metropolis m

Cevdet Erek, West Den Haag, 2026. Foto: Jhoeko/ West Den Haag

Volgend jaar verhuist West Den Haag van de voormalige Amerikaanse ambassade naar het door Richard Meier ontworpen stadhuiscomplex aan het Spui. Nu toont de als architect opgeleide geluidskunstenaar Cevdet Erek nog een subtiele maar indringende site-specifieke installatie in West. Tijmen ter Keurs bezoekt de solotentoonstelling en vraagt zich af of die subtiliteit zich wel goed kan verhouden tot de geladen ruimtes.

In de trapeziumvormige vensters van de voormalige Amerikaanse ambassade in Den Haag hangen 24 kleine, ronde, witte luidsprekers. Ze produceren een trage repetitieve samenklank van percussiegeluiden aangestuurd door twee sequencers in één van de kantoorgangen. De luidsprekers ogen ferm en controlerend. Strak gericht op de straat, kaatst het geluid tegen de vensters terug de ruimte in. De ritmiek is hypnotiserend en gelaagd. Als ik met mijn hoofd in een van de vensters duik, hoor ik nieuwe details, zoals een alarmerend hoge piep. Op de eerste verdieping is de klank anders dan op de begane grond: Het ritme ligt hoger en de percussie klinkt holler, als een dreigend marslied.

Geluidkunst heeft vaak een natuurlijke aantrekkings- en overtuigingskracht, die na bekoeling echter kan vervallen in oppervlakkig entertainment. Harde elektronische geluiden prikkelen als het ware een dierlijke impuls, vergelijkbaar met het staren naar vuur. Cevdet Erek weet in zijn praktijk echter te ontkomen aan dit medium-specifieke ‘probleem’. Opgeleid als architect en geluidsontwerper, maakt hij al geruime tijd installaties waarin de direct ervaarbare ruimtelijkheid van geluid wordt verweven met culturele en politieke ruimtelijke geschiedenissen. Zo weet hij het spektakelmatige, eendimensionale karakter te vermijden dat bij veel geluidsinstallaties op de loer ligt. En met succes, hij nam in 2012 deel aan documenta Kassel en vertegenwoordigde in 2017 Turkije op de Biënnale van Venetië.

Een kunstenaar van statuur dus, wat de verwachting schept dat de ‘grootschalige solotentoonstelling’ in West Den Haag zijn praktijk grondig onder de loep zou nemen, of op z’n minst iets van een retrospectief karakter zou hebben. Daarentegen werkt de site-specifieke geluidsinstallatie ccident Grotesque (2026) toe naar een climax die uitblijft. De tentoonstelling, die dezelfde titel draagt als de geluidinstallatie, bestaat slechts uit één ander werk: day (2014), een led-balk die langzaam geel kleurt; afgestemd op de duur van de tentoonstelling. Die eenvoud kan een bepaalde kracht ontwikkelen, maar in het grootse en geladen gebouw van West valt Ereks subtiele werk al snel op de achtergrond.

Cevdet Erek, West Den Haag, 2026. Foto: Jhoeko/ West Den Haag

Ik kwam zelf voor het eerst in aanraking met Ereks werk in Berlijn, waar Bergama Stereo (2019-2024) is opgenomen in de collectiepresentatie van de Hamburger Bahnhof. Het werk is een herinterpretatie van het Pergamonaltaar dat in de negentiende eeuw door de Duitser Carl Humann in Griekenland werd opgegraven en verplaatst naar Berlijn. De verschillende installaties, waaronder ook in Arter Istanbul en het Singapore Art Museum, zijn elk een abstracte kopie van het altaargebouw, grotendeels gevormd door luidsprekers waaruit geluiden klinken die door hun positionering op verschillende plekken hoorbaar zijn. Ze verwijzen naar de geschiedenis van het altaar: Berlijnse techno wordt afgewisseld door grommende stemmen en drumritmes afkomstig uit de Balkan, Turkije en het Midden-Oosten.

