metropolis m

Zaalopname Jesse Darling: Godsworth, 2026. Oude Kerk. Foto: Aad Hoogendoorn.

Met Godsworth presenteert Jesse Darling zijn eerste solotentoonstelling in Nederland. Darling benaderde de Oude Kerk als een veranderlijk landschap en ging op zoek naar de immanente structuren van de kerk, het geloof en de stad. Helena Julian spreekt Darling over zijn relatie met Amsterdam, hoop en religie.

Als ik Jesse Darling spreek, enkele uren voor de opening van zijn tentoonstelling Godsworth in de Oude Kerk, herinnert hij zich een flard uit een protestlied: ‘Sloop de huizen, bouw een hotel. De stad is net een groot monopolyspel.’ In deze context is die stad Amsterdam, maar de tekst zou evengoed kunnen slaan op elke grootstad waar stedelijke ontwikkeling wordt gedreven door winst boven het comfort van haar bewoners.

De huidige wegenwerken in Amsterdam zijn talrijk. Ook binnen in de kerk treft de bezoeker van Godsworth puin en zand aan. Ondanks de omvang van die ruimtelijke ingrepen, met alle logistiek en overleg die daarbij komen kijken, blijft de kerk zelf toch het hoofdonderwerp. Darling wil met zijn werk niet verstoren, maar iets toevoegen.

Helena Julian

Je bent een aantal weken bijna dagelijks in de Oude Kerk geweest. Hoe verliep de samenwerking met het kerkgebouw?

Jesse Darling

‘Ik begin hem een beetje te leren kennen, maar het is een gebouw dat veel tijd vraagt. Zij, hij, het heeft zoveel te vertellen. Je kunt hier niet binnenkomen en zomaar denken dat je de plek begrijpt. Ik had eigenlijk niet genoeg tijd, maar misschien heb je dat hier nooit. Elke keer dat ik terugkwam, was het weer anders. Zelfs nu verandert het nog steeds en de tentoonstelling zal ook blijven veranderen.

Werken met concrete ruimte is belangrijk voor mij. Ik zou niet zeggen dat ik een studiopraktijk heb en eerlijk gezegd heb ik die nooit echt gehad. Ik werk bijna altijd in reactie op een ruimte, op een context. En een ruimte stopt voor mij niet bij de muren. Ze loopt door in de stad, de buurt, het land, maar ook in hoe mensen in verband staan met de plek.’

‘Ik zou niet zeggen dat ik een studiopraktijk heb en eerlijk gezegd heb ik die nooit echt gehad. Ik werk bijna altijd in reactie op een ruimte, op een context.'

Zaalopname Jesse Darling: Godsworth, 2026. Oude Kerk. Foto: Aad Hoogendoorn.
HJ

Voor je deelname aan de Turner Prize 2023 in de Britse kuststad Eastbourne maakte je ook nieuw werk, tegen de verwachting van de prijs in, waar meestal eerder gepresenteerd werk wordt getoond. In dit geval kende je Amsterdam al goed. Speelde dat mee in hoe je het werk hebt bedacht?

JD

‘Ja, natuurlijk, Amsterdam is een tweede thuis voor mij. Ik heb hier met tussenpozen tien jaar gewoond en ik spreek de taal. De Oude Kerk is het oudste gebouw van de stad. Het heeft een eigen plek in de geschiedenis van Amsterdam. Ik heb mijn eigen Amsterdamse verhaal, ik weet iets van de stad. Dat maakte het persoonlijker dan ik had verwacht, al is het werk niet autobiografisch.’

HJ

Waar zit voor jou dat persoonlijke?

JD

‘Ik werk al langere tijd met ideeën van geloof en arbeid. Maar ook vernietiging, regeneratie, ineenstorting en groei. De context van de kerk geeft me een manier om daarover na te denken. Bijvoorbeeld: al die altaren van de verschillende stadsgildes, met hun heiligen, waren in feite een soort verzekeringspolissen. Een manier om te bidden voor het goede en een goed leven. Het heeft alles te maken met werk, met arbeid en met hoop; met wat geloof is in het algemeen. Die dingen zijn niet van elkaar te onderscheiden.

