentoonstelling The Mountain Speaks to the Sea van de Georgische kunstenaar Tekla Aslanisjvili, voor het laatst te bezoeken bij Onomatopee in Eindhoven. De tentoonstelling is de eerste binnen de serie ‘Systems and Territories,’ waar de vervlechting van geopolitiek en het materiële land centraal staat. Fabienne Rachmadiev bezocht de indrukwekkende soloshow, waar Aslanisjvili door middel van een essayistische aanpak, geladen geschiedenissen vormgeeft.
Kort na de volledige Russische invasie in Oekraïne, in februari 2022, saboteerden Belarussische spoorwegwerkers de treinverbinding tussen de Russische Federatie en Oekraïne. Deze verzetsdaad leidde tot aanzienlijke vertraging van het verschepen van Russisch militair materieel naar het front. Het spoornetwerk tussen al deze landen stamt uit de Sovjettijd en is (was) op elkaar aangesloten; het werd zelfs een ‘staat binnen een staat’ binnen genoemd. Een animatie toont hoe bouten in de spoorstaaf beschadigd kunnen worden waardoor treinen aanzienlijke vertraging oplopen. Dit fragment is tegen het einde van Tekla Ashlanisjvili’s essay-film A State in a State (2022) te zien, waarin ze spoornetwerken in het zuiden van de Kaukasus en nabij de Kaspische Zee onder de loep neemt. Als een uiting van transnationale solidariteit door een verbonden infrastructuur.
De film begint heel ergens anders, wat voor de hand liggend wellicht, met een blik op een stuk spoor en voorbijrijdende treinen in een woonwijk. Aslanisjvili, in voice over, vertelt hoe de treinwagons ooit gewoonweg onderdeel waren van haar dagelijkse uitzicht, totdat ze zich begon af te vragen wat er eigenlijk vervoerd werd, welke routes er werden afgelegd door die treinen. Die observatie mondt uit in een lange reis door plaats en tijd, van de relatief nieuwe spoorwegverbinding tussen Baku, Tbilisi en Kars (ook wel BTK genoemd), waarbij buurland Armenië expres buitenspel werd gezet, tot het eerdergenoemde uit de Sovjet-Unie stammende breedspoor, en het handelsinitiatief ‘de nieuwe Zijderoute’, waarbij Georgië een lucratieve rol voor zichzelf zag weggelegd. Dat is vrij veel voor een film van krap veertig minuten. Opperste aandacht en concentratie is dan ook vereist voor het bekijken van niet alleen deze film, maar de gehele tentoonstelling.
A State in a State is te zien bij Onomatopee, als onderdeel van de eerste Nederlandse solotentoonstelling van de Georgische Aslanisjvili, die resident was aan de Jan van Eyck en in zowel Berlijn als Tbilisi gevestigd is. De tentoonstelling is onderdeel van een nieuw, vijfjarig, programma van Onomatopee, waarvoor drie overkoepelende thema’s verschillende gastcurators worden aangetrokken om verschillende exposities te realiseren. The Mountain Speaks to the Sea is de eerste tentoonstelling binnen het thema ‘Systems and Territories’, gecureerd door Silvia Franceschini. Dit thema behelst, volgens de begeleidende tekst, ‘how regimes of governance shape territories,’dat op te vatten is als hoe de geopolitieke werkelijkheid concrete geografische plaatsen, lokale contexten (materieel) beïnvloedt en verandert.
Het werk van Aslanisjvili past naadloos binnen dit thema. In elk van de drie films die te zien zijn bij Onomatopee, staat een grootschalig infrastructureel project centraal dat vanuit verschillende perspectieven wordt belicht. Getuigenissen van betrokkenen, archiefmateriaal, journalisten en wetenschappers, en soms ook de filmmaker zelf worden op een collageachtige wijze samengebracht om zo de veelzijdige geschiedenissen en implicaties van een dergelijk project te onderzoeken. Infrastructurele projecten, niet in de laatste plaats door het technische jargon dat erbij komt kijken, spreken niet meteen tot de verbeelding. Toch lukt het Aslanisjvili om, ondanks de soms erg hoge informatie dichtheid, deze materie te transformeren tot aansprekende essayistische films.
Voor de kijker die niet bekend is met de Georgische context, is die veelheid aan informatie misschien niet met een enkele keer kijken te verwerken. Soms lijkt het alsof Aslanisjvili, van wie een heel grondige en secure onderzoekshouding doorschemert in de films, geen enkel aspect buiten beschouwing heeft willen laten. Het meanderende, essayistische karakter van de films neemt de kijker mee in een ritme van beelden en maakt impliciet dat de lokale context, in al haar uniciteit, gelijktijdig verbonden is met wereldwijde geopolitiek. De patronen van extractie, van de kleine mens tegen het grootkapitaal enzovoorts, spelen zich op vele plekken af; daarin schuilt ook de herkenning van het vreemde. De films zijn rijk aan boeiende connecties en slimme observaties. In een interview met Aslanisjvili zegt ze bijvoorbeeld over A State in a State, dat ze naast de geopolitieke sabotage waarvoor infrastructuur wordt gebruikt of misbruikt, ook de mogelijkheden voor solidariteit wilde laten zien. Die observatie wordt in de film zelf gestut door de analyse van wetenschapper Timothy Mitchell, die opmerkt dat politieke mogelijkheden ontstaan door de diepe kennis van een netwerk en dat die mogelijkheden ook bestaan uit het saboteren en interrumperen van een dergelijk verbonden systeem. Bij uitstek de spoorwegwerkers hebben die kennis van netwerken en daarmee ook de potentie tot het saboteren. Sabotage is zo zowel een geopolitiek instrument van de machthebber als een verzetsmiddel van de werkers.
