metropolis m

Marjolijn Mandersloot, Museum W, Beestachtig. Foto: Peter Cox.

Over de relatie van mens tot dier: het ene dier wordt geconsumeerd, het andere geadoreerd. Moeten we inderdaad op deze manier naar de dieren kijken, of kunnen we onze medeschepsels meer als gelijken zien? Museum W presenteert een tentoonstelling met in gedachten Fransciscus, diens oproep om meer respect te hebben voor het dier.

In de tentoonstelling is het schilderij Franciscus met de dieren (1875-1900) van Hendrik Pieter Koekkoek opgenomen. Het verbeeldt het verhaal waarin Franciscus met dieren praat. Het historische schilderij, dat onderdeel uitmaakt van de vaste collectie van het ietwat katholieke museum, staat in contrast met de kamer vullende installatie Kraamafdeling(2025) van Bart Houwers. In de ruimte waar ook het schilderij hangt staan vijf metalen kooien waar zeugen normaliter geboorte geven. De kooien zijn smal en ze doen meer denken aan een cel dan aan een kraamhok. Waar in het historische schilderij van Koekkoek de liefde voor dieren over geromantiseerd is, lijkt onze relatie met varkens er één waarin het dier enkel een object – een product – is voor de mens. De geboorte van de biggen draagt tegelijkertijd de dood met zich mee, wetende dat deze dieren voor menselijke consumptie ter wereld komen.

Het contrast tussen cultuur en natuur wordt ook onder de loep genomen in de video-installaties van Marjan Laaper. In A Sense of Wonder (2021) zien we op een groot scherm een huisjesslak in slowmotion bewegen op een Chinees porseleinen beeld van een vrouw. ‘Wie observeert wie?’ is de vraag die het werk stelt. De slak, die op de uitgestrekte hand van de vrouw zit, beweegt onrustig op en neer, terwijl de onbeweeglijke blik van het levenloze beeld naar de slak blijft staren. Ik ervaar ongemak bij het zien van het dier dat uit diens natuurlijke omgeving is gehaald en wat onzeker om zich heen tuurt.

In de esthetische video Breathe (2021), een video van een slapende rode panda, schuilt eenzelfde soort frictie. Door de uitvergroting van het dier denk ik in eerste instantie dat het werk de relatie tussen toeschouwer en dier aankaart: dat de grootte van het dier mij als mens iets nederiger zou laten voelen en dat de met uitsterven bedreigde panda hierdoor wellicht de juiste aandacht krijgt. Echter bevestigt de video de conventionele mens-dier relatie waarin de mens het dier observeert en niet vice versa. Het dier kijkt ons – op een enkel kort moment van ontwaken na – niet een keer aan. Het geluid van het ademen van het slapende beestje versterkt het gevoel dat wij het stiekem observeren en enkel denken aan hoe aaibaar en schattig die is, in plaats van dat we bewust worden van de positie waarin het dier zich bevindt.

De dynamiek tussen kijken en bekeken worden zegt veel over wie er hoger op de hiërarchische ladder staat. Degene die kijkt, is subject, degene die bekeken wordt, is object. Fotograaf Charlotte Dumas laat deze machtsstructuur daarentegen verdwijnen. Heart Shaped Hole (2008) is een serie portretten van zwerfhondenhonden waarbij het niet voelt alsof ik de dieren aan het observeren ben. Dumas laat het dier door middel van haar fotografie ‘zijn’. Net als de rode panda van Laaper slapen sommige honden in de foto’s. Toch werken deze beelden niet objectiverend. Het is een oordeelloos kijken waarin de honden hun autonomie lijken te behouden.

Ook in de film Yorishiro (2021) van Dumas is deze gelijkwaardigheid tussen mens en dier sterk aanwezig. We zien een meisje in een paardenpak door een Japanse stad lopen. De drukke straten worden afgewisseld met natuurbeelden waarop paarden te zien zijn. Het meisje lijkt zich meer met de paarden verbonden te voelen dan met de andere mensen die ze passeert. Wanneer ze aan het einde van de video aankomt bij deze paarden wordt die verbondenheid bevestigd. In het laatste shot zien we hoe ze haar hand op de neus van het paard legt. De vraag naar de relatie tussen mens en dier lijkt in zijn geheel te verdwijnen.

De mens-dier sculpturen van Marjolijn Mandersloot vormen letterlijke samensmeltingen. Zo zien we in de hal een gorilla achtig figuur in een sweater, en in een andere zaal een groot slank konijn dat als mens over de grond kruipt. De bronzen beelden zijn qua materialiteit interessant. Ze lijken namelijk gemaakt van zachte stoffen, zoals textiel en suède. Het konijn ziet eruit alsof het bestaat uit leer. Het blijkt dat de zichtbare materialen enkel hebben gediend als middel voor een mal van het bronzen afgietsel. Het zorgt voor wrijving, dat een dierlijk materiaal als leer enkel een stap in het proces dient. Ik mis een kritische reflectie tussen mens en dier, waardoor het werk iets paradoxaals krijgt. Naast dat het konijn een samensmelting is van mens en dier toont het eveneens een onderscheid tussen de twee: door diens materialiteit – het leer dat niet eens fungeert als eindproduct – laat het zien hoe dienstmatig het dier in ons menselijke leven aanwezig is.

Alle kunstwerken tonen hoe de mens zich op verschillende manieren verhoudt tot de dieren. Maar de vraag ‘waarom behandelen we het ene dier zo, en het andere dier zo?’ ziet echter de onderliggende vraag naar de relatie tussen mens en dier over het hoofd. Hoe mensen dieren behandelen, impliceert deels dat dieren onderworpen zijn aan het menselijke bestaan. Op een enkel kunstwerk na wordt er niet van dit antropocentrische idee geweken en reikt de kritische blik niet verder dan een menselijke observatie. Zelfs de dierenliefde van Franciscus, die met de dieren ‘praat’, valt te betwijfelen wanneer we ons afvragen of hij hiermee de dieren niet gewoon in een menselijke context plaatst. Het laat pijnlijk blijken dat de mens nog altijd als het superieure wezen wordt gezien, dat zich vanuit de culturele wereld maar moeilijk weet te verhouden tot de wereld van de natuur.

Met gemixte gevoelens loop ik naar buiten en kijk ik omhoog om het laatste werk van de tentoonstelling te zien. De zon weerkaatst op de gouden gevel van Museum W wanneer ik naar de projectie van een oehoe probeer te kijken. Ik zie een briesje door haar veren waaien, tegelijkertijd voel ik een bries langs mijn armen. Het is een kleine bevestiging dat we allen in dezelfde wereld leven. Ik blijf kijken naar de oehoe. Ze kijkt weg, en daarna kijkt zij mij aan met haar grote ogen. Op dat moment ervaar ik wat ik vaker gehoopt had te ervaren in de tentoonstelling: het is het dier dat naar mij kijkt, en niet andersom.

De tentoonstelling Beestachtig is nog tot en met 14 september te zien bij Museum W.

Kiki Mertens

schrijft over kunst en filosofie

Gerelateerd

Recente artikelen