
Stiltes in archieven – Een gesprek met Sabine Groenewegen
Sinds haar eerste veelgeprezen speelfilm, Odyssey (2018), heeft kunstenaar en filmmaker Sabine Groenewegen een unieke reeks films gemaakt waarin archiefmateriaal en audiovisuele toe-eigening worden gecombineerd om de levende sporen van het Nederlandse kolonialisme bloot te leggen. Rachael Rakes gaat met Groenewegen in gesprek over haar recente film, Surrounding Silences, momenteel te zien in het Wereldmuseum, en haar huidige onderzoek naar rubberplantages, vrouwen en de stiltes in archieven.
Na een academische vorming in sociale wetenschappen en ervaring in het ondersteunen van documentaire film, ontwikkelde Groenewegen een eigenzinnige artistieke praktijk op snijvlak van kunst en film. In haar sciencefiction en found footage film Odyssey (2018) plaatst ze de gewelddadige onderdrukking van bewegingen als Zwarte Piet is Racisme, in een historische context van raciale hiërarchie in beeldproductie. In een meer recent werk, Remanence (2024), verwerkte ze niet eerder vertoond archiefmateriaal van een uit vrouwen samengestelde anti-oorlogsbeweging. Voor de recente film Surrounding Silences (2024), dook ze in het archief van het Eye Filmmuseum. De film richt zich als eerder op Zuidoost-Aziatische vrouwen, hun geschiedeniss van dubbele onderdrukking, hun onderwerping, verzet en representatie.
Rachael Rakes: Laten we beginnen met Surrounding Silences, een van je laatste werken, dat momenteel onderdeel is van de tentoonstelling Imprints in het Wereldmuseum in Amsterdam. Deze installatie maakt deel uit van een doorlopende reeks tentoonstellingen waarin het museum werk van kunstenaars toont die onderzoeken hoe Nederlands kolonialisme, slavernij, imperialisme en vroege marktstructuren nog steeds doorwerken in het heden. Jouw video wordt samen met het werk van twee andere hedendaagse kunstenaars gepresenteerd, dat ook verband houdt met de kolonisatie van Indonesië, de onafhankelijkheid en thema’s zoals diaspora, gemengde identiteiten, verborgen geschiedenissen en ruïnes. Kun je meer vertellen over dit werk?
Sabine Groenewegen: ‘Ik toon het werk daar als een tweezijdige projectie, waarbij er schaduwen weerszijden van het scherm ontstaan. Het werk maakt deel uit van een groter project waarin ik onderzoek doe naar de Nederlandse rubberplantages in Noordoost-Sumatra aan het begin van de twintigste eeuw. Ik richt me specifiek op hoe Aziatische vrouwen werden onderworpen en hoe de Nederlandse propagandamachines een productiesysteem verdoezelden dat feitelijk slavernij was, wat destijds door sommigen werd erkend. Toch weten maar weinig mensen in Nederland, en in veel delen van Indonesië, hiervan. De titel is geïnspireerd op een zin uit Tineke Hellwigs hoofdstuk Nyais van de Plantagebeheerders: “De stiltes die de Nyais in de koloniale tijd omgaven, blijven echoën in de postkoloniale periode.”
Het werk is door de locatie geïnspireerd. Het Wereldmuseum (voorheen Tropenmuseum) werd in 1910 opgericht als het Koloniaal Instituut, dat zich richtte op de bevordering van de exploitatie van de koloniën en het onderzoek ernaar. Een van de archieven van dit instituut, bevat een film over de Rubber Cultuurmaatschappij (RCMA), die wordt bewaard in het Eye Filmmuseum. Films uit deze collectie werden in opdracht van het instituut, de koloniale overheid en multinationale bedrijven gemaakt. De uitnodiging van het Wereldmuseum bood een kans om mijn archiefonderzoek te verbinden met de documentatie van de Nederlandse koloniale productiesystemen en propaganda.’
RR: Kun je iets meer vertellen over je keuze om de focus te leggen op rubber? Wat maakt rubber bijzonder in vergelijking met de vele andere vormen van exploitatie en plantages uit de Nederlandse koloniale tijd? En waarom was Sumatra zo’n belangrijk gebied?
SG: ‘Rubber werd al eeuwenlang door Inheemse gemeenschappen gebruikt. De industriële toepassing begon in de vroege negentiende-eeuw en kende een grote bloei met de uitvinding van de auto. In Zuid-Amerika en Congo werd rubber onder brute omstandigheden van slavernij en dwangarbeid geproduceerd. Ondertussen waren Braziliaanse zaden uit de Amazone naar Zuidoost-Azië gebracht, waar de Nederlanders Sumatra als vruchtbare grond voor koloniale expansie zagen. In Nederland was dit de periode waarin het cultuurstelsel werd vervangen door een systeem van particuliere investeerders en de zogenoemde ‘ethische politiek,’ waarbij een schijn van goede intenties moest samengaan met optimalisering van de winst.
Ondertussen nam de vraag naar rubber toe door de uitvinding van de Ford Model T en het gebruik van rubber in de wapenproductie. Nederlanders zagen Sumatra als een geschikt klimaat en geografische locatie, en brandden het oerwoud daar plat voor grootschalige plantages. Alleen was er een probleem; een tekort aan arbeiders. Hiervoor haalden ze arme arbeiders uit Java. Dit werd allemaal geregeld via de zogeheten koelie-ordonnantie en poenale sanctie. Na het ondertekenen van een contract en het ontvangen van een aanmeldbonus, werden Javanen (en mensen uit andere gekoloniseerde gebieden) verplicht om meerdere jaren te werken, en kwamen terecht in een systeem dat hen steeds verder in de schulden dreef. Zelfs toen werd dit door verschillende partijen al aangemerkt als een vorm van verborgen slavernij, maar het bleef bestaan, zelfs tot in de jaren 1930 De antropologe Ann Laura Stoler noemt Noord Oost Sumatra in die tijd: een “Modern Vortex of High Gear Capitalism”.’
RR: Je onderzoek naar de rubberplantages, evenals je bredere werk, richt zich vaak op de omstandigheden, rollen en uitbuiting van vrouwen, die na de onafhankelijkheid nog verder verborgen of genegeerd zijn geraakt.
SG: ‘Met Surrounding Silences en de plaatsing ervan in het Wereldmuseum ga ik in op de geschiedenis en de rol van het instituut binnen dit systeem van uitbuiting. Het is onderdeel van mijn bredere onderzoek naar Nederlandse plantocratie van de twintigste eeuw in Noord-Oost Sumatra en haar onderdrukking van vrouwen. Destijds werden propagandafilms vertoond aan jonge mannen om hen te verleiden naar de koloniën te gaan en plantagebeheerders te worden, met de belofte van snel rijk worden. Maar er werd ook gezinspeeld op iets waar niemand over sprak, maar wat iedereen wist dat er ’s nachts binnenshuis gebeurde. De omstandigheden van winstbejag, mannen in het middenmanagement die geen Europese vrouwen mochten meebrengen, racisme en de wetteloosheid van van de koelieordonnantie, creëerden een laboratorium van open geheimen.
Ik werd geïnspireerd door Pramoedya Ananta Toers korte verhaal Jongos + Babu, verteld vanuit het perspectief van een vrouw die niet begrijpt waarom haar baas haar plotseling Nyai noemt. Zijn schrijven onthult het geweld dat centraal staat in dat systeem, dat vrouwen als eigendom beschouwt. Ik worstel met deze verhulde geschiedenissen en probeer ze tot leven te brengen. En ik wilde de manier uitdagen waarop we spreken over de vrouwen die in die plantagesystemen werden onderworpen. Er is een naam voor zo’n vrouw, alsof dat een bestaande categorie is; de Nyai – terwijl de juiste woorden voor het systeem dat hen gevangen houdt ontbreken.’
RR: Ik denk dat dit een goed moment is om te vragen naar jouw persoonlijke geschiedenis met dit specifieke systeem van de niet-gewettigde vrouw, als we het zo mogen noemen?
SG: ‘Ik groeide op in een landelijk deel van Nederland. Pas toen ik midden-twintig was, ontdekte ik een foto van een overgrootmoeder van mijn moeders kant, en begon ik de archieven door te spitten om de Javaanse moederlijke lijn te achterhalen. Dit leidde naar een militaire context in Java waar soortgelijke structuren van vrouwen als wegwerpbaar eigendom bestonden. Woorden als Nyai, concubine, niet-gewettigde vrouw richtten in mijn ogen meer schade aan dan ze helderheid verschaffen.’
RR: Kun je iets meer vertellen over de situatie van de vrouw die als Nyai werd beschouwd?
SG: ‘Mannen hadden vrouwen nodig voor allerlei zaken, zoals hulp met de taal, onbetaald huishoudelijk werk, gezelschap en het stillen van seksuele verlangens. De vrouwen hadden geen enkele wettelijke rechten, zelfs niet over de kinderen die ze kregen. Hun bestaan was een publiek geheim. Dankzij de inspanningen van dekoloniale bewegingen is er een conceptuele verschuiving geweest waarbij we nu spreken van “tot slaaf gemaakten”.Wat zou een vergelijkbaar conceptueel herstel kunnen zijn in dit geval? Deze vrouwen werden vaak huishoudsters genoemd, een term die moest verhullen dat Europeanen hen op een lijn stelden met prostituees en tot slaafgemaakten. Natuurlijk gold dit niet voor allemaal; er zullen heuse mensen binnen dit systeem liefdevolle en bewuste relaties hebben gehad. Maar dat neemt niet weg dat het hele systeem was gebaseerd op eigendom, en dit vanuit de koloniale bedrijven zo werd gereguleerd. Welk woord dekt nauwkeurig het niveau van onderwerping en de constante dreiging daarvan? De term concubinaat heeft heel verschillende connotaties in verschillende contexten en dekt naar mijn mening de lading niet echt, behalve dat het impliceert dat de vrouw per definitie niet getrouwd is.
Deze geschiedenis werd actief ontkend terwijl ze plaatsvond, omdat slavernij officieel al afgeschafd was. Het achterhalen van wat er gebeurde betekent dus het ontrafelen van een heel systeem vol verkeerde benamingen en regelrechte leugens—wat heeft geleid tot intergenerationele afasie, door Stoler geduid als een cultureel onvermogen om dingen bij hun naam te noemen.’
RR: En je verwerkt deze meervoudig onderdrukte trauma’s in je lange film in ontwikkeling, Missing Scenes.
SG: ‘De film Missing Scenes gaat over de mysterieuze verdwijnen van een vrouwelijk personage, gespeeld door een Indo-Europese actrice, in de fictiefilm Rubber uit 1936, die zich afspeelt op een koloniale rubberplantage in Sumatra. Het ontrafelt verschillende lagen van historische stiltes rondom het leven van vrouwen en de winstmodellen van die tijd, en de echo’s daarvan. Daarnaast onderzoekt het hoe film—of het nu propaganda, documentaire of entertainment is—deze processen heeft gemedieerd.’
RR: Ik wil afsluiten met je ambitie om datgene wat je in de archieven vindt en via je films verhaalt, te vertalen naar publicaties en het toegankelijk maken van deze archieven in Indonesië. Deze archieven zijn namelijk lange tijd alleen in het Nederlands opgeslagen en enkel in Nederland beschikbaar geweest.
SG: ‘Ja, ik werk samen met wetenschappers en onderzoekers in Indonesië om een project op te zetten dat bronnen die ik in mijn werk gebruik, in bredere zin toegankelijk maakt, vooral met betrekking tot de verborgen geschiedenis van vrouwen. Dit zal bestaan uit een publicatie en evenementen om daarmee (uitgewiste) historische bewegingen van solidariteit te heractiveren.’
De tentoonstelling Imprints, waarin Surrounding Silences te zien is, is nog t/m 2 maart 2025 te zien bij het Wereldmuseum, Amsterdam. Een nieuw werk zal onderdeel zijn van een tentoonstelling Eye(s) Open in het Eye Filmmuseum in Amsterdam.
Rachael Rakes
is een curator en schrijver woonachtig in Amsterdam







