metropolis m

Lidwien van de Ven, “Promised Land / Palestine”, 2005, Museum Boijmans Van Beuningen, fotograaf: Goedewagen fotografie [detail].

In Nederland is racisme de veenbrand die voortwoekert, opgestookt door politiek en media. De kunstwereld reageert erop door zich aan te passen en weg te vluchten in discussies over schoonheid en andere positieve aspecten van het leven. Is dat wel zo slim?

Een veenbrand is een bijzonder fenomeen. Hij smeult vaak weken of maandenlang ondergronds voordat hij ineens aan de oppervlakte komt en hele gebieden verschroeid achterlaat. Branden die bijvoorbeeld in Siberië en Canada woeden, smeulen zelfs bij -50 °C onder het sneeuwdek door. De opgepotte koolstof, die duizenden jaren geleden daar werd gevormd, komt bij zo’n brand vrij en stuwt in hoog tempo de klimaatcrisis (om ook eens iets te benoemen) voort. En daarnaast gaat een veenbrand vaak gepaard met veel rookontwikkeling die je het zicht ontneemt.

Zoiets gebeurde er vorige maand, toen plotsklaps het hele land in de fik stond en je door de rookgordijnen even niet wist waar je naar keek. In NRC noemde Tom-Jan Meeuws het tumult waarbij half Nederland over elkaar heen buitelde in verontwaardiging en direct grote woorden zoals ‘pogroms’ en ‘Kristallnacht’ tegen de muren van de Tweede Kamer ketsten ‘ophefdwang.’ Daarmee bedoelde hij dat zodra het antisemitische frame op de schermutselingen was geplakt, feiten en nuance er niet meer toe deden. Die term ‘ophefdwang’ doet naar mijn mening geen recht aan de bewuste orkestratie van het tumult door binnen- en buitenlandse politici die er garen bij sponnen.

Bevolkingsgroepen tegen elkaar uit spelen, een zondebok aanwijzen en vervolgen, zijn klassieke methoden van volksmennerij. Zelf schrok ik me het leplazarus met welke snelheid het vuur zich vorige maand door ons parlement verspreidde via de meest discriminerende uitspraken en ingrijpende moties denkbaar.

Was ik die donderdagnacht erbij geweest (en dertig jaar jonger) dan had ik zo’n racistische en op moord beluste Israëliër die naar Amsterdam was gestuurd om rotzooi te trappen overigens zelf op zijn muil gespuugd. Dergelijk onbehouwen gedrag past vast niet bij ‘onze normen en waarden’ en deed me terugdenken aan het lagere schoolplein.

Nu is de vraag hoe met het tegen elkaar uitspelen van groepen burgers door binnen- en buitenlandse politici om te gaan. Wat me de laatste tijd in de kunstsector opvalt is de diversiteit aan volgzame aanpassingsmechanismen. De sociaal betrokken kunstenaar Jeremy Deller ziet groeiende zelfcensuur onder zijn Engelse vakgenoten, die steeds vaker hun mening over politiek beladen thema’s, zoals de oorlog in Gaza, voor zich houden. Vincent van Velsen (‘Zichtbaarheid is kwetsbaarheid’, Metropolis M Nummer 3 – 2024) signaleerde een beweging richting abstractie, een minder confronterende en dus veiligere keuze dan de geëngageerde in your face figuratie door Zwarte makers van het afgelopen decennium. En in onze contreien blijkt ineens het onderwerp schoonheid helemaal actueel. De Belgische filosoof Stéphane Symons schreef er een boek over waarin ik een nauw verhulde oproep las om toch vooral (identiteits-)politiek te laten voor wat zij is en in plaats daarvan als kunstenaar de schone, positieve aspecten van het leven te vieren. Eenzelfde pleidooi stak Jolande Withuis in oktober af in een opiniestuk in NRC. En zelfs notoir wereldnotulist Hans den Hartog Jager is ineens geïntrigeerd door de liefde en herontdekt het kleine en verstilde in zijn laatste Wereldkunst-artikelen.

Het is allemaal o zo begrijpelijk in barre tijden. Kunst is vanouds een domein waar niet alleen ruimte is om grote maatschappelijke en politieke thema’s te behandelen, maar waar ook liefde en schoonheid worden gevierd. Velen zullen bovendien beweren dat onderlinge verbinding hét grote vraagstuk van dit moment is en kunst is prima in staat om dat voor elkaar te krijgen: begrip, verbinding, bezinning, vreugde. Hartstikke fijn dus.

Wie zich zwak toont krijgt klappen, genade bestaat niet. Daarom is het zaak om in de kunst lieflijk escapisme niet als maatschappelijk antwoord te zien en terug te bijten

Toch is het zaak om op te letten wat de motieven zijn om de kunstproductie die veilige kant op te duwen en wat het de kunsten en onszelf oplevert of kost. De belangenbehartigers en gremia onderstreepten tijdens de kabinetten Rutte bijvoorbeeld steeds nadrukkelijker de rol van kunst als maatschappelijke verbinder. Dat deden ze in een poging om begrip te kweken voor kunst en met oog op continuering van overheidsbestedingen. De smekende toon die toen werd gebezigd bevestigde in mijn ogen de onderdanigheid ten aanzien van ruwe en principieel ongeïnteresseerde rechtse politiek. Politiek die uiteindelijk hardvochtig en rancuneus is en die prima in staat is om een zondebok te identificeren. Iedereen weet toch wat er gebeurt op het schoolplein, wie er in de fietsenstalling in mekaar wordt gerausd?

Op eenzelfde manier functioneert momenteel de maatschappij op instigatie van politici: wie zich zwak toont krijgt klappen, genade bestaat niet. Daarom is het zaak om in de kunst lieflijk escapisme niet als maatschappelijk antwoord te zien en terug te bijten.

Hopelijk blijft het aanklachten regenen tegen racistisch en xenofoob Den Haag en de genocidale Netanyahu, die in vijftien maanden tijd miljarden burgers wereldwijd van zich heeft vervreemd. Peilingen daarover halen de voorpagina’s niet, maar volgens onderzoeksbureau Ipsos kan nog maar 21% van de Nederlanders zich vinden in het Israël-beleid van de regering Schoof. Door massaal de escape-knop in te drukken in het zicht van autoritair en bruut geweld brengen we onszelf misschien in veiligheid, maar laten we vooral anderen in de steek.

Nous Faes

is eigenaar van The Sociological Studio for Policy and Research

Gerelateerd

Recente artikelen