Ook zijn nieuwe werk in West ccident Grotesque lijkt zich, niet geheel verassend voor een site-specifieke installatie, direct te verhouden tot de geschiedenis van het gebouw. Sinds 2019 huisvest West zich in de voormalige Amerikaanse ambassade. Een gebouw dat zes decennia daarvoor opende en onderdeel was van het Marshallplan; de expansie van de Amerikaanse cultuur en economie middels de wederopbouw van Europa. De modernistische architect Marcel Breuer (1901-1981) vertaalde de Amerikaanse ideologie van het liberaal kapitalisme naar een open, modernistisch gebouw dat symbool stond voor het vrije, democratische Amerika ten opzichte van de gesloten, communistische Sovjet-Unie. Hierin kreeg soft-power een grote rol: Amerikaanse cultuur werd gepropagandeerd middels een bibliotheek, tentoonstellingsruimte en auditorium. Deze open houding veranderde drastisch na 9/11. Uit angst voor aanslagen werd de ambassade zwaar beveiligd en omheind, en uiteindelijk verplaatst naar Wassenaar.

Cevdet Erek, West Den Haag, 2026. Foto: Jhoeko/ West Den Haag

Deze historische context blijft in de tentoonstelling onbenoemd, terwijl het een wezenlijk onderdeel vormt van de installatie: Ereks werk roept associaties op met surveillance, communicatiesystemen en vragen rond toegankelijkheid. De luidsprekers en sequencers functioneren als een vorm van ruimtelijke intelligentie: ze doen niet alleen visueel denken aan camera’s, ook hun klanklagen creëren een ruimtelijk gefragmenteerde gelaagdheid die alleen binnen, voor de insiders, hoorbaar, voelbaar en zichtbaar is. Buiten op straat, waar de luidsprekers hun controlerende blik op richten, is slechts een zachte beat hoorbaar.

In plaats van een overtuigende bespreking van de ruimtelijke en historische context, richt West zich in de hand-out vooral op verklarende details die moeilijk rechtstreeks uit het kunstwerk zijn af te leiden. Zo verwijst de titel naar ‘occident/accident’, het oosten/westen, evenals naar het schreefloze modernistische lettertype Akzidenz Grotesk; de tonen corresponderen met twaalf verschillende maatsoorten binnen dezelfde tijdsduur en verwijzen naar de Wurlitzer Sideman, een drummachine uit het bouwjaar van de ambassade. Doordat een grondige bespreking van het werk en haar context uitblijft, krijgt de bezoeker weinig houvast om de ruimte daadwerkelijk anders te ervaren. Zo blijft bijvoorbeeld onbenut hoe de installatie op disruptieve wijze reflecteert op de inzet van Bauhaus‑ontwerpprincipes binnen de Amerikaanse expansie in de tweede helft van de twintigste eeuw (architect Marcel Breuer was Bauhaus‑student en vluchtte in de jaren dertig vanwege zijn Joodse achtergrond naar de VS). De subtiliteit van Ereks installatie, die slim  het spektakelachtige karakter van geluidskunst vermijdt, blijft door het gebrek aan context wat plat; het werk wordt als het ware door het gebouw opgeslokt.

Cevdet Erek, West Den Haag, 2026. Foto: Jhoeko/ West Den Haag

Dit had voorkomen kunnen worden door de geschiedenis van het gebouw, de installatie van Erek en een reflectie op zijn praktijk meer met elkaar te verweven. Day, het andere werk van Erek dat West tentoonstelt is bijvoorbeeld op een heel andere plek in het bebouw gepresenteerd, waar je als bezoeker toch een beetje te veel naar op zoek moet.

Het mijden van de ruimtelijke en artistieke context kenmerkt ook de presentatie: de kantoorruimtes zijn simpelweg zo gelaten als je ze verwacht aan te treffen met flikkerende tl-buizen en muf ruikend blauwe vloerbedekking. Ik kan niet anders dan me inbeelden dat Ereks installatie stem geeft aan een gebouw dat huilt, kraakt, zucht, steunt, verlangt en waarschuwt; smachtend naar een koesterende houding ten opzichte van haar materialiteit en geschiedenis. Het is duidelijk, West’ kijkt uit naar haar aanstaande verhuizing naar het prachtige stadhuiscomplex van de Amerikaanse architect Richard Meier.

Ꜵccident Grotesque is tot 26 juli te zien bij West Den Haag

Tijmen ter Keurs

is kunst- en architectuurhistoricus en werkt voor onder meer De Witte Raaf, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Vereniging Nederlandse Kunsthistorici

Gerelateerd

Recente artikelen