
Een wereld in woord en beeld – Mythes & Mogelijkheden in Huis van het boek
Liegen alsof het gedrukt staat – in de tentoonstelling Mythes & Mogelijkheden laat het Huis van het boek zien dat het boek, ondanks zijn status drager van de waarheid te zijn, er maar al te vaak een loopje mee neemt. Lara den Hartog Jager duikt in de wereld van Fake News avant la lettre en realiseert zich dat de waarheid vaak meer afhangt van de lezer dan de schrijver.
Begin achttiende eeuw vond de wetenschapper Johann Beringer verschillende bijzondere fossielen, met vormen van manen, sterren, dieren en planten. Op sommige stonden zelfs teksten. Beringer, die een rijzende ster was binnen zijn vakgebied, zag dat de fossielen anders waren dan anders, maar geloofde in hun echtheid en ontwikkelde verschillende theorieën rondom deze bijzondere opgravingen. Hij verzamelde bijna tweeduizend van deze stenen, en bracht ze samen in zijn boek Lithographiae Wirceburgensis. Na de publicatie stuitte hij, juist op de plek waar hij zoveel van zijn ontdekkingen had gedaan, op een steen met zijn eigen naam erop. Wat bleek, de ‘fossielen’, waar hij net een uitgebreid boek over had uitgebracht, waren nep en neergelegd door jaloerse collega’s.
In boeken worden vele werelden geschapen. Het is een medium waarin wordt verteld, onderzocht en bewaard, van verhalen tot reisverslagen en geschiedschrijvingen. Maar de lijn tussen feit en fictie is niet altijd even zwart wit. De manier waarop boeken zich kunnen bewegen tussen fantasie en werkelijkheid staat centraal in de tentoonstelling Mythes & Mogelijkheden in het Huis van het boek in Den Haag. Aan de hand van historische boeken en hedendaagse kunstwerken, onderzoekt de tentoonstelling de manier waarop het geschreven woord ons wereldbeeld vormt.
Huis van het boek — voorheen Museum Meermanno-Westreenianum — is ontstaan vanuit de erfenis van baron Van Westreenen van Tiellandt (1783-1848). Hij was een fervent boekenverzamelaar, die vele bijzondere werken uit de westerse boekgeschiedenis verwierf, van middeleeuwse handschriften tot zeldzame edities. Het museum is gevestigd in het voormalig woonhuis van de baron, dat na zijn dood werd verbouwd tot een museum. De ruimtes, met gekleurd behang, houten vloeren, en vele sierlijsten, vormen hierdoor een karakteristiek tijdsbeeld; een afspiegeling van het negentiende-eeuwse ideale museumbeeld. Vandaag de dag beheert het museum een uitgebreide collectie historische boeken. Daarnaast verzamelen ze ook speciale boeken van na 1850 en werken ze regelmatig samen met hedendaagse kunstenaars en vormgevers. Zo nodigen ze kunstenaars uit om onderzoek te doen binnen de collectie, organiseren ze bijeenkomsten waarin kunstenaars en vormgevers vertellen over hun recente publicaties, en komen kunst en boeken samen in tentoonstellingen.
Vandaag de dag is het maken van een boek voor veel kunstenaars een bijzonder project vertelt Yoeri Meessen, die vorig jaar aantrad als directeur van het museum. Meessen licht toe dat juist in deze vluchtige tijd, waarin kunstenaars hun oeuvre veelal tonen op sociale media en websites, het fysieke karakter van het boek erg belangrijk is. Meessen: ‘Daarnaast is het ook een democratisch medium, het is makkelijk te verspreiden en voor veel mensen is een kunstenaarsboek een stuk toegankelijker dan een uniek kunstwerk.’
De tentoonstelling Mythes & Mogelijkheden is verdeeld over drie zalen. De eerste zoomt in op verschillende imaginaire werelden; in hoeverre zijn onze ideeën gebaseerd op verzinsels, en is dat erg, of kunnen fantasieën onze blik ook verruimen? Zo zijn er meerdere ‘reisverslagen’ te zien, vaak geschreven door auteurs die nooit voet aan wal hebben gezet in het betreffende gebied. Ondanks dat deze boeken weinig te maken hadden met de werkelijkheid, hebben ze toch lange tijd ons beeld over ‘de ander’ gevormd.
Meessen licht toe dat juist in deze vluchtige tijd, waarin kunstenaars hun oeuvre veelal tonen op sociale media en websites, het fysieke karakter van het boek erg belangrijk is
Sommige vertellingen zijn nadrukkelijk een fantasie en proberen op deze manier een andere wereld voor te stellen. Zoals Hendrik Smeeks, die begin achttiende eeuw een boek schreef over een koopman die strandt in het koninkrijk Krinke Kesmes. Een gebied waar mannen en vrouwen gelijke rechten hebben en iedereen zich in dezelfde godsdienst kan vinden. Eenzelfde soort idealisme is ook terug te zien in de werken van Gerard van Lankveld. Van Lankveld besloot in 1967 om thuis zijn eigen keizerrijk op te richten: Monera Carkos Vlado. Het rijk heeft een eigen taal, een vlag, geschiedenis en monumenten. In de tentoonstelling is de scepter van de keizer te zien. Maar de keizer, die Van Lankveld zelf is, is de enige inwoner van het keizerrijk. Zijn eigen droomwereld, een utopisch thuis.
In de tweede zaal staan alternatieve geschiedenissen centraal. Verschillende boeken tonen dat het verdraaien van de geschiedenis van alle tijden is. Zo associeerden vorsten zich maar al te graag met de heroïsche Trojanen. Zelfs Nederland zou door de Trojanen gesticht zijn schrijft Cornelius Aurelius in zijn geschiedenisboek.
Het tentoonstellen van boeken is niet gemakkelijk. Bladeren is natuurlijk niet mogelijk, en constant pagina’s bekijken terwijl je met gebogen hoofd van vitrine naar vitrine schuifelt, kan wat eentonig worden. De kunstwerken, in de tweede zaal onder andere van Laure Prouvost, Tommy Smits, Iris van der Zee en Umar Rashid, voelen daarom als een welkome, verfrissende toevoeging in het museