metropolis m

Zaaloverzicht Sandra Mujinga – Skin to Skin, Stedelijk Museum Amsterdam, 2025. Foto: Peter Tijhuis

In Skin to Skin in de kelderruimte van het Stedelijk Museum Amsterdam nodigt Sandra Mujinga de bezoeker uit voor een collectief ritueel van vermenigvuldiging. Met vijfenvijftig vrijwel identieke sculpturen tegelijk in één ruimte opgevoerd, stelt ze vragen over oorsprong en transformatie, intimiteit en camouflage, en het spanningsveld tussen hyperzichtbaarheid en ongrijpbaarheid. GO TO ENGLISH HERE

Metropolis M: De titels van je tentoonstellingen zijn heel specifiek: Shapeshifters, Shadows of New Worlds, Midnight at, Spectral Keepers. Worldview was je eerste solotentoonstelling in de VS, gevolgd door Lack, I build my skin with rocks, Fleeting Home, Time as a Shield, en nu Skin to Skin in het Stedelijk Museum. Ze klinken als scènes in een film of afleveringen van een serie. Wat probeer je ermee over te brengen?

Sandra Mujinga: ‘Dat hangt echt af van de tentoonstelling. Soms werkt het als een gesprek, of als een manier om een wereld te openen. Ik heb bijvoorbeeld zinnen van [Édouard] Glissant gebruikt en ze aangepast in een nieuw kader geplaatst, zoals I build my skin with rocks. Bij Croy Nielsen gebruikte ik eens een titel als een soort winkelbord dat je van buiten ziet, terwijl het tegelijkertijd afleidt van wat er binnen te zien is. Titels zijn als winkelpuien: ze bieden een ingang, maar zijn ook gelaagd en gecodeerd. Degenen die het begrijpen, snappen het meteen. Ik zie het als een andere manier van communiceren. Skin to Skin heeft ook meerdere betekenissen. Het kan gaan over intimiteit en nabijheid, maar net zo goed over de overgang van de ene huid naar de andere, wat bijna brutaal is in de zin van klonen. Hebben jullie Mickey 17 gezien?’

MM: Ja, ik was eigenlijk best teleurgesteld. Wat vond jij ervan?

SM: ‘Ik vond het wel een goede romantische komedie. Een film met humor in een dystopisch kader. Terwijl Mickey zijn verleden verwerkt, als een soort innerlijk kind dat omgaat met dingen die hij heeft gedaan maar niet kon controleren, sterft hij telkens opnieuw en wordt hij opnieuw geprint. Als je over die sterfgevallen doordenkt, wordt het eigenlijk alleen maar interessanter.’

MM: Dat herhaalde sterven van een lichaam dat telkens opnieuw geprint wordt, sluit op een bepaalde manier aan bij je praktijk.

SM: ‘Dit telkens opnieuw sterven, deed me denken aan Gaza: een proeftuin voor het militair-industrieel complex waar mensen worden misbruikt door nieuwe technologieën en wapens op te testen. Mickey wordt in allerlei verschillende situaties gegooid, of het nu gaat om besmetting, of om buitenaardse wezens die zijn gedachten kunnen lezen of hem mogelijk kunnen doden of opeten. De wetenschappers wilden alleen maar zien hoe, en hoe snel hij sterft, om van zijn reacties te leren en nieuwe benaderingen te ontwikkelen: een remedie, een vaccin, of gewoon kennis, via levend onderzoek.’

Titels zijn als winkelpuien: ze bieden een ingang, maar zijn ook gelaagd en gecodeerd. Degenen die het begrijpen, snappen het meteen

Zaaloverzicht Sandra Mujinga – Skin to Skin, Stedelijk Museum Amsterdam, 2025. Foto: Peter Tijhuis
Zaaloverzicht Sandra Mujinga – Skin to Skin, Stedelijk Museum Amsterdam, 2025. Foto: Peter Tijhuis

MM: Eerder, in relatie tot verschillende films in relatie tot je werk, zoals Arrival, Blade Runner, Alien, zei je dat jouw werk vaak te snel in een sciencefictionhoek wordt geplaatst, terwijl je je juist bezig houdt met de realiteit van nu.

SM ‘Wat ik wilde zeggen was dat ik het gevoel heb dat we gewoon in een tijd leven waarin we door de term zijn ingehaald. Weet je nog dat Black Mirror in 2016 twitterde dat ze niets meer toe te voegen hadden? Voor mij was sci-fi, of het idee van speculatieve toekomsten voorheen belangrijk omdat het liet me zien hoe de linkse politiek moeite had om zich een andere toekomst voor te stellen. Er was toen een renaissance van sci-fi met Graham Harman, Quentin Meillassoux, China Miéville en andere schrijvers. Nu heb ik het gevoel dat we gewoon in een tijd leven waarin het geen subgenre meer is. Die toekomst waar ze het over hebben is er al.’

