
Performativiteit als bezorgdheid – Aernout Mik en Jelena Jureša in Kunsthal Mechelen
In Mechelen loopt Run-Through, een tentoonstelling die een dialoog opzet tussen het werk van twee audiovisuele kunstenaars. Hoewel Aernout Mik en Jelena Jureša van verschillende achtergronden stammen, vinden ze elkaar inhoudelijk terug in een kritisch discours over Europa en haar geschiedenissen. Ive Stevenheydens ziet een fijnzinnig gecomponeerde tentoonstelling die zijn denken over Europa aanscherpt.
Europa kampt met een knoert van een identiteitscrisis. Steeds meer. En ik beken: hoewel ik een fervente voorstander van het Europese project ben, twijfel ik steeds vaker en ernstiger aan de wijze waarop Europa zichzelf vandaag de dag runt. Migratieproblematiek, massale werkloosheid, monetaire crisissen, populisme, de Brex- en andere exits? Oud verhaal, helaas. Deelstaten die de rechten van de LGBTIQ+ gemeenschap overboord gooien? Het nieuwe normaal. Of de inkomensongelijkheid tussen de sekses? Zowat in elke deelstaat realiteit. Ook het ontbreken van kritiek vanuit Europa tegenover de Israëlische regering Netanyahu na de massamoord van de Hamas-strijders van 7 oktober 2023, legt de crisis van Europa bloot. Terwijl Israël het internationaal humanitair recht herhaaldelijk blijft schenden en terwijl Palestijnen al tientallen jaren onder koloniale bezetting leven, slaagt Europa er niet in om een helder standpunt in te nemen, vergelijkbaar met de situatie Oekraïne-Rusland. Wordt het niet tijd dat Europa eens aan de kern van haar bestaan denkt en, samen met haar leiders, mensenrechten op een geloofwaardige manier gaat verdedigen? Dit als inleiding, doch niet terzijde.
In de kunstwereld is deze urgentie rondom de identiteit van Europa ook te voelen. In Mechelen ontstond vanuit de Contour Biënnale, die na tien edities stopt, het nieuwe initiatief Contour Series: Een reeks waar op geregelde tijdstippen tentoonstellingen en interventies in de Mechelse binnenstad zullen plaatsvinden. Ditmaal vindt het plaats in het kader van Construct Europe, een festival in Mechelen dat viert dat België in het voorjaarvoorzitter van de Raad van de EU werd. De tentoonstelling die hieruit voortkwam heet Run-through, een duoshow van de kunstenaars Jelena Jureša (1974, Novi Sad, woont en werkt in Gent) en Aernout Mik (1962, Groningen, woont en werkt in Amsterdam). Hoewel beide makers vooral met audiovisuele media werken, loopt hun werk inhoudelijk ietwat uit elkaar: ‘Jureša’s filmische werken verweven persoonlijke verhalen met de politiek van herinneren en vergeten, terwijl Miks audiovisuele installaties de dynamiek van groepsgedrag verkennen,’ schrijft Contours Andrea Cinel in de inleiding van de bezoekersgids – hij is tevens de curator van deze tentoonstelling. En hier komen we terug bij Europa uit: Run-through wil ‘op kritische wijze hedendaagse samenlevingen onderzoeken, waarbij wordt gereflecteerd op historische gebeurtenissen, actuele Europese kwesties en dominante politieke verhalen.’ De tentoonstelling werpt zich daartoe op als ‘een ontmoeting die een netwerk van verwijzingen en verbindingen ontvouwt tussen historische ontkenning en hedendaags gedrag. Het biedt een kritisch perspectief op Europa en houdt tegelijkertijd een spiegel voor van de gevolgen van onze historische keuzes.’ Dat is heel wat! Deze tentoonstelling slaagt er wonderwel in om mijn denken verder aan te scherpen.
Run-throug omvat ‘slechts’ zes werken, drie videowerken van elke kunstenaar. ‘Slechts’, het lijken er misschien niet zo veel, maar ze duren tussen de 17 en 99 minuten (en klokken gemiddeld op drie kwartier af). Waar de bezoeker wel even zoet mee is. De werken van Jureša verdienen de volledige kijkduur. Anders dan de bijdragen van Mik, waar je op eender welk moment kan instappen, als heuse films met een ‘conventionele’ structuur van begin, (midden) en einde.
Bij binnenkomst in de sterk verduisterde ruimtes van Kunstencentrum Mechelen (de plek heette tot december 2023 nog De Garage Mechelen) stoot ik op de dubbele projectie Daytime Movements (2016, 30’19”). Die installatie komt voort uit een samenwerking tussen Aernout Mik en Boris Charmatz. De Franse choreograaf en danser, sinds augustus 2022 ook directeur van het befaamde Tanztheater Wuppertal Pina Bausch, improviseerde met een batterij professionele en niet-getrainde dansers een choreografie op een extern terrein; een ietwat vervallen plantsoen in het hart van een verschillende verdiepingen tellende parkeergarage. Gepresenteerd op een dubbele projectie die laag bij de grond staat – wat gebruikelijk is in de videoinstallaties van Mik – zie ik mensen op het modderige terrein zonder klank met elkaar communiceren. Hun bewegingen en gestes verwarren me: ze zijn inconsistent, ongerijmd. Ze hinken op één been, rollen over elkaar in het slijk en iemand pulkt aan de bladeren van de struiken op het terrein. Doordat Mik een verhoogd en daarmee afstandelijk camerastandpunt hanteert, lijkt het me meer en meer alsof deze figuren in een constante strijd met elkaar (en zichzelf) verkeren. Soms trekken ze aan elkanders kleding of haren, spreken ze – ofschoon hier woordeloos gepresenteerd – elkaar dreigend toe, wringen en duwen ze elkaar door de modder. Een andere keer is er ruimte voor een zachtere omgang, voor een streling of een voorzichtige, aftastende omhelzing. Op de achtergrond rijden de auto’s aanhoudelijk de garage in en uit. Alsof hier niets aan de hand zou zijn. Van Daytime Movements gaat naast verwarring vooral ook dreiging uit. Op die manier fungeert het werk als een mooie opener voor de themata die Run-through aankaart. Die zijn niet de minste: sociale onrust, geweld, westerse en kapitalistische hebzucht of de acties die Europese landen in het verleden en heden op andere continenten hebben aangericht.
Soms trekken ze aan elkanders kleding of haren, spreken ze - ofschoon hier woordeloos gepresenteerd - elkaar dreigend toe, wringen en duwen ze elkaar door de modder.
Curator Cinel schrijft hierover: ‘Het concept en de ontwikkeling van de tentoonstelling komen voort uit Don’t Take It Personally, een nieuw werk van Jelena Jureša gemaakt in opdracht van kunstencentrum nona en BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht. Deze experimentele film verbindt thema’s als historische ontkenning, collectief geweld, ballingschap en verzet. Het dient als een indringende aanklacht tegen menselijke en maatschappelijke gedragingen in instabiele tijden, gevormd door de systemen van kapitalisme en historische hebzucht, reeds verborgen in de schilderijen van de Nederlandse Gouden Eeuw.’
Ik steek de tentoonstelling door naar achter om dit nieuwe werk van Jureša, Don’t Take It Personally (2024, 60′), meteen te bekijken. Het werk valt uit elkaar in twee delen. In het eerste deel passeren fragmenten van een reeks beroemde Europese schilderijen in een digitale, geanimeerde collage de revue. Ik zie beelden en fragmenten uit portretschilderijen van Rembrandt van Rijn, alsook stukken uit stillevens van onder andere Maerten Boelema de Stomme of Melchior d’Hondecoeter. Jureša deed voor haar film onderzoek in de collecties van onder meer het Rijksmuseum Amsterdam en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België/ Musées Royaux des Beaux Arts de Belgique in Brussel. De objecten die deze afbeeldingen tentoonspreiden, de kleding en accessoires die deze personages dragen, moeten de rijkdom van de westerse hogere klasse tijdens de Nederlandse Gouden Eeuw onderstrepen. Ze stammen echter af van niet-westerse landen, zoals de zeldzame en hoogst kostbare Chinese vouwwaaier in de linkerhand van Maria Trip. Ook de vogels bij d’Hondecoeter – een pelikaan, een flamingo enzovoort – zijn exoten. Ze staan in deze schilderijen, net zoals in dit audiovisuele werk van Jureša, symbool voor de heb- en graaizucht van het westen ten overstaande van andere delen van de wereld. Voor de honger naar verovering, voor het kolonialisme.