In de middeleeuwse kerk zie je veel meer subjectiviteit, seks en dood, meer planten- en dierenleven. Ook het heilige vrouwelijke komt daar veel sterker naar voren, met een zekere subversiviteit in beelden. Deze dingen zijn grotendeels verdwenen uit de kerk van de Vader, zoals die in het boek staat, en uit de leer die daaruit is voortgekomen.

Ik probeer ook de geschiedenis van de Europese moderniteit, die tegelijk een koloniale, slavernij- en kapitalistische moderniteit is, te lezen via die theologische geschiedenis, omdat ze zo met elkaar verweven zijn. Vanochtend zat ik met mijn vader op een toeristenboot op de grachten en de gids vertelde over de Wallen, als een plek van handel en vermaak. En ik dacht: voordat we dingen kunnen ontleren, moeten we eerst kijken naar wat we geleerd hebben en hoe diep dat in onze cultuur en in onze dagelijkse omgeving verweven zit. Wall Street ontleent zijn naam aan de Wallen. De Wallen is een heel specifieke samenkomst van handel, speculatie en circulatie, en hoe dat verbonden is met kapitalisme en kolonialisme. En de Oude Kerk zelf, midden in dat alles, ging ook over werk, over overleven, over bescherming. Geloof was niet iets abstracts. Het zat midden in het leven.’

Zaalopname Jesse Darling: Godsworth, 2026. Oude Kerk. Foto: Aad Hoogendoorn.
HJ

Ik zie het leven terug in de installatie, maar wel in een verstilde vorm. Een van de ruimtelijke ingrepen is de grote hoeveelheden puin die je hebt aangebracht op de vloer, dun op sommige plekken, kleine heuvels op andere. Op zo’n grote locatie als de Oude Kerk had zo’n gebaar al snel heel dramatisch of artificieel kunnen lijken, maar ik ervaar het eerder als een soort gezelschap voor het gebouw.

JD

‘Ik heb zoveel verhalen over deze plek gehoord. Dat zie je  terug in de vele verschillende soorten architectuur, ornamenten en materialen die verwijzen naar verschillende fases en stromingen van het geloof, die samen een soort historische bricolage vormen. Maar dat is ook een esthetiek die je kent van kraakpanden en alternatieve ruimtes. Ik heb een persoonlijke geschiedenis in dat soort ruimtes, die mijn esthetiek voor de rest van mijn leven heeft beïnvloed.

Maar vanaf het moment dat een gebouw erfgoed wordt, stopt die bricolage. Het wordt bevroren in de tijd en goed onderhouden, maar de levendige ontwikkeling stopt. Heel anders dan hoe het gebouw vroeger gebruikt werd. Ik wilde iets van die circulatie, die beweging terugbrengen. De kerk blijft het hoofdonderwerp, of de hoofdpersoon.  Daarnaast kunnen enkele objecten die ik plaatste allerlei verhalen oproepen, voor iedereen anders. Voor mij brengt dat iets van die drukte van vroeger terug. Alle werken die ik heb gemaakt, alle objecten die we plaatsten, alles probeert meer van de kerk te laten zien. Meer van haar leven, haar verhalen, haar mogelijkheden. De tentoonstelling is minder een verzameling van mijn werk dan een reactie op wat er al is.’

‘Vanaf het moment dat een gebouw erfgoed wordt, stopt die bricolage. Het wordt bevroren in de tijd en goed onderhouden, maar de levendige ontwikkeling stopt.'

Zaalopname Jesse Darling: Godsworth, 2026. Oude Kerk. Foto: Aad Hoogendoorn.
HJ

Er zijn ook objecten die directer verwijzen naar een religieuze, of in ieder geval spirituele context. We zien theelichtjes, kleine geïmproviseerde altaren, jonge bomen strak verticaal op stalen constructies, misschien als een soort kerkhof. In de flank van de kerk hangt een grootschalige installatie van gevonden blauw zeil, evengoed een gracieus gesluierd figuur.

