
Het landschap door een vierkant vergrootglas – Milah van Zuilen in Rijksmuseum Twenthe
Milah van Zuilen (1998) werkt als kunstenaar én bosecoloog. Als geen ander weet ze hoe de mens hardhandig ingrijpt in de natuur. Haar solotentoonstelling In het veld in Rijksmuseum Twenthe benadert ze de levende wereld vanuit een bijna geometrisch perspectief.
Milah van Zuilen maakt archetypisch werk dat je er zo uit pikt tijdens groepstentoonstellingen: grote vierkanten of rechthoeken opgebouwd uit allerlei kleine, gekleurde vierkantjes van gevonden ecologisch materiaal. In elk werk zijn alle vlakken even groot. Daardoor ontstaat een strak, rasterachtig ritme. Zelfs Piet Mondriaan leek zichzelf meer formele vrijheid toe te staan. Ook tijdens het zoeken van materialen, legt Van Zuilen zichzelf regels op. Soms beperkt ze zich tijdens wandelingen tot het verzamelen van één plantensoort, of juist alle soorten binnen één gebied. ‘Veld’ en ‘veldwerk’ zijn woorden die je dan ook vaak tegenkomt rondom haar werk: in zaalteksten, in tentoonstellings- en kunstwerktitels. Haar tentoonstelling in het Rijksmuseum Twenthe heet dan ook In het veld.
Tijdens haar wandelingen vindt Van Zuilen de natuurlijke materialen voor haar kunstwerken. Behalve de gedempt groene en bruine kleuren, herken je de texturen van onder meer bladeren en stukjes schors. De composities van dat laatste materiaal krijgen daardoor een subtiel stukje reliëf mee. De meeste van haar werken hebben echter, althans formeel, weinig letterlijke diepte. Ze lijken daardoor vrij ingehouden, net zoals hoe Mondriaan de verf er niet zo dik opsmeerde.
De strakke kavels van Nederland zijn weleens omschreven als ‘de Mondrianisering van het landschap’. Het landschap is opgedeeld in kleinere percelen. Van elk kavel is vooraf in een plan vastgelegd hoe groot het mag zijn. Door die wiskundige indeling ontstaat een geometrische ordening van de natuur. Hierop zinspeelt Van Zuilen ook een aantal keer vrij expliciet.
De duidelijkste toespeling op verkaveling, is de vloerinstallatie Forestry (Dots and Boxes). Die verwijst zowel in de vorm als de titel naar bosbouw en het spelletje ‘kamertje verhuren’. Voor wie z’n kindertijd niet direct scherp meer heeft: je zet stippen op een stuk papier en om de beurt mogen jij en je medespeler twee van die stippen verbinden. Zodra je een hokje hebt gemaakt door de vierde streep te zetten, is die van jou. Van Zuilen bracht eenzelfde patroon aan op de Veluwse aarde van de – uiteraard vierkante – installatie, die verwijst naar de strakke, planmatige bosbouw in Nederland.
Omheinen en bijsnijden
De constante aanwezigheid van vierkanten in Van Zuilens werk laat zien hoe ingrijpend de mens de natuur naar zijn hand heeft gezet. Het vierkant wordt afwisselend – en soms op hetzelfde moment – een krachtige metafoor voor inperken, omheinen en bijsnijden. (Is het trouwens toeval dat In het veld getoond wordt in de vierkante tentoonstellingsruimte van het Rijksmuseum Twenthe, die bestaat uit vier losjes verbonden ruimtes, of beeld ik me die vorm in?)
In een zaaltekst merkt Van Zuilen op dat ze op de Veluwe – waar ze het grootste deel van het jaar woont – overwegend analytisch werkt. Ze brengt echter ook veel tijd door in Český les, het Tsjechische bosgebied waar haar opa woonde. Daar is ze naar eigen zeggen veel intuïtiever. Dat brengt ze in verband met de regulering van de verschillende natuurgebieden: Waar ze in Nederland bijna een boete kreeg omdat ze in een boom klom, mag ze in Tsjechië vrijwel overal komen. Haar zelfopgelegde regels voor haar wandelingen en kunstwerken laat ze dan achterwege. Dat zie je terug in een veel vrijer kunstwerk als Český les, Tsjechië (2026). Dat heeft nog steeds een rastervorm, maar óók een grote cirkel die sommige vierkanten doorkruist.
Wrijving door eenheid
Op een van de muurteksten valt het woord ‘collage’. Die term verrast me. Haar werk lijkt in niets op de vaak surrealistische klassieke fotocollages. Ze hebben formeel juist veel meer gemeen met geometrisch abstracte schilderkunst. Daarin zit natuurlijk ook de directst herkenbare ‘grap’: de combinatie van strakke rasters met plantaardige materialen verwijst duidelijk naar hoe mensen de natuur naar hun hand hebben gezet.