In het tweede, langere deel van Don’t Take It Personally performt de Nederlands-Indonesische tapdanseres Marije Nie op de geïmproviseerde (punk/ gitaarnoise)muziek van de Kroatische muzikanten Alen en Nenad Sinkauz. Haar tapdansen fungeert hier als een vorm van zelfexpressie. Maar ook zeker als een krachtig protest tegenover koloniale het verleden. Dit wordt versterkt door flarden uit de essaybundel The Age of Skin (2020) van Dubravka Ugrešić (1949-2023), geschiften waar Don’t Take It Personally zich aan laaft. Zo luidt in de video de tekst van Ugrešić: ‘Don’t take it personally, we’re at war, we have begun to annihilate each another, our supply of food and dignity have been cut off, we’re useless.’ Deze film koppelt de historiek van het kapitalisme aan de wonden van het kolonialisme in een poëtische taal die ontroert en beroert.
In haar eerdere Aphasia (2019,80′), eveneens te zien in deze tentoonstelling, wordt een gelijksoortige thematiek verder uitgediept en geproblematiseerd. Hier voert Jureša onder andere het Belgische kolonialisme op, naast het Oostenrijkse antisemitisme van de jaren dertig en het geweld in Bosnië tijdens de oorlogen in haar geboorteland Joegoslavië (1991–2001). Dat werk staat niet ver van Aernout Miks geluidloze driekanaalsinstallatie Communitas (2010, 99,39). Wederom dicht tegen de grond van de tentoonstellingszaal opgesteld, tonen de drie schermen een reeks performances die Mik filmde in verschillende zalen en vertrekken van het Paleis van Cultuur en Wetenschap in Warschau. Die toren, ooit een van de hoogste gebouwen van Europa, werd tijdens het communistische tijdperk opgetrokken door Stalin voor politieke meetings en culturele evenementen, een ‘geschenk voor het volk’. Zoals gebruikelijk bij Mik, zien we groepen mensen in niet nader te definiëren en vooral bewust verwarrende situaties. Hoewel de projecties opnieuw zonder klank blijven, hoor ik in de tentoonstellingszalen het geluid van de twee eerder genoemde video’s van Jureša. In dit geval werkt dat niet storend maar net verrijkend: deze absurde performance van Mik op deze belangrijke beladen locatie voegt nog eens een laag toe aan het discours dat Run-trough ontwikkelt.
Resten nog twee werken. Op drie blokmonitoren is achterin de ruimte Miks White Suits, Black Hats (2012-2024, 48’58”) te zien. Het werk bevat geluidsloze raw footage uit de archieven van het Eye filmmuseum: koloniale beelden van Nederlands-Indië uit de jaren 1920 en 1930. De ‘realiteit’ ziet er hier al even bizar en absurd uit als in de performances van Mik. Ik zie akelige mannetjes in koloniale kleding paraderen in een land dat hun niet toebehoort. Er zijn opnames van het landschap, van feesten en begrafenissen, van missionarissen en fabrieksarbeiders die hun plichten vervullen. Ik zie vooral de problematische en pijnlijke misbruiksrelatie tussen de kolonisatoren en gekoloniseerden.
Het werk sluit perfect aan bij dat van Jureša. Voor Ubundu (2019, 17′) doet de kunstenaar opnieuw een beroep op bestaande teksten, ditmaal op de geschriften van W. G. Sebald (1944-2001). Die sprak over de ‘lelijkheid van België’ naar aanleiding van de kolonisatie van Congo. In Ubundu steelt een okapi in de Antwerpse zoo de show, die metafoor staat voor Congo. Het beest werd in 1919 naar België geïmporteerd en plant zich buiten zijn thuisland enkel in gevangenschap voort. De tekst in de video is een lied, en soort van libretto, waarin inhoudelijk een lijn wordt getrokken van het kolonialisme naar de genocide van de Holocaust.
Het spookt me nog door het hoofd waarom deze tentoonstelling Run-through heet. Later krijg ik van de curator de volgende verduidelijkende mail: ‘De titel komt uit de idee van repetitie, gezien er veel performances in de tentoongestelde werken zijn. Ook bevatten de werken een korte schets van onze samenleving of samenvatting van historische feiten. Of een snelle blik aan verschillende onderdelen, vooral om te oefenen of je voor te bereiden op iets anders. Wat mij aanspreekt aan Run-through is dat het niet compleet is, je kijkt naar wat er is, maar om iets voor te bereiden dat je niet kent.’ Ik ben niet de enige die mijn hart voor de toekomst vast lijkt te houden.
Run-Through is tot 24 november te bezoeken bij Kunstencentrum nona in Mechelen
Ive Stevenheydens
is schrijver, curator, deejay en dramaturg






