
‘Ik hoop dat Surinamers voelen dat hun verhalen gehoord mogen worden’ – In gesprek met curator Noukhey Forster over Wi Sranan – vijftig jaar onafhankelijk Suriname in Museum Cobra
Begin deze maand opende in Museum Cobra de tentoonstelling Wi Sranan (‘ons Suriname’), samengesteld door gastcurator Noukhey Forster. Forster bracht 24 kunstenaars en één kunstenaarscollectief samen, afkomstig uit Suriname en de Surinaamse diaspora. Wi Sranan markeert de vijftigjarige onafhankelijkheid van Suriname. Een viering mag je dit moment volgens Forster niet noemen. ‘Het moment van onafhankelijkheid werd vijftig jaar geleden op zo veel verschillende manieren beleefd dat het ingewikkeld is om er eenduidig over te zijn. Het is vooral een moment van reflectie, een moment om bij stil te staan.’
Museum Cobra voelde al enige tijd de urgentie om een ode te brengen aan Surinaamse kunst en zag met de aanstaande markering van vijftig jaar onafhankelijkheid van Suriname een kans. Het museum vroeg culturele duizendpoot Noukhey Forster om de tentoonstelling vorm te geven en kunstenaars bij elkaar te brengen. Forster vertelt dat hij na deze uitnodiging direct de archieven inging op zoek naar verbanden tussen de Cobra beweging en Surinaamse kunst. Hij vond onder andere een foto van Surinaamse kunstenaar Soeki Irodikromo die in de jaren negentig samen met andere kunstenaars het Cobra Museum bezocht. Naar verluidt was Irodikromo bezield door wat hij zag in het museum en verwerkte hij zijn vers opgedane inspiratie direct in nieuw werk. Werk van Irodikromo is ook te zien in Wi Sranan, samen met ander werk van kunstenaars van de oude Surinaamse garde zoals Rinaldo Klas en Guillaume Lo A Njoe. De verbanden met de Cobra beweging zijn volgens Forster bij lange na niet het belangrijkst in de tentoonstelling. Vrijheid is de rode draad. ‘Vrijheid om te laten zien wie je bent en vrijheid om verhalen te vertellen vanuit je eigen perspectief.’
'Mode en textiel zijn zo'n belangrijk onderdeel van de Surinaamse cultuur'
De tentoonstelling opent met een installatie van Meredith Joeroeja. Watra mama, de godin van de rivieren, staat vooraan bij de entree en vangt de aandacht. 40.000 kraaltjes werden volgens traditionele Inheemse technieken met behulp van de lokale Surinaamse gemeenschap in de jurk gezet en er zijn patronen in verwerkt die kenmerkend zijn voor de Tembe kunst van de Marroncultuur. Op een videoscherm dat bij de installatie hoort is te zien hoe handen de kraaltjes inzetten, stoffen knopen en manden vlechten. Watra mama is omringd door smalle houten bootjes die je zonder er al te veel fantasie voor nodig te hebben door de brede Surinamerivier ziet glijden, omringd door de donkere bossen van het land. De bootjes zijn versierd met de patronen van de elementen. De tentoonstelling openen met een mode-installatie was voor Forster een statement: ‘Ik vind dat het onderscheid tussen mode en kunst vaak veel te rigide is. Mode hoort ook thuis in het kunstveld. Daarnaast zijn mode en textiel zo een belangrijk onderdeel van de Surinaamse cultuur. Ze zijn een van de oudste vormen van expressie.’ Even verderop in de tentoonstelling is ook werk van modeontwerper Marga Weimans te zien. Met AI gegenereerde foto’s staat ze stil bij een categorisatiesysteem waarmee de mate van kroesheid van haar kan worden bepaald, met A1 als meest losse krul en 4C als meest dichte krul. In het werk nodigt ze uit tot een nieuwe benadering van afrohaar, zowel in de AI omdat de algoritmen kroeshaar vaak uitsluiten, maar ook in het dagelijkse leven: ‘Ik wil het laten zien in de context van creativiteit of als startpunt van een nieuwe wereld.’
Wi Sranan geeft veel aandacht aan spiritualiteit. Er zijn tal van hedendaagse interpretaties van de winticultuur te zien; Het Totomboti collectief, Maikel Deekman, Marcel Pinas. Remy Jungerman eert in de installatie Posu YAW zijn spirituele voorvader Piet Mondriaan. De installatie behelst een groot vierkant bekleed met pangi stoffen en bedekt met witte pimba klei. Posu betekent heiligdom in het Sranan Tongo en YAW is het Ghanese woord voor donderdag, de geboortedag van Mondriaan. De kleurencombinaties van de pangi stoffen verwijzen naar de vier elementen uit de Winti religie; aarde, lucht, water en bos. De pimba klei legt de verbinding met de geestenwereld. Een ander werk met een transcendentaal karakter is de installatie The Nene Rituals van Kurt Nahar. Op de grond liggen kalebassen in de vorm van bovenaanzicht van een schip. Nahar verbeeldt het slavenschip Leusden dat in 1738 langzaam zonk voor de monding van de Marowijnerivier met 680 tot slaaf gemaakte mensen aan boord waarvan er slechts 16 overleefden die vervolgens in Suriname als slaaf werden verkocht. Tussen de kalebassen liggen bierflessen en kaarsen, die doorgaans bij winti-ceremonies worden gebruikt. Het werk is een eerbetoon aan de mensen die toen zijn verdronken, hun verloren nageslacht en alle mensen die tot slaaf zijn gemaakt. Forster vindt het belangrijk dat de verhalen over het slavernijverleden verteld blijven worden en dat dit verleden breder gedragen en erkend wordt. Maar hij benadrukt ook dat het belangrijk is om Suriname niet te reduceren tot enkel dat slavernijverleden. ‘Er is zoveel meer.’
Meerdere versies van Suriname
Er bestaat zowel het Suriname van de Surinamers die er wonen als het Suriname van de diaspora en ook daarbinnen heeft elke bevolkingsgroep een eigen Suriname. De Surinaamse diaspora is niet veel kleiner dan het aantal mensen dat nu in Suriname woont waardoor het begrip Suriname ook vaak rust op herinneringen, verhalen, foto’s, misschien een nostalgisch verlangen naar een thuis dat niet meer is zoals het was. In de compilatiefilm Ai Sranan van Xavier Robles de Medina worden korte filmfragmenten uit de recente Surinaamse geschiedenis van 1975 tot heden in niet-chronologische volgorde onder het lied Blaka Rosu van Lieve Hugo afgewisseld met beelden van een wit busje op een zanderige autoweg dat stuurloos lijkt en uiteindelijk van de weg af raakt. In een van de fragmenten is te zien hoe een groep Surinaamse mensen op vliegveld Zanderij op een KLM-vliegtuig afloopt, klaar voor de overtocht naar Nederland, net zoals zoveel anderen hen voorgingen rondom de onafhankelijkheidsdag, bang als ze waren voor de chaos, het geweld en de corruptie die zou volgen en niet wetende dat ze in Nederland niet het thuis zouden aantreffen dat ze hadden verwacht. Integendeel, velen van hen zouden Suriname altijd blijven missen maar er nooit naar terugkeren. In de film Mama Sranan van Tessa Leuwsha, die in de tentoonstelling te bekijken is, zegt de hoofdpersoon, de Surinaamse wasvrouw Fansi ‘In Holland is het paradijs als een schaduw. Soms achter je, soms voor je maar nooit met je.’ Misschien is de Surinaamse bevolking en de Surinaamse diaspora altijd wel verscheurd tussen de twee landen, Nederland en Suriname, altijd hier én daar. Met dat idee schilderde Kenneth Flijders wellicht het op het eerste gezicht vrolijke Excursie naar…, een schilderwerk in klassieke stijl met daarop afgebeeld een gestrande treinwagon in Suriname vol mensen, maar nergens zijn de treinrails te bekennen.
In de tentoonstelling is ook ‘lichter’ werk te zien. Vrolijke met stof beklede slangen van Neil Fortune bijvoorbeeld die als kleurrijke guirlandes aan het plafond hangen en een nieuwe kleurdimensie krijgen wanneer een bezoeker op de bijbehorende knop drukt.
Forster hoopt dat de tentoonstelling inspireert en emancipeert. ‘Ik hoop dat niet-Surinamers en Surinamers veel van de tentoonstelling leren. Ik hoop ook dat Surinamers zichzelf nog meer kunnen waarderen voor wie ze zijn, dat ze hun plek durven innemen in de maatschappij en dat ze voelen dat hun verhalen gehoord mogen worden en dat die verhalen ertoe doen.’ Hij is zich bewust van het enorme palet aan disciplines, beeldtalen, stijlen en sferen in de tentoonstelling en denkt dat het de enige manier is geweest om de veelzijdigheid van Suriname en van de Surinamers weer te geven. ‘Het kon niet anders dan met een veelvoud aan verschillende kunstenaarsperspectieven.’
Wi Sranan is tot en met 1 maart te zien bij Museum Cobra in Amstelveen
Ashley Swagers
is kunsthistoricus en schrijver






