
Zorgen voor de Prix de Rome – waarom de herziening van de prijs oneerlijke competitie in de hand werkt
De Prix de Rome is van oudsher een aanmoedigingsprijs voor kunstenaars in de midcareer: de soms moeilijke periode tussen het beginnende en het gevestigde kunstenaarschap. De leeftijdsgrens die diende om deze afbakening te bewaken, is met de laatste editie afgeschaft. Zoë Dankert signaleert dat deze afschaffing oneerlijke competitie in de hand werkt en hekelt het Mondriaan Fonds dat verantwoordelijk is voor deze aanpassing, maar haar niet kan onderbouwen.
Dit is een stuk over mijn zorgen voor de Prix de Rome. Voordat ik daaraan toekom, moet ik ergens anders beginnen. Soms heb je immers een omweg nodig om te komen waar je had willen zijn.
Half februari luisterde ik, te midden van honderden andere vrouwen – en een enkele man, tijdens een symposium over moederschap in de kunsten naar de Britse kunstcriticus Hettie Judah.[1] Judah, bekend geworden als auteur van het manifest How Not To Exclude Artist-Parents en het daaropvolgende boek How Not To Exclude Artist-Mothers (and other artist-parents) (2022), sprak over de uitsluitingsmechanismen jegens moeders en andere ouders, maar vooral moeders, in de hedendaagse kunstwereld. In de Brakke Grond in Amsterdam lichtte ze tijdens haar lezing punt 8 van het manifest uit, dat groot op het scherm geprojecteerd werd: 8. Re-think or remove age limits for residencies and awards so that they become inclusive of artists whose careers have been interrupted by having and caring for children.[2]
Judah sprak verder over de moederschapsstraf en fileerde een aantal interviewfragmenten scherp en fijnzinnig op sluimerend seksistisch en racistisch gedachtegoed.[3] Ondertussen zette punt 8 in mijn hoofd een kettingreactie in gang waardoor ik eindelijk kon benoemen wat er bij mij was blijven knagen bij de meest recente editie van de Prix de Rome.
Sinds de vorige editie in 2023 is de Prix de Rome opengesteld voor alle leeftijden, waar de leeftijdsgrens tot voor kort op veertig jaar lag. Aan de laatste editie van de prijs, waarvan de genomineerde werken tot begin maart 2024 te zien waren in het Stedelijk Museum in Amsterdam, deden daardoor ook twee kunstenaars mee die eerder buiten de toelatingsreglementen zouden zijn gevallen. Naast Ghita Skali (1992) en Josefin Arnell (1984) waren ook Jonas Staal (1981) en Michael Tedja (1971) genomineerd, tevens de twee mannen van het viertal. Zij maakten nu kans op een prijs waar ze twee jaar terug nog op grond van hun huidige leeftijd, respectievelijk 42 en 52 jaar, niet aan hadden kunnen meedoen, terwijl Skali en Arnell, respectievelijk 31 en 39 jaar, dat al wel konden. Je zou op basis hiervan kunnen stellen dat het verwijderen van de leeftijdsgrens een succes is. Immers: nog veel meer kunstenaars kunnen nu meedingen naar de Prix de Rome.
Tegelijkertijd wordt duidelijk dat het openstellen van de Prix de Rome voor alle leeftijden niet het effect sorteert dat Judah voor ogen had met haar manifest. In plaats van door haar beoogde resultaat, dat een aantal oudere vrouwen op latere leeftijd kunnen meedingen voor een prijs die ze eerder moesten laten schieten vanwege zorgtaken voor kinderen, worden twee oudere mannen genomineerd, die op het eerste oog niet een soortgelijk gat in hun cv hebben. Een van hen werd de uiteindelijke winnaar.[4]
Wat zeggen deze nominaties over de ontwikkeling van het karakter van de Prix de Rome? En wat zijn de mogelijke gevolgen op de lange termijn?
De Prix de Rome geen prijs voor de beginnende kunstenaar, noch een oeuvreprijs voor de oudere kunstenaar, maar is van oudsher een prijs voor kunstenaars die al iets hebben opgebouwd en zich net voor de fase bevinden die je midcareer zou kunnen noemen
De Prix de Rome geen prijs voor de beginnende kunstenaar, noch een oeuvreprijs voor de oudere kunstenaar, maar is van oudsher een prijs voor kunstenaars die al iets hebben opgebouwd en zich net voor de fase bevinden die je midcareer zou kunnen noemen. Kunstenaars die een zetje in de rug goed kunnen gebruiken om zich te verzekeren van voldoende aandacht en mogelijkheden in de komende jaren.
De aanpassing van de leeftijdsgrens van de Prix de Rome is echter niets nieuws. Sinds het ontstaan van de prijs zijn de voorwaarden voor nominatie meermaals gewijzigd en ter discussie gesteld. De Prix de Rome is een erfenis van de broer van keizer Napoleon, Lodewijk. Hij importeerde de prijs begin negentiende eeuw vanuit Frankrijk naar Nederland – vandaar de Franse naam. Een halve eeuw later werd de prijs aan de Rijksakademie gedoneerd. Eind jaren 1980 is de leeftijdsgrens van de Prix de Rome voor het eerst aangepast. Janwillem Schrofer, oud-directeur van de Rijksakademie (1982-2010), vertelt hoe de prijs te zeer verknoopt was geraakt met de Rijksakademie. ‘Het was een klassenprijsje geworden. Er deden alleen mensen aan mee die op de Rijksakademie zaten of hadden gezeten.’ In die jaren werden heel veel prijzen opgezet – Schrofer telt er 870 – waarvan het merendeel aanmoedigingsprijzen en oeuvreprijzen betrof. Schrofer: ‘Om de Prix de Rome daarin te onderscheiden heb ik de leeftijdsgrens aangepast naar 35. Ik vond het van belang er juist een midcareer-prijs van te maken. De midcareer is een ondergewaardeerde periode waarin kunstenaars vaak zelf denken: ik zit gewoon in een dip. Terwijl, eigenlijk is het juist een ontzettend interessant stadium waar met twijfel boeiende dingen naar boven komen. Toen is het ontzettend goed gegaan. Voor de Prix de Rome in 1986 hadden we driehonderd aanmeldingen, daarvoor hadden we er misschien vier en ook nog eens allemaal vanuit de Rijksakademie. Dus het werd echt een openbare prijs.’
Nadat de Prix de Rome in 2012 door het Mondriaan Fonds werd overgenomen, verstevigde Birgit Donker, toenmalig directeur van het Mondriaan Fonds (2012-2018), het openbare karakter van de prijs, onder andere door in te stellen dat professionals uit het veld genomineerden konden voordragen (een wijziging die onder het huidige directeurschap van Eelco van der Lingen weer ongedaan is gemaakt). Ook stelde Donker de leeftijdsgrens van de Prix de Rome bij van 35 jaar naar 40 jaar. Donker: ‘De reden hiervoor was dat kunstenaars gemiddeld later aan hun beroepspraktijk begonnen dan vroeger, in verband met opleidingen. Door de leeftijdsgrens op te rekken, zouden meer mensen in aanmerking komen voor de prijs.’ Die trend zet het Mondriaan Fonds door. Onder leiding van Van der Lingen werd de leeftijdsgrens helemaal afgeschaft. De prijs wordt zo opengesteld voor alle kunstenaars, ongeacht de fase waarin ze zich in hun carrière bevinden. Eerder geuite zorgen dat de prijs daarmee een oeuvreprijs zou worden en daarmee haar functie als stimuleringsprijs zou verliezen, werden van tafel geveegd. Het doel was, net als bij Schrofer, dat meer kunstenaars zich kandidaat stellen. Dat is gelukt.
De aanpassing van de leeftijdsgrens van de Prix de Rome is echter niets nieuws. Sinds het ontstaan van de prijs zijn de voorwaarden voor nominatie meermaals gewijzigd en ter discussie gesteld.
Door de lezing van Judah begrijp ik beter waarom ik na mijn bezoek aan de Prix de Rome-tentoonstelling achterblijf met een knagend gevoel. Het is natuurlijk goed dat het Mondriaan Fonds vormen van leeftijdsdiscriminatie wil uitsluiten, maar hoe kom je tegelijkertijd specifiek vrouwen tegemoet die door zorgtaken vaak een achterstand oplopen in hun carrière?
Ik kan niet met zekerheid vaststellen of Tedja en Staal, de twee mannelijke genomineerden voor de Prix de Rome, gaten in hun cv hebben wegens zorgtaken voor kinderen of ouderen, een verlate start als kunstenaar, of, ik noem maar wat: geldproblemen, mentale gezondheidszorgen, institutioneel racisme, seksisme of andere mechanieken van uitsluiting. Kortom, of zij een omweg hebben moeten nemen om te komen waar ze nu zijn. Maar het gaat me nu niet om hen persoonlijk, het is immers niet de bedoeling dat zij zich verantwoorden voor hun nominatie.
De verantwoordelijkheid voor de Prix de Rome ligt bij de organisator van de prijs, het Mondriaan Fonds. Op mijn vraag om een toelichting over het afschaffen van de leeftijdsgrens krijg ik de volgende reactie: ‘De Prix de Rome is de oudste kunstprijs van het Koninkrijk. Zo’n prijs blijft relevant als deze met zijn tijd meegaat en niet statisch is.’ En over de lijn van argumentatie om de leeftijdsgrens af te schaffen: ‘De prijs is een waardering voor kunstenaars die op talentvolle en overtuigende wijze nieuwe inzichten en een bijzondere toevoeging leveren aan de ontwikkeling van de kunst in het Koninkrijk der Nederlanden. En dat kan op welke leeftijd dan ook.’ Dit zijn geen antwoorden die duidelijkheid scheppen over het beoogde doel van het afschaffen van de leeftijdsgrens van de Prix de Rome of in hoeverre er rekening wordt gehouden met de toename of afname van inclusiviteit die daarmee gepaard gaat.
Met het openstellen van deelname voor alle leeftijden mag er dan geen sprake meer zijn van leeftijdsdiscriminatie, er ontstaat juist een grote kans op een ongelijke competitie, bijvoorbeeld door genderdiscriminatie, maar ook door een verschil in ervaring. Daar komt bij dat een kunstenaar die al wat langer meeloopt in de professionele kunstwereld doorgaans een groter netwerk en meer (financiële) middelen tot hun/haar/zijn beschikking heeft dan een beginnende kunstenaar, wat bij een prijs die van de genomineerden vraagt in drie maanden een nieuw werk te produceren een bepalende factor kan zijn.
Belangrijk om te benadrukken is dat het mij hier niet gaat om de artistieke waarde van het werk van Staal en Tedja, maar om wat de Prix de Rome doet. Het Mondriaan Fonds is daar niet helder over. Het stelt dat het zich, ondanks het opheffen van de leeftijdsgrens, nog steeds wil richten op diezelfde groep van midcareerkunstenaars die de prijs voorheen bediende, maar dan zonder leeftijdsgrens. In het openingsessay van de catalogus bij de editie van 2023 schrijft directeur Van der Lingen dat de prijs ‘geen oeuvreprijs is’ en ook ‘geen erkenning voor een kunstenaar die van grote waarde is gebleken voor de beeldende kunst en die op een voetstuk geplaatst dient te worden.’ Het doel van de prijs is om te stimuleren.Toch werd de prijs gewonnen door Staal: een kunstenaar die al in 2018 werd uitgeroepen tot een van de vijftig meest belangrijke levende kunstenaars van Nederland.5 Dat wringt. Want kun je zo iemand wel midcareer noemen? Waarom verdient zo’n invloedrijk kunstenaar een stimuleringsprijs?
Het feit dat het Mondriaan Fonds iedereen meer gelijke kansen wil bieden valt toe te juichen, net zo goed als dat het zich niettemin wil blijven beijveren voor de kunstenaar die juist een steuntje in de rug kan gebruiken. De vraag is echter of dat met de opzet van de huidige Prix de Rome wel gebeurt en of er niet een nieuwe vorm van ongelijke competitie is ontstaan. Als je er als organiserende instantie voor wilt zorgen dat ook iedereen die met een omweg tot hun kunstenaarschap is gekomen een eerlijke kans maakt op de prijzenpot, lijkt het mij noodzakelijk om niet alleen de leeftijdsgrenzen af te schaffen maar daarbij ook duidelijk te maken voor welke kunstenaars deze prijs bedoeld is. Door te definiëren wat verstaan wordt onder ‘midcareer’, bijvoorbeeld aan de hand van eerder gewonnen prijzen, het aantal solo-tentoonstellingen op iemands cv, of het aantal jaar werkervaring waarin daadwerkelijk gewerkt kon worden aan de artistieke praktijk. Gebeurt dit niet, dan loop je het risico dat de Prix de Rome alsnog langzaam tot een oeuvreprijs verwatert of dat er een scheve competitie ontstaat tussen kunstenaars met veel en kunstenaars met minder ervaring en middelen. Daarmee zouden we als Nederlands kunstveld een belangrijke stimulans, waardering en zichtbaarheid voor kunstenaars die zich in de midcareerfase bevinden, verliezen.
Dit artikel is eerder gepubliceerd in Metropolis M Nummer 4 2024
[1] Hettie Judah sprak op 15 februari 2024 in de Brakke Grond in Amsterdam tijdens het symposium (m)otherhood in de kunst
[2] Het hele manifest is te lezen via www.artist-parents.com
[3] Moederschapsstraf: het fenomeen waarbij het salaris van vrouwen erop achteruitgaat zodra zij moeder worden
[4] En dat terwijl mannen over het algemeen een veel grotere kans hebben op een carrière als kunstenaar, ondanks dat er ieder jaar meer vrouwen dan mannen afstuderen van kunstacademies. Judah deelde cijfers van het onderzoek ‘Representation of Women Artists in the UK During 2021’, waaruit blijkt dat in het Verenigd Koninkrijk 65% van de afstuderende studenten van postgraduate programma’s in kunst en design vrouwen zijn, 34% man en 1% ‘other’. De verhouding van kunstenaars die gerepresenteerd worden door grote commerciële galeries in Londen ligt precies andersom: zo’n 65% mannen en 35% vrouwen. De Boekmanstichting presenteerde recentelijk soortgelijke cijfers van een onderzoek uitgevoerd in opdracht van de Stichting Niemeijer, over de verhoudingen in Nederland.
[5] Jan Pieter Ekker, ‘De 50 belangrijkste (levende) kunstenaars van Nederland’, Het Parool, 8.2.2018
Zoë Dankert
schrijft