Collages worden vaak geassocieerd met materialen én vormen die niet helemaal bij elkaar passen. Kunstenaars als Hannah Höch, Robert Rauschenberg of recenter Neo Matloga, gebruiken fragmenten die bewust met elkaar wrijven en tegen elkaar afsteken. Waar Van Zuilen het raster gebruikt voor een uniforme ordening, staat bij deze kunstenaars het idee van het kunstwerk als eenheid zichtbaar onder spanning. Over Van Zuilen zou je kunnen zeggen dat ze juist het tegenovergestelde doet: ze thematiseert de wrijving die ontstaat wanneer je van de natuur juist een strakke eenheid probeert te maken.
Wat In het veld extra interessant maakt, is dat er ruimte is voor Van Zuilens experimenten met video, in samenwerking met kunstenaar en filmmaker Wiebe Bouwsema. Hoewel ze dat archetypische vierkant blijft gebruiken, laten de video’s enerzijds veel grotere stukken herkenbare werkelijkheid zien. Anderzijds ligt de nadruk sterker op het procesmatige: op de montage en het verspringende beeld. Er zit veel meer die wrijving tussen fragmenten in die zo typerend is voor veel andere collagekunstenaars. Vier bomen op de Veluwe (2026) is het snelst herkenbaar als een Van Zuilen én als een collage: een boom, opgebouwd uit vierkante stukjes film van vier verschillende bomen. De kleuren verschillen en de vormen sluiten soms niet helemaal aan, waardoor het vertrouwde raster ontstaat. Toch is Vier bomen op de Veluwe veel nadrukkelijker en herkenbaarder figuratief dan bijvoorbeeld Český les, Tsjechië.
Het veldwerk achter het raster
Nog vrijer is ze met Veldwerk en Vergrootglas, beide uit 2026. Ze lijken wel een soort making of’s van de collages, omdat ze een inzicht geven in wat daaraan voorafgaat: wandelen, rondkijken, details uitlichten. Je ziet het mensenwerk achter de rasters. Die Mondrianisering is immers ook niet spontaan ontstaan door de natuur zelf.
Veldwerk is een liggende video op een scherm waarvan je de vorm inmiddels wel kunt raden. Je blik wordt naar beneden geleid, naar de grond, alsof je met Van Zuilen meeloopt. Sterker nog: soms verschijnen haar handen in beeld en ben je je ervan bewust dat je via haar perspectief naar het landschap kijkt.
Geestig, maar ook veelbetekenend is dat je via haar ogen naar een verkleurd vierkant op de grond kijkt. De handen leggen er een grote, vierkante steen op. Is buiten beeld gelaten dat de kunstenaar diezelfde steen heeft opgetild? De montage roept vragen op over selectie en nadruk; thema’s die door Van Zuilens werk lopen. Maar haar oeuvre gaat óók om classificeren en nieuwsgierigheid. Zoals wanneer de handen een boek boven de grond houden. Afgaande op de botanische tekeningen op de bladzijdes, probeert de kunstenaar planten te identificeren.
Vergrootglas lijkt het vervolg op Veldwerk. Deze video wordt op de muur geprojecteerd en toont uitzichten in natuurgebieden. Bij elk tafereel worden op een gegeven moment een of meerdere details uitgelicht, die je misschien niet direct zelf waren opgevallen. Als afgestudeerd bosecoloog heeft Van Zuilen die natuurlijk wél gezien. Door die details uit te lichten neemt ze een gidsrol aan die ook al in haar collages zit. De video verwijst daar trouwens onmiskenbaar naar terug, want hoewel de meeste vergrootglazen rond zijn, zijn de close-ups in de video – uiteraard – vierkant.
Wat opvalt is dat In het veld niet zozeer een projectruimte-achtige presentatie is, maar echt de indruk maakt van een brede en evenwichtige overzichtstentoonstelling. Tegelijkertijd is het heel geruststellend dat de expositie niet als een terugblik voelt, omdat je aan de nieuwe werken ziet dat er ongetwijfeld nog heel veel gaat volgen. De nieuwe collages blijven weliswaar vasthouden aan het raster, maar bieden meer lege, witte ruimte. Naast de stukken blad staan notities, vermoedelijk soortnamen, alsof de collages uit een groot schetsboek komen. De bladfragmenten zijn ook een stuk groter en lijken veel duidelijker op ‘gewone’ bladeren, in plaats van dat ze zo rigoureus bijgeknipt zijn. Daardoor ademen deze nieuwere werken stukken meer.
Dát is het voordeel van zo’n fraai overzicht: de nieuwste kunst doet je weer anders kijken naar het eerdere werk en andersom, met het vierkant als formele rode draad. In het veld heeft het karakter van een tuin waarin je kunt blijven dwalen: weliswaar door mensenhanden aangelegd, maar met genoeg eerbied voor het mysterie van de natuur.
In het veld is tot 18 oktober te zien in Rijksmuseum Twenthe
Maarten Buser
is dichter en kunstcriticus




