
Een sonisch landschap – Graduation show 2026 – Fine Arts Sandberg
De afstudeershow van de richting Fine Arts Sandberg Instituut vindt dit jaar plaats bij Loods 6; een voormalig havenpakhuis dat een verleden deelt met de koloniale en maritieme geschiedenis van Amsterdam. De plek herinnert aan de aanwezigheid van het verleden in heden. Ook de afstuderende kunstenaars bouwen voort op deze sporen van nalatenschap. In de werken voeren thema’s als familiale erfenis, herinnering, en intergenerationaliteit de boventoon.
Bij binnenkomst valt meteen het polyfone karakter van de presentatie op. Binnen de goedgevulde ruimte is een groot deel van de werken voorzien van een sonisch element, of een mechaniek die het nodige geratel produceert. Zo lokt het vleugelgeklepper van mechanisch aangestuurde mosselvlinders mij naar A Manual Anomaly van Anna Theunissen. Haar installatiewand is voorzien van een leger van hybride vlinders, wiens geluid Theunissen tijdens een aansluitende performance aanstuurt. De performance begint met Theunissen die zich achter een gordijntje voorbereid op ‘haar confrontatie met het publiek.’ Ze leest verhalen voor over haar migratie naar Roemenië, waar ze een jaar lang werkte voor een outsourcingbedrijf om haar fotografiestudie te bekostigen.
Theunissen vertelt dat ze gedurende haar werkperiode in Roemenië geconfronteerd werd met de voorsprong die ze op basis van haar Nederlandse nationaliteit had ten opzichte van de lokale werknemers. Zo verdiende ze als jonge vrouw meer dan haar veelal mannelijke collega’s en had ze zelfs een ietwat bizarre keuzevrijheid: voor een casinobedrijf werken of bevroren voedsel doorverkopen. Tegelijkertijd bood haar migratie de mogelijkheid om een imaginaire identiteit te creëren binnen een gemeenschap waar niemand elkaars geschiedenis kent. Er gingen verhalen rond over liefdes en grootse carrières, terwijl de meeste werknemers eigenlijk vanuit financiële noodzaak op hun plek waren beland. Haar bijbehorende fotoarchief toont portretten van onbekenden, waarin de afstand tussen de fotograaf en de persoon in kwestie pijnlijk voelbaar is. In het hoge flatgebouw waar ze werkte, voelde Theunissen een afstand tot de realiteit. Fotografie werd een manier om betekenis te construeren.
Terwijl haar eigen betekenis wankel voelde, gingen de verwachtingen van haar baan door. De mosselvlinders omvatten dit vervreemdende gevoel; ondanks hun geknutselde realiteit blijven ze geautomatiseerd klapperen.
Zodra ik verder loop, stuit ik op het speelse middenveld van de presentatie. Silvia Zaccaria’s Sandscapes omvat een circulaire zandbak, waarin kleine objecten als een melkkannetje, een rubberen ei en een miniatuurkopje, tussen het zachte zand liggen. De naar haar zeggen ‘Library of Objects’ is verzameld door middel van ontmoetingen waarin mensen een betekenisvol object konden doneren, die Zaccaria samenbrengt in de zandbak. Hierin onderzoekt ze hun potentie om ‘iets anders te worden’. Via een koptelefoon luister ik naar gesprekken waarin de donateurs de betekenis van hun objecten verklaren, afgewisseld met vrolijk gerinkel en rustige muziek. Licht nostalgisch haal ik mijn handen door het zand en sleep de objecten erdoorheen. Hoe dit een nieuwe betekenis moet geven blijft ambigu, maar ik ‘voel’ als het ware een verbinding met de herinneringen waar ik taarten en kastelen bouwde met zand.
Het werk van Ivalù Chantal bouwt evenzeer voort op het kinderlijke, maar dan met een rauw randje. Chantal maakte een metalen ledikant die gevaarlijk puntig oogt. De draaiende metalen mobiel die er boven hangt, is echter omrand met zacht haakwerk en geborduurde textiele ornamenten. Er hangen kralenkettinkjes aan die over het bedframe slepen. Verderop staat een grote trampoline van een soortgelijke samenstelling; een herkenbaar kinderlijk object, maar dan vervaardigd in hetzelfde metaal en met olieverf bewerkte quilt. Verderop hangt een bombastisch vlindervormig textielwerk als een web in de loods, waarvan de spantouwen geklemd zijn tussen betonnen lijstjes. Het is een esthetisch schouwspel, maar zonder context is die uitgesproken stijl nog lastig te plaatsen. Later leer ik hoe Chantal een achtergrond heeft in striptekenen en dit met deze werken naar de driedimensionale dimensie brengt. In een getekende wereld zijn er tenslotte geen begrenzingen, en dit stroomt door in de materiaalkeuze en vormgeving van de werken.