MM: Je werk wordt veel via beelden verspreid, in (social) media en online, waarbij in de vertaling naar die beelden veel van het werk verloren gaat: het geluid, het licht, de fysieke ervaring. Hoe vind je dat?

SM: ‘Het is een interessante kwestie omdat ik een verleden met performance heb, wat niet vaak aan bod komt. Bij performance moest je echt nadenken over de documentatie en hoe die in de toekomst zou worden geïnterpreteerd. Je documenteert niet per se alles nauwkeurig, maar je denkt na over hoe het overkomt, hoe je het kunt ensceneren. Dat heeft me geholpen om over circulatie en toekomstige verschijning van werk na te denken.
Ik maak mijn werk ook niet als illustratie van wat ik lees, maar als dialoog tussen wat ik meemaak en wat ik lees. In Noorwegen nam ik deel aan veel discussies over diversiteit in de kunst en de zichtbaarheid van mensen van kleur. Ik was me altijd bewust van projecties en verwachtingen, en dacht na over manieren om vrij te zijn. Het idee dat je in een donkere club staat, niemand kijkt naar je – die vrijheid probeer ik in de tentoonstellingsruimte op te roepen. Het groen in mijn werk zie ik als een mantel, als camouflage. Het is alsof je een groene stof over de sculpturen legt en ze daarmee beschermt. En hoe ze circuleren of online te zien zijn: je weet nooit echt hoe ze er in werkelijkheid uitzien. Mijn galeries vinden dat vreselijk (lacht).’

MM: Maar je hebt eerder ook blauw gebruikt, bijvoorbeeld bij de Future Generation Art Prize in Kyiv (2024)?

SM: ‘Ja, dat was precies hetzelfde blauw als in de stof. Het werkte als een soort uitwissing: door exact dezelfde kleur voor de muren te gebruiken, ontstond er een spel met hyperzichtbaarheid. Die stof had ik ooit op de kop getikt in New York, tweedehands, en pas later bleek het perfect als sculpturaal canvas. Ik wist eerst niet hoe ik het moest gebruiken, maar het bleek een heel goede sculpturale stof te zijn.’

MM: Ik wist niet dat ook de muren beschilderd waren, dat de kleur daarvandaan kwam.

SM: ‘Mensen vragen me vaak of mijn sculpturen groen zijn. Ik weet dus niet zeker of ze het verschil zien tussen het licht op de sculptuur en de groene kleur zelf. In Leipzig heb ik voor Fleeting Home juist geen kunstlicht gebruikt. De zon was een personage op zich, omdat ze zo aanwezig was. Skin to Skin reist straks door naar het Belvedere in Wenen. Dat wordt spannend, want daar is veel daglicht. Ik lees nu Solar Politics van Oksana Timofeeva, die ik eerder las op de academie, een geweldig boek. Dat doet me denken aan Negrestani’s uitspraak: “De zon is een wrede god.” Sindsdien denk ik vaak aan die zin. Net als aan Doro uit Wild Seed van Octavia Butler – een personage dat in feite de dood belichaamt. Mijn vraag is: hoe zou de zon eruitzien als ze ons daadwerkelijk aankeek? 

MM: En kun je wat zeggen over het geluid? Je hebt ook een achtergrond als dj en producer.

SM ‘Geluid en muziek hebben me altijd geholpen om na te denken over sculpturen. Ik zeg graag dat mijn geluidswerken de voorlopers zijn van mijn sculpturen. Onlangs kwam ik weer in aanraking met een boek van Peggy Phelan, rond dezelfde tijd dat ik weer muziek begon te maken. Ik ben het type persoon dat theorie leest en daar dan de rest van mijn leven mee bezig blijft. Ik denk steeds weer na over dezelfde boeken. Ik las Phelans Unmarked: The Politics of Performance tijdens de academie. Ze had het over ideeën over het creëren van een immateriële aanwezigheid. En ik dacht: dat kan ik met geluid creëren. Geluid is altijd het startpunt geweest om na te denken over lichamen die niet zichtbaar zijn. Het wordt een toegangspoort om na te denken over geesten of wat er overblijft.’ 

Geluid en muziek hebben me altijd geholpen om na te denken over sculpturen. Ik zeg graag dat mijn geluidswerken de voorlopers zijn van mijn sculpturen

Zaaloverzicht Sandra Mujinga – Skin to Skin, Stedelijk Museum Amsterdam, 2025. Foto: Peter Tijhuis

MM: Nora Turato zei dat performance steeds meer aanwezig zal zijn in de kunstwereld, omdat het het enige is wat daadwerkelijk kan bewijzen dat het echt is: het gebeurt hier en nu. Je kunt die directe ervaring niet faken. Al zijn er natuurlijk vast manieren te bedenken, bijvoorbeeld met hologrammen. Maar het is een interessante gedachte. Met AI, deepfakes en andere technologieën krijgen mensen toegang tot onderbewuste lagen, tegelijkertijd in verschillende ruimtes zijn, ook verdwalen in hun eigen creaties. Het lijkt ook relevant voor jouw werk, omdat je nadenkt over perceptie en het verlengen of de ervaring tijd.