Die verbindingen zijn ook letterlijk in de eerste en grootste ruimte aangebracht: stenen masten met kabels ‘verbinden’ twee video-installaties met elkaar in de donker gemaakte ruimte van Onomatopee. Dit is een ingreep van architect Natalia Neberiedze, met wie Aslanisjvili vaker samenwerkt. In een tweede ruimte bevindt zich Scenes from Trial and Error (2020), met dertig minuten de kortste film, over de plannen voor het bouwen van een diepzeehaven aan de Zwarte Zee, waarvoor het vissersdorpje Anaklia tot een ‘smart city’ getransformeerd zou moeten worden. Een van de meest veelzeggende beelden uit deze film komt al vroeg: twee mannen, de een in een oranje hesje, zitten met een sceptische en gelaten blik naar een optreden op het Gemfest te kijken — een festival dat te midden van het mislukte constructieproject gehouden wordt. Er klinkt luide muziek en een ongeziene performer roept ‘I want to do some crazy shit with you right now’.
In een ander goed gekozen beeld is op archiefmateriaal de voormalige Georgische president Saakasjvili te zien, die in een helikopter over het gebied rondom de Zwarte Zee vliegt. Hij werpt zijn blik op een kaart om te kijken waar ze eigenlijk overheen vliegen. Het is de ontkoppelde blik van bovenaf, die niet ziet wat voor een giftig stof er in de huizen van de mensen waait. Beide beelden zijn emblematisch voor de onoverkomelijke breuk die in al het werk op deze tentoonstelling zit: grootse, vaak megalomane, infrastructurele projecten die nietsontziend zijn, losgezongen van de dagelijkse werkelijkheid en de lokale context – mensen, dieren, landschappen — die het allemaal maar moeten verstouwen, met de verstorende en verwoestende gevolgen moeten dealen.
Terug in de hoofdruimte, leiden Neberiedzes kabels vanaf A State in a State naar een video-installatie op twee schuin naast elkaar geplaatste schermen. Dit is het meest recente werk van Aslanisjvili: The Mountain Speaks to the Sea (2024). Met reden is dit ook de titelgever van de tentoonstelling: indrukwekkende beelden en een evocatieve soundtrack houden de aandacht vast. Het is een film van zo’n zeventig minuten, en verschillende elementen uit het eerdere werk komen hier in rijpere en beheerst gedoseerde vorm terug. Zo is er net als bij A State in a State gebruik gemaakt van gestileerd Georgisch schrift (met daaronder in Latijns schrift de Engelse namen) om duidelijk te maken wie er aan het woord is. De soundtrack, van Ani Zakareisjvili en Nika Pasoeri, werkt heel goed, met zowel organische als elektronische klanken, die de vele historische lagen en hoe die doorwerken in het heden auditief benaderen. Het geeft de kijker ook houvast om kennis te maken met een complex onderwerp: hoe de infrastructuur van waterkrachtcentrales in verschillende domeinen doorwerkt. In het specifiek gaat het hier om de waterkrachtcentrale van Engoeri, die deels in Abchazië ligt en daarmee meermaals in de geschiedenis een oorlogszone is geweest.
Opnieuw krijgt de kijker een enorme hoeveelheid informatie te verwerken, van zowel wetenschappers, ooggetuigen, archiefbeelden. Maar waar in het eerdere werk de essayistische aanpak wat dichter bij het documentaire, of het onderzoeksaspect lag, is hier veel ruimte voor verwondering over prachtige, verstilde opnames, verdwijnende gletsjers, goed gekozen archiefbeelden, wrange en poëtische overpeinzingen en dan weer de duidelijke solidariteit met degenen die geraakt worden door geopolitieke verschuivingen. Wat hier goed werkt, zijn de twee schermen waar de beelden soms contrasteren, soms elkaar aanvullen. Daarnaast zorgt het gebruik van over elkaar heen projecten voor een verdere, letterlijke, gelaagdheid, waardoor de ingewikkelde en overlappende geschiedenis die aan zo’n landschap verbonden is, invoelbaar wordt.
Ondanks de indrukwekkende en overweldigende opnames van landschappen en geladen archiefbeelden, zijn het de getuigenissen die deze grote, ingewikkelde thema’s het meest doen beklijven. Vanuit de bergen waar de film mee begint, stroomt de rivier de Engoeri — gevoed door een gletsjer die zich steeds verder terugtrekt. De rivier is reeds in de Sovjet-tijd omgelegd voor de bouw van een hydro-elektrische dam (de op één na grootste ter wereld, die deel uit maakt van de waterkrachtcentrale). Ooit was er de zegening, zo vertelt een inwoner, ‘moge je leven totdat de Engoeri door deze vallei zal stromen en ze zal ophouden te stromen. Vandaag zou dat niet meer als zegening gelden,’ vertelt de stem, ‘want dan zou je iemand hooguit twee of drie jaar leven toewensen.’
De tentoonstelling The Mountain Speaks to the Sea is tot en met 15 december te bezoeken bij Onomatopee in Eindhoven
Fabienne Rachmadiev
is schrijver en onderzoeker






