metropolis m

Steve McQueen, Bass, 2024, LED Light and Sound, Courtesy the artist, Co-commissioned work by Laurenz Foundation, Schaulager Basel and Dia Art Foundation, 15 June – 16 November 2025, Schaulager® Münchenstein/Basel (Installation view), Photo: Pati Grabowicz, © Steve McQueen

In BASS, plaatst Steve McQueen een scala aan basgeluiden in het museum, niet als nostalgisch artefact of geschiedenisles, noch als audiovisueel spektakel. In plaats daarvan bouwt McQueen, in samenwerking met Dia Beacon en Schaulager Basel, een ervaring waarin de sonore basmuziek geen genre of stijl meer is, maar infrastructuur. BASS is geen expositie, maar een fysieke, seismische omgeving waarin geluid niet alleen gehoord wordt, maar diep door het lichaam beweegt – begeleid door een subtiele maar onontkoombare verandering van lichtkleur. De ruimte leeft, ademt en pulseert. Remco Torenbosch bezoekt de installatie van McQueen bij Schaulager Basel.

Steve McQueen werd geboren in Londen, als zoon van een Grenadese vader en een Trinidadiaanse moeder. Zijn ouders emigreerden naar Engeland waar McQueen opgroeide in Ealing, West-Londen, in de jaren 70 en 80. Juist in die periode vestigde onder andere de Jamaicaanse gemeenschap zich stevig in deze stadsdelen, waarbij sound systems hun intrede deden in de straten, op blokfeesten, in kelders en op festivals zoals Notting Hill Carnival. McQueen groeide op te midden van een vibrerende, door bas aangedreven klankwereld die niet alleen muziek, maar ook identiteit en een vorm van zelfexpressie bracht, die zich buiten de dominante cultuur ontwikkelde.

Het is donker als ik de volledig lege Schaulager binnenstap. Geen beeld, geen tekst, geen aankondiging. Enkel een dichte atmosfeer van lage frequenties afkomstig uit de gigantische stapels subwoofers (luidsprekers die speciaal ontworpen zijn voor het weergeven van lage tot zeer lage bass tonen). Geluid komt van alle kanten én van binnenuit. Langzaam verandert het licht onrustwekkend van kleur – een zoemend ritme van verzadigde tonen, van warm naar ijzig, van dreigend rood naar koel blauw. Zoals McQueen vaker doet, ontwricht hij hier de waarneming, maar ditmaal niet alleen met visuele middelen: BASS is een sonische én zintuiglijke destabilisatie. Een overdracht zonder begin of einde, waarin de bezoeker geen buitenstaander is maar integraal deel wordt van het systeem.

De installatie is ontstaan uit een langdurige samenwerking tussen McQueen en Dia Beacon, waar BASS in 2024 voor het eerst te bezoeken was. De klanken die nu de ruimte in Basel vullen, zijn opgenomen in de kelderruimte van Dia Beacon, een plek met een specifieke akoestiek – gesloten, gewelfd, industrieel. Het geluid zelf is niet digitaal gegenereerd, maar live ingespeeld door verschillende bassisten van de Afrikaanse diaspora. De muzikanten brengen hun eigen klank, toon, frasering en fysieke benadering van bas mee – van Jamaica tot Detroit, van Lagos tot Londen. Het zijn stemmen zonder taal. Frequente overdrachten van identiteit, herinnering, weerstand.

De installatie verwijst direct naar de rijke geschiedenis van sound system- en basscultuur, geboren in het Jamaica van de jaren 40. In een context van koloniale uitsluiting en economische armoede, bouwden pioniers als King Tubby, Count Machuki en Duke Reid hun eigen speakers en versterkers. Het sound system was een mobiele en modulaire infrastructuur – letterlijk uit karren en planken gebouwd – waarmee muziek werd gedeeld met buurten die geen toegang hadden tot radio, clubs of officiële podia. Geluid was een sociaal bindweefsel, een alternatief communicatiesysteem dat zich buiten het officiële om ontwikkelde. Deze installaties maakten de geboorte mogelijk van muzikale stijlen als ska, rocksteady en later reggae en dub.

Toen de Jamaicaanse gemeenschap in de jaren 50 en 60 naar het Verenigd Koninkrijk emigreerde als onderdeel van de Windrush-generatie, namen ze deze sonische tradities mee. In steden als Londen, Birmingham en Bristol ontstonden nieuwe vormen van bass-driven expressie, waarbij de sound systems zich vermengden met lokale stijlen en zich aanpasten aan de stedelijke infrastructuur. De koude Britse winters dwongen de evenementen naar binnen – naar zaaltjes, sporthallen, kelders. Zo werd het geluid niet alleen harder, maar ook lichamelijker. De bas begon lichamen aan te spreken, niet enkel oren. McQueen roept die geschiedenis niet alleen op, hij laat haar resoneren.

De centrale rol van bas in zwarte muziek is geworteld in het idee dat ze de stem is van sprekende mensen – getransponeerd naar een laag register, ontworpen om het menselijk lichaam fysiek te raken. Waar de westerse kunstmuziektraditie spraak benadert via hoge registers – met fluiten, hobo’s, Engelse en Franse hoorns – kiest zwarte muziek juist voor de ondertoon. Daar spreekt de bas. De communicatie verloopt niet via melodie of taal, maar laag in het middenrif, via vibratie.