JD

Mijn gevoel was: we delen hier eigenlijk dezelfde basis. Als Europese heidenen, of hoe je het ook wilt noemen, zijn we allemaal gevormd door het christendom. Maar ik voel me ook aangetrokken tot andere manieren waarop mensen buiten officiële structuren toch rituelen maken: straataltaren, ghost bikes, linten die mensen vastbinden aan beelden en hekken.

De jonge bomen op de steigers die ik plaatste zijn voor mij misschien wel het duidelijkste beeld van geloof. Je zou het kunnen samenvatten als: de kerk is de steiger, het geloof is de boom. Maar wie heeft ooit gehoord van een boom die een steiger nodig heeft? Dat vind ik mooi en grappig. De structuur is er, en vanuit die structuur kan iets groeien. Maar dat groeiende leven heeft die structuur natuurlijk niet echt nodig.

De hangende figuur moest Maria voorstellen, alhoewel sommige mensen haar zien als een geest of een dementor. Ik ben meer geïnteresseerd in de sterfelijkheid van Jezus dan in zijn onsterfelijkheid. En zijn moeder, als iemand die haar zoon zag sterven. Ook de hele geschiedenis van reproductieve arbeid binnen de kerk, en wat de kerk daarmee heeft gedaan, fascineert me. Dus natuurlijk moest zij eruitzien zoals ze eruitziet. Groots, maar ook beschadigd, vreemd, misschien spookachtig. Ze beweegt ook, ze gaat op en neer doorheen de dag.’

‘Als Europese heidenen, of hoe je het ook wilt noemen, zijn we allemaal gevormd door het christendom.'

HJ

In de jonge bomen die je plaatste zie ik ook een beeld van hoop. Je begint niet aan een boom als je niet hoopvol bent over de toekomst. Ik zag een medewerker van de kerk stukken van de grond bewateren, jullie hebben hier en daar ook gras en kruiden gezaaid. Hoe verhoudt het werk zich tot hoop?

JD

‘Ik weet niet of ik het woord hoop makkelijk gebruik. Hoop is ingewikkeld. Ik zou eerder zeggen dat ik nieuwsgierig ben naar wat er daarna gebeurt. Ook in een cyclus van dood en groei. In een leven kun je meerdere keren leven en sterven. De meeste mensen die ouder worden, weten dat, denk ik. En een kerk ziet dat allemaal gebeuren.

Kapitalistische moderniteit is gebouwd op eindeloze groei. Maar dat is waanzin, want zonder dood kan er geen groei zijn. Als iets omvalt, komt er iets anders. Misschien ziet dat eruit als jonge bomen. Misschien als tijdelijke oplossingen, kaarsen in de aarde, steigers, puin. Er is een citaat van Martin Luther dat ik mooi vind, het gaat ongeveer zo: ‘als ik wist dat morgen de wereld ten onder ging, zou ik alsnog vandaag een appelboompje planten.’ Alles begint ergens, en alles moet ook ergens eindigen.’

Zaalopname Jesse Darling: Godsworth, 2026. Oude Kerk. Foto: Aad Hoogendoorn.
HJ

Voor wie is deze tentoonstelling gemaakt?

JD

‘Eerlijk gezegd denk ik dat een van de belangrijkste publieken de kerkgemeenschap is. Maar het is ook een soort thuiskomsttentoonstelling. Veel van mijn oude vrienden hebben mijn werk nooit in het echt gezien. En het is voor de doden, voor de gelovigen, voor de mensen zonder geloof, voor mensen die geïnteresseerd zijn in de kerk, voor mensen die zich niet op hun gemak voelen in de kerk, voor de mensen die het samen met mij hebben gemaakt, en voor mensen die ik nog niet ken. Een kerk is gebouwd als plek voor het goddelijke, als een uitgestrekt veld, een energetisch veld waarin dingen en geschiedenissen samenkomen. Ik wilde dat niet onderbreken. Ik wilde er iets aan toevoegen.’

Godsworth is tot en met 27 september te zien in de Oude Kerk

Helena Julian

is curator en schrijver

Gerelateerd

Recente artikelen