
Tussen dier en ding – The New Mother Sculptures en Sylvie Zijlmans & Hewald Jongenelis in Museum Cobra
Zo onbevangen mogelijk kijken: dat vragen de twee hedendaagse exposities in het Museum Cobra van de bezoeker. De groepstentoonstelling The New Mother Sculptures en Voices From a Simmering City van Sylvie Zijlmans & Hewald Jongenelis, rekken beide de grenzen op tussen levende wezens en dingen. Je mag zowel je ogen uitkijken, als je hersenen aan het werk zetten.
The New Mother Sculptures
De normaal zo keurige bovenverdieping van het Museum Cobra (voorheen: Cobra Museum voor Moderne Kunst) is tot postapocalyptisch landschap getransformeerd. De vloer is bedekt met een laag leem, die zo enige eenheid aanbrengt in de tientallen uitgestalde sculpturen, installaties en textielkunstwerken. Die ingreep is verstandig, want het is moeilijk een rode draad aan te brengen in de overweldigende kijkervaring van de grote groepstentoonstelling The New Mother Sculptures.
In plaats van een rode draad, zijn er eerder heel veel verschillende draden. De natuur is er overduidelijk eentje (Maartje Korstanje, Diana Scherer), maar ook het kunstmatige (Sachi Miyachi, Klaartje van Essen). De mens zelf is nauwelijks direct aanwezig; hoogstens gefragmenteerd: als houten hoofd (Yair Callender) of losstaand been (Henk Visch). Die schijnbare tegenstellingen naderen elkaar regelmatig, zoals in Plant (2019) van Ad de Jong, die tevens de tentoonstelling cureerde. Dit werk is misschien wel de grootste blikvanger: een groot, ruimteschipachtig object, met onder meer een trainingspak en een autodashboard erin verwerkt. De titel van het werk levert weer andere aanknopingspunten voor interpretatie op, of misschien nog beter: om te fantaseren. Het beeld is misschien wel de tentoonstelling in een notendop: een toekomstvisie waarin restanten van een ooit menselijke beschaving een nieuw oerwoud vormen. Dat verontrustende vooruitzicht spreekt ook uit de beelden van Jordan Herregraven, waarin voorwerp en dier door elkaar lopen
Het is verfrissend hoe theorie- en egoloos The New Mother Sculptures is, vanwege de afwezigheid van tekstbordjes bij individuele kunstwerken. De centrale muurtekst laat nauwelijks iets los over de bedoelingen achter de tentoonstelling. Pas wanneer je bijna de hele tentoonstelling hebt gezien, is achter in de zaal een kaart te vinden die je vertelt welk kunstwerk door welke kunstenaar is gemaakt (al blijft het dan ook flink puzzelen). The New Mother Sculptures lijkt vooral bedoeld te zijn als een aansporing om zo onbevangen mogelijk te kijken – om vervolgens je eigen verbeelding aan het werk te zetten. Zo verwijst Jonas Ohlsson in zijn grote installatie met handgeschreven teksten expliciet naar de rechtse Nederlandse regering. Zou je dat beleid kunnen zien als een soort voorstadium van de desolate toekomst die andere kunstenaars hier presenteren? Van alle kunstwerken laat deze installatie op zichzelf veruit het minst aan de verbeelding over, maar binnen de tentoonstelling blijkt het onvermoede nieuwe lagen te maken. Die maken de boodschap des te sterker.
The New Mother Sculptures is een grote expositie; misschien wel iets te groot. Op de muurtekst mogen dan wel stichtelijke woorden staan over je telefoon in je broekzak laten, maar ironisch genoeg dreigt alsnog overprikkeling. Hoewel de gemiddelde kwaliteit van de kunstwerken erg hoog ligt, schiet de tentoonstelling een beetje zijn doel voorbij: geconcentreerd de kunst in je laten opnemen, gaat moeilijk met zo’n grote hoeveelheid kunstwerken, die vaak ook nog heel gedetailleerd blijken te zijn. Op de weg terug vraag ik me af of ik alles toch wel aandachtig genoeg heb bekeken. Dat is echter ook een van de weinige dingen – naast het relatieve gebrek aan focus – die er over de tentoonstelling te klagen valt, en zelfs dan is ‘klagen’ nog een groot woord. Al met al is The New Mother Sculptures een prikkelend ratjetoe, dat mede door de atypische manier van presenteren goed past in de geest van de historische Cobra-kunstenaars: speels, maar met een serieuze (maatschappelijk-politieke) ondertoon.
Voices From a Simmering City
Er is in Museum Cobra vrijwel gelijktijdig nog een andere tentoonstelling te zien die een brug slaat tussen hedendaagse kunst en de historische voorgangers: Voices From a Simmering City van Sylvie Zijlmans en Hewald Jongenelis. Dat er een goede aansluiting is met Cobra is logisch, want het duo is er min of meer expliciet op uitgekozen. De tentoonstelling vindt immers plaats binnen het kader van de Cobra Kunstprijs Amstelveen, die het duo kreeg toegereikt. Zijlmans en Jongenelis worden door de jury geroemd om hun speelsheid, de ruimte voor experiment, en de gezamenlijke aanpak, die aansluit op de Cobra-geest van weleer.
Voices From a Simmering City maakt onderdeel uit van die bekroning en bestaat uit een tweetal videopresentaties, sculpturale objecten, en een versierd bouwwerk dat zich als een soort bioscoop om de werken heen bevindt. In een van de twee zaaltjes draait een reeks registraties van performances, waarin de bewoners van een Amsterdamse buurt afwisselend performer en toeschouwer zijn. In een van de video’s zie je hoe kinderen reageren wanneer mensen met sculpturale maskers en een blazend mobiel beeld hun straat betreden: eerst een beetje bang, daarna met plezier. Voor een andere performance werden flatbewoners uitgenodigd om alledaagse geluiden te maken voor een microfoon. Zo bladert iemand in een boek en wordt dat geluid versterkt. Het is een beetje alsof Wim T. Schippers gevraagd is om community-art te maken.
Deze video’s vormen echter het minst interessante deel van de tentoonstelling. De video’s blijven te veel een registratie en te weinig een kunstwerk op zichzelf. Ik krijg het gevoel dat er iets conceptueels achter deze taferelen zit, dat nooit echt uitgelegd wordt. Het helpt ook niet mee dat de sculpturale attributen voor de performances zich niet ín het bouwwerk bevinden, maar daarbuiten. De installatie voelt zo te weinig als een geheel, en het ‘je had erbij moeten zijn’-gevoel van de performances is gewoonweg te groot. Ook de begeleidende teksten zorgen niet direct voor een zetje in de juiste richting. Soms is gewoonweg onbevangen kijken niet genoeg.
Aanzienlijk interessanter is They Live In Us (oorspronkelijk uit 2020), een korte film van een halfuur, die opgenomen is in Brooklyn. Dit werk overtuigt veel meer als een op zichzelf staand kunstwerk. Een verhaallijn lijkt te ontbreken, want thema’s worden met name zijdelings aangesneden. Het zijn hier vooral de beelden die spreken: figuren die half-mens, half-ding zijn dankzij hun sculpturale outfits, horecatafeltjes die tot leven lijken te komen, auto’s die schokkend heen en weer bewegen op hun plaats. Hier is weliswaar een vage hint van een achterliggend concept te ontdekken, vooral vanwege een voice-over die dingen beweert als dat New York geen echte stad is. Waarom? Daar kom je tijdens het kijken niet volledig achter.
They Live In Us wisselt een droge documentairestijl af met de ontregeling van een droom; type ‘veertig graden koorts’. De video wordt vooral bijeengehouden door de vervreemdende humor – het leem van dit werk, als het ware. In de redelijk lange muurtekst, die zowel de kunstenaars als de kunstwerken inleidt, staat dat psychiatrische patiënten bij de productie waren betrokken. Toch lijkt die informatie wat weg te zakken. Je wordt zo vaak geconfronteerd met vervreemdende gebeurtenissen in de video, dat het moeilijk is om je ook nog eens het – cruciale – tekstfragment aan het begin van de tentoonstelling te herinneren. Wellicht hadden er beter afzonderlijke bordjes bij de video’s geplaatst kunnen worden.
Er zit waarschijnlijk behoorlijk wat ellende achter They Live In Us, die niet volledig overkomt door de hoge mate van surrealisme. Wanneer ik achteraf de muurtekst weer lees, voel ik me met name een beetje schuldig over de scène waarin een man zijn gezicht niet kan voelen, met een aantal hilarische close-ups. Dat moet waarschijnlijk óók een tragische hulpvraag hebben verbeeld. Wanneer je alle visuele indrukken hebt ondergaan en vervolgens je brein aan het werk zet om er chocola van te maken, komt de serieuze ondertoon des te harder aan.
Het is altijd een beetje lullig om tentoonstellingen met elkaar te vergelijken, ook omdat je ze gewoon prima tijdens hetzelfde museumbezoek kunt bekijken. Bovendien zijn The New Mother Sculptures en They Live In Us een fraai duo samen, die laten zien hoe je sommige thema’s op een geheel visuele manier kunt aansnijden, en andere om toch iets meer conceptuele inkleuring vragen. Bovendien: je mag zowel je hersenen flink aan het werk zetten, als je ogen uitkijken. Wat mag je nog meer van kunst verlangen?
The New Mother Sculptures is tot en met 2 maart 2025 te zien in Museum Cobra (Amstelveen); Voices From a Simmering City van Sylvie Zijlmans & Hewald Jongenelis tot en met 23 maart 2025; (de huidige versie van) het open depot tot en met 31 december 2024.
Maarten Buser
is dichter en kunstcriticus