Waar veel hedendaagse installaties gericht zijn op de immersieve ervaring als spektakel, weigert McQueen narratief, visuele houvast en emotionele ontlading te gebruiken. BASS draagt geen melodie, geen climax. Er is geen moment van bevrijding, geen drop, geen katharsis. Alleen druk. Alleen gewicht. Alleen vibratie. Die keuze is niet alleen esthetisch, maar ook politiek. De bas heeft in de geschiedenis van de Afrikaanse diaspora gefunctioneerd als instrument van verzet, herinnering én overleving. In vele delen van de wereld werden zwarte muziekpraktijken stelselmatig gemarginaliseerd of verboden – en toch bleven ze bestaan, als heimelijke vormen van overdracht.

Lage frequenties hebben niet alleen een culturele, maar ook een militaire geschiedenis. Sinds de late twintigste eeuw worden infrageluiden ingezet in zogenoemde non-lethal warfare – een tactiek waarin vibratie gebruikt wordt om lichamen te verstoren, te desoriënteren of onder druk te zetten zonder zichtbare schade. Denk aan crowd control of psychologische oorlogsvoering. Wat ooit een strategie van expressie was, werd gekaapt als instrument van overheersing. Dezelfde geluiden die feest mogelijk maakten, worden hergebruikt als wapen. McQueen laat ons deze dubbelzinnigheid voelen. De bas in BASS is niet alleen rijk en vol – ze is dreigend, onontkoombaar. De kracht van het geluid is ambigu: het heelt én beschadigt, het draagt én duwt terug. Gecombineerd met het langzaam veranderende licht wordt de ruimte een matrix van desoriëntatie – een vorm van sonische druk die zowel hypnotiseert, kalmeert, als confronteert.

De technische oorsprong van deze klankwereld ligt in een lange lijn van innovatie en emancipatie. De uitvinding van de elektrische basgitaar door Leo Fender bijvoorbeeld, gaf muzikanten als James Jamerson en Jackie Jackson in de jaren ’60 het gereedschap om niet alleen het ritme te ondersteunen, maar om de muziek te gronden. Later zorgden de Roland 808- en 909-drumcomputers ervoor dat bas geluid mobiel en modulair werd – een wapen voor hiphop, house, en electro, net zoals het sound system dat voor reggae was. Deze technologieën waren geen toevalligheden. Ze waren strategische middelen – culturele wapens, middelen tot ruimteclaim.

De bas in BASS is niet alleen rijk en vol – ze is dreigend, onontkoombaar. De kracht van het geluid is ambigu: het heelt én beschadigt, het draagt én duwt terug.

Steve McQueen, Bass, 2024, LED Light and Sound, Courtesy the artist, Co-commissioned work by Laurenz Foundation, Schaulager Basel and Dia Art Foundation, 15 June – 16 November 2025, Schaulager® Münchenstein/Basel (Installation view), Photo: Pati Grabowicz, © Steve McQueen

In BASS maakt Steve McQueen gebruik van een arsenaal aan Meyer Sound 900-LFC subwoofers – geavanceerde basluidsprekers die voortkomen uit de Caribische traditie van bass-reflex ‘kanonnen’ die vanaf de jaren 50 op Jamaica werden ontwikkeld en geperfectioneerd. Deze speakers zijn ontworpen om extreem lage frequenties met precisie en kracht te reproduceren. Het totale wattage van de installatie bedraagt meer dan het dubbele b van wat de grootste Jamaicaanse sound systems produceerden tijdens het Notting Hill Carnival. De connectie tussen deze ultramoderne technologie en de oorsprong van sound systems is niet louter technisch, maar ook cultureel: beide zijn gebouwd als infrastructuren van autonomie, gemeenschapsvorming en auditieve dominantie. Waar vroeger handgemaakte houten boxen op vrachtwagens werden gestapeld om straten te vullen met een diepe bas, gebruikt McQueen nu industriële precisie om museumzalen om te vormen tot vibrerende catacomben. Het principe blijft hetzelfde: de bas als communicatie, de bas als constante aanwezigheid.

McQueen verwijst naar die erfenis, maar hij maakt haar voelbaar in plaats van zichtbaar. Als bezoeker word je onderdeel van de installatie – een drager van geluid, een verlengstuk van de speaker. Er is geen beschouwing; er is belichaming. Elke stap, elke ademhaling wordt beïnvloed door de dichtheid van de ruimte, door het opdringende ritme van geluid en kleur. Door het geluid te traceren van de parochies van Kingston, via de pakhuizen van Chicago, de kelders van Dia Beacon, tot aan de zalen van Schaulager, laat McQueen zien dat de bas niet gebonden is aan plaats of tijd. Het is een diasporisch communicatiesysteem, een culturele vector.

McQueen keert zich tegen het gepolijste en gepacificeerde karakter van veel hedendaagse kunst. Waar anderen oplossen, drukt hij. In die druk klinkt een waarheid: Het is een stem van onder de oppervlakte – onderdrukt, maar niet gedempt. In BASS klinkt de bas luid, traag, onafgebroken. De bas vraagt niet om bewondering, maar om resonantie.

BASS is tot 16 november te zien bij Schaulager Basel

Remco Torenbosch

is kunstenaar

Gerelateerd

Recente artikelen