
Culturele kenteringen – het einde van de diversiteit
In Amerika wordt de maatregel inmiddels op grote schaal doorgevoerd onder goedkeurende blik van Donald Trump, maar ook elders is de ommekeer ingezet. Vincent van Velsen schrijft over het einde van de diversiteit zoals die zich ook in de kunstwereld laat merken.
In de afgelopen jaren is de aandacht voor diversiteit en inclusie een serieus aandachtspunt geworden. Het bewustzijn over hedendaagse verhoudingen, hoe deze uit historische scheefheid voort zijn gekomen, werd een breed gedragen agendapunt. In aanvragen en beleidsstukken werden tal van manieren voorgesteld om historisch onrecht tegen te gaan en te compenseren. Gelijkheid was het doel.
Het ging met name om de onderbelichte positie van vrouwen, naast andere gemarginaliseerde en geracialiseerde groepen en personen. Onbesproken geschiedenissen, onvertelde verhalen en onderbelichte posities kregen aandacht. Daarmee werden de afgelopen jaren getekend door een groeiend en gedwongen bewustzijn over de structuren die eerder voor uitsluiting en onderwaardering hebben gezorgd. Het leidde tot ongemakkelijke gesprekken en tal van acties, zoals de introductie van de Code of Conduct, die het bewustzijn van de noodzaak tot verandering vergrootte.
Met de pijnlijke moord op George Floyd en de opvolgende Black Lives Matter protesten kreeg dit discours een extra impuls. Schrijnende ongelijkheid en de dagelijkse consequenties van racisme werden voor het voetlicht gebracht. Met zwarte vierkantjes toonden velen hun betrokkenheid. Sommigen noemden het politiek correct, anderen zagen er een mogelijkheid tot verandering in, of zelfs verbetering. En die verandering kwam er, soms voor de bühne, soms als een manier van overleven in een veranderend politiek klimaat. Vaak was het oppervlakkig, maar er waren ook voorbeelden van oprechte intenties met daadwerkelijke verandering tot gevolg – ten goede.
Maar het tij lijkt te keren. Mensen aan beide kanten van het spectrum zijn moe van deze aandacht. Niet alleen op rechts, ook zij die in de onderbelichte positie verkeren die niet vanwege beleid maar vanwege kwaliteit gekozen willen worden. Er werd vanaf het begin gezegd dat veel makers alleen werden uitgenodigd voor het maken van shows omdat ze in het beleid pasten. De kwaliteit van het werk werd daarmee in twijfel getrokken. Ten onrechte, want beleid en subjectiviteit spelen altijd een rol bij keuzes. De geschiedenis van scheefheid, sociaal, economisch en etnisch, en haar doorwerking daarmee niet onderkend. Wat in de achterhoofden en onderbuiken aanwezig was, kwam zo nu en dan op de voorgrond. Met name aan keukentafels en de toog.
Dat er een kentering plaatsvindt, is bijvoorbeeld te lezen in het stuk dat Camiel van Winkel voor De Witte Raaf schreef (‘Het representatieve museum’, jan-feb 2024), waarin hij representatie bevraagt en probeert in een breder perspectief te plaatsen. De oude discussie over stanley brouwn die zogenaamd niet zwart wilde zijn komt daarin ook terug. Want niet als zwart gezien worden, is blijkbaar de enige manier om ‘autonoom’ en eerlijk te kunnen overleven in de kunst, maar ook om werk te maken dat vrij is van geracialiseerde invloeden. Alsof wit zijn geen etniciteit is met eigen privileges en voorwaarden die gerepresenteerd worden door specifieke makers. Alleen witte personen bestaan in vrijheid en zijn in staat om eigen autonome kunst te maken.
Alleen witte personen bestaan in vrijheid en zijn in staat om eigen autonome kunst te maken
Net als in het begin van de eeuw, toen er een reactie volgde op stimuleringsbeleid voor wat toen allochtone kunstenaars werden genoemd, is er nu ook kans op een backlash op het beleid van afgelopen jaren. We gaan zien welke instellingen gaan bewegen. Was hun beleid van afgelopen jaren het meegaan in een trend, wilden ze profiteren van extra mogelijkheden of ondermaats gepruts dat alleen zichtbaar werd gemaakt omdat er een artificiële vraag was gecreëerd door de beleidsdoelen?
Dat mensen van kleur nu in abstractie vluchten om daar vrijheid én veiligheid te vinden is veelzeggend. Directe representatie, zoals in veel zwarte portretten die veel zijn getoond in de afgelopen jaren, zien we steeds minder. Was ook dat een trend, of vraagt de huidige socio-politieke situatie voor een aanpassing? Want zichtbaar zijn, is kwetsbaar zijn. Abstractie biedt beschutting.
Voor mensen als Martin Bosma die nu aan de politieke knoppen zitten is het duidelijk: de gehele culturele sector is voor hem niet veilig. Maar de zwaarste klappen vallen altijd bij de meest kwetsbaren: vrouwen, geracialiseerde personen en andere gemarginaliseerde groepen. Bosma pleitte expliciet voor het intrekken van de excuses voor het Slavernijverleden, en sprak ook over een ‘deugbrigade die met elke wind meewaait’ bestaande uit ‘diversiteitsdrammers’ en ‘politiek correcte mensen’ die ‘anti-blank racisme’ faciliteren. Het is de reden waarom Bosma meermaals specifieke kunstenaars, instellingen en kunstwerken als doelwit nam in zijn eigen campagne voor een traditioneel, rechts en vooral ook witte toekomst. Denk hierbij de werken façade suspended (2018) en observatie contra observatie (2020) van Pieter Paul Pothoven die te zien waren in het Stedelijk Museum Amsterdam en die door Bosma “een viering van RaRa-terrorisme’werd genoemd. Ook had hij kritiek op het Scheepvaartmuseum, The Black Archives en Quinsy Gario. Niet vreemd dat hij ook de doorwerking van het (slavernij)verleden in de vorm van discriminatie en uitsluiting ontkent.
En 30% van Nederland is het daar blijkbaar mee eens. Dit schept een basis voor verandering. Ditmaal weg van een gelijkheidsstreven en een bewustzijn over doorwerking en maatschappelijke scheefheid. Een radicaal rechts kabinet heeft geen oog voor de scheve verhoudingen in de maatschappij die mede doorwerken in de kunstwereld. Het einde van de aandacht voor representatie, historische ongelijkheid, diversiteit en inclusie is in zicht. De inzichten en veranderingen van de laatste jaren zullen daarmee onder druk komen te staan
Ook op een meer onschuldige manier is het einde van dergelijke vormen van representatie te zien. De confrontaties met zwarte bladzijden zijn wel weer even genoeg. Kan het gewoon leuk zijn? Bijvoorbeeld door te focussen op ambacht, makerschap, kwaliteit (!) van objecten of hoe een penseelstreek is gezet. Zoals de kop boven het stuk van Wieteke van Zijl over Käthe Kollwitz: ‘bijzonder getroffen door haar materiaalbeheersing, originaliteit en kleurgebruik – technische aspecten die zijn weggeëbd uit onze kunstbeleving, nu het levensverhaal van de kunstenaar dominant is.’ Van Zeijl vraagt zich bezorgd af of we de vormwaardering voorbij zijn?, om er vervolgens een pleidooi voor te houden. De relatie met de persoon en de beweegredenen van de maker, het conceptuele raamwerk of andere factoren die een rol speelden bij het maken, worden toenemend als te veel ervaren.
Daarom blikken we hier [DEZE TEKST IS GESCHREVEN ALS INLEIDING VAN METROPOLIS M NUMMER 5- 2024 EN VERWIJST HIER NAAR DE INHOUD VAN DAT NUMMER] terug op ervaringen en inzichten en inzichten van de afgelopen jaren, en geven ruimte voor reflectie. We beschouwen opgemerkte tendensen en bieden enkele vooruitzichten op de invloed van een radicaal rechtse koers na deze post BLM periode. De grootse katalysator van verandering en gedwongen inzichten. Er ontstond gedurende meerdere jaren wel degelijk een bewustzijn dat de politiek en individuen inspireerde en aanzette tot een geambieerde structurele verandering. We zagen aandacht voor historisch onrecht, zoals in verschillende slavernij-exposities, en voor de doorwerking van onrecht in het heden. Dit gaf ruimte voor andersoortige programmering waarbij bewustzijn van huidige verhoudingen leidend was en de aantallen ondersteunde makers werd geteld. Soms werden er quota ingesteld om de juiste percentages te behalen. Een (klein!) aantal instellingen namen zelfs “andere stemmen” aan. Niet iedereen was het er mee eens. Niet iedereen ondersteunde het. Niet iedereen wilde het uitvoeren. Maar dat er iets is gebeurd staat buiten kijf.
Zichtbaar zijn is kwetsbaar zijn. Veel zwarte kunstenaars vluchten nu weg in abstractie, tegen de figuratieve trend van afgelopen jaren in
De tijd zal leren hoe we de afgelopen jaren moeten wegen, of het een golf was, een trend, of dat er toch de kiem is gelegd voor een meer structurele verandering. Maar het kan ook anders uitpakken, minder positief. Misschien moeten we als liefhebbers in de kunst dan het advies van Adrian Piper volgen: neem een (bij)baan, zegt ze, om je mentale vrijheid en financiële stabiliteit te kunnen waarborgen, los van de ontwikkelingen in het veld. Door andere manieren van inkomsten aan te boren maak je jezelf vrij en onafhankelijk van de politieke grillen en de trends en tendensen in de kunst.
Deze tekst is geschreven als inleiding van Metropolis M Nummer 5 – 2024 – Het einde van de diversiteit
Vincent van Velsen
is curator en redacteur Metropolis M