SM: ‘Dat klopt. Eigenlijk moet je Undrowned: Black Feminist Lessons from Marine Mammals (2021) van Alexis Pauline Gumbs lezen. Dat boek gaat over manieren van leren van andere levende wezens, waarbij de menselijke ervaring niet centraal staat. Zelfs leren hoe walvissen ademen en dat verbinden aan de ervaring van Zwartheid en overleving. Alexis en ik voerden een gesprek voor de publicatie van Skin to Skin. We spraken toen over tijdreizen, en zij vertelde over voorouderlijke meditatie, waarbij je toegang krijgt tot meerdere vorige generaties. Ik doe dat zelf in relatie tot een toekomstig zelf. Ik ontmoet mijn oudere zelf, zestig jaar oud. Maar ik ontmoet ook de jongere zelf. Ik heb inner child-meditatie gedaan, waarbij je nieuwe herinneringen creëert.
In principe kan ik teruggaan naar een plek waar ik op een bepaalde leeftijd was, en dan toegang krijgen tot de behoeften van toen. Als ik uit die meditatie kom, is dat goed, want er verscheen een vrouw die me hielp, en dat was ik eigenlijk zelf. Je gaat dus terug in de tijd om hier en nu nieuwe herinneringen te creëren. En ik kan hetzelfde doen als het om de toekomst gaat, want je hersenen maken geen echt onderscheid tussen wat werkelijk is en wat verbeeld is, of wat verleden of toekomst is. Het is dus een manier om via verbeelding alternatieven te creëren, problemen op te lossen, of toegang te krijgen tot toekomstige of vroegere versies van jezelf.’

MM: Dat klinkt intens en complex, maar ook logisch. Is het van invloed op je praktijk?

SM ‘Ik heb nooit expliciet gezegd dat ik transgenerationele meditatie gebruik in mijn praktijk. Maar in zekere zin doet deze tentoonstelling dat wel. Er bestaan meerdere versies van jezelf – in dit geval – van één lichaam.’

Zaaloverzicht Sandra Mujinga – Skin to Skin, Stedelijk Museum Amsterdam, 2025. Foto: Peter Tijhuis

MM: Je hebt verschillende elementen in je werken gebruikt als portalen en zichtbaarheid, toegang tot andere dimensies en tijden. Het kost vaak tijd om te begrijpen hoe het in elkaar zit. Zoals je werk in MoMA en het Guggenheim: Pervasive Light (2021), waarbij je het figuur nooit volledig kon waarnemen. Bij Skin to Skin zijn alle dimensies tegelijk in dezelfde ruimte en op hetzelfde moment aanwezig. Toch kun je ze niet volledig zien, je weet niet wie het prototype is en wie de kopie. In die zin werkt het ook als camouflage. Wat zijn ze, als collectief van 55 lichamen en als individuele entiteiten?

SM: ‘Je kan lichamen zien als tijdcapsules, daarover sprak ik ook met Alexis [Pauline Gumbs]. Bij Time as a Shield werd ik overspoeld door advertenties over AI en voice cloning. Daardoor ging ik nadenken over hoe je een verouderende stem kunt vastleggen, die intimiteit van een stem, wat ik heel mooi vind. Bij Skin to Skin komt inderdaad de vraag op: welke is de eerste? Welke is nummer één en welke is nummer 55? Daarmee zou je een hiërarchie creëren, dus ik noem dat bewust niet. Het gaat erom ze als collectief te ervaren, als een “wij”. Tegelijkertijd begint het idee wel bij die eerste die wordt vermenigvuldigd en zo deze hyperzichtbaarheid creëert. Ze kiezen er allemaal voor om tegelijk zichtbaar te zijn.’

MM: Dus het is soort van ‘wij allemaal, of helemaal niets’?

SM: ‘Precies. Het is moeilijk iedereen te controleren als ze op meerdere plaatsen tegelijkertijd zijn. Uiteindelijk zijn ze één lichaam, en doordat ze zijn vermenigvuldigd wordt hun uiterlijk een soort uniform. De spiegelende portalen in de ruimte geven het publiek de kans om niet alleen te kijken, maar ook deel uit te maken van het “wij”.’

Deze tekst is vertaald door de redactie en eerder gepubliceerd in Metropolis M Nummer 4 2025

Sandra Mujinga, Skin to Skin, Stedelijk Museum Amsterdam,  13.9.2025 t/m 11.1.2026

Recente artikelen