Aan de achterkant van de loods krijgt metaal een subtiele vorm in de raamwerken geïnspireerd op Latijns-Amerikaanse en Caribische rejas en breeze blocks. In Karina Rovira’s Singing Softly drapeert een pastelkleurige satijnen doek zich kwetsbaar over een constructie die in de ruimte lijkt te zweven. De frêle vormgeving sluit aan bij de kwetsbare thema’s die Rovira bespreekt; door het tralieachtige geraamte worden woorden geprojecteerd op het doek, die herinneren aan onuitgesproken verhalen over seksueel geweld en koloniale verledens die haar voorgingen. Zelfs als deze niet worden uitgesproken, worden ze via het lichaam van generatie op generatie overgedragen. Eerder dan zich ertegen te verzetten, creëert Rovira een serene ruimte om deze echo’s te verwerken, onder begeleiding van het kalmerende geluid van coquí (Puerto Ricaanse kikkers) en het ritmische getik van de diaprojector.
De ingewikkeldheden van familie zijn een terugkerend thema, ook in het videowerk van Vishakha Bianca. It Is What We Say It Is volgt een gesprek tussen een getrouwd stel dat in een sobere eetkamersetting wacht op de komst van hun adoptieve dochter. De dahl die speciaal voor haar gekookt is, blijft tamelijk onaangeroerd door zowel het neurotische moederfiguur als de passieve vader. In de 20 minuten die langzaam voortslepen kijk ik naar het stel dat dezelfde oneindigheid lijkt te ervaren, in een gesprek waar vooral de moeder de afwezigheid van haar dochter probeert te verklaren aan hand van haar opvoeding. De climax, het moment waarop de dochter thuiskomt en haar ouders ontvangt met de simpele woorden ‘you can eat’, doorbreekt de spanning. Maar dit is lang niet bevredigend, gezien ze ervan afziet om aan tafel te schuiven. Dat het verhaal voortbouwt op Bianca’s geschiedenis als adoptiekind, maakt de radeloosheid en de afstand die binnen het gezin spelen nog integerder.
Verderop in de tentoonstelling echoot het verleden verder in Akicia Mackiewicz’ A shell-roofed cottage. Het fragiele kanten huisje op een rank voetstuk onder een stolp is wel erg subtiel in de loodssetting, maar de bijbehorende performance maakt het evenwicht op. Haar performance centreert zich rondom het hutje dat ze in brand zet, waarbij ze samen met Aleksandra Komsta, Magdalena Ostrowska, Asia Jokiel en Zuza Loch een traditionele Oost-Europese zangvorm uitdraagt, ook wel white voice singing genoemd. Het door generaties overgedragen lied volgt Mackiewicz op met een lezing van de eigenschappen die ze toeschrijft aan haar idee van een ‘perfect Westers huishouden’, belichaamd door het kanten huisje. Zoals stabiliteit, een harmonieuze opvoeding en domesticiteit. Mackiewicz zag bij haar oma het idee dat ze gefaald had, omdat ze niet kon voldoen aan de westerse familie standaarden. Volgens Mackiewicz is dit een veelvoorkomend idee in Poolse gemeenschappen. Het fragiele huisje gaat tijdens de rituele verbranding in vlammen en vult zich met rook, waarmee de ogenschijnlijke stabiliteit van het geïdealiseerde westerse huishouden wordt ontmanteld.
De werken waar subtiliteit de overhand heeft, vallen vooral op in deze lichting van Fine Arts. Ze weten persoonlijke narratieven te verwerken, zonder afstand te creëren. De subtiele werken eisen de aandacht op doordat je zowel moet luisteren als voelen. Hierin ligt ook de kracht van deze editie. Vaak proberen geluiden als getik, een stem of zang, je mee te nemen in het verhaal dat verteld wordt, en toont het multidisciplinaire karakter van Sandberg. Verrassend genoeg leidt dit niet tot een kakofonie in de industriële loods. De golf van geluid is bedaard en transformeert de starre ruimte al bij het eerste gehoor tot een sonisch landschap. Het gaat bij Sandberg immers om veelstemmigheid en niet om monotonie.
Fieke Lamers
is masterstudent kunstgeschiedenis en werkt bij de redactie van Simulacrum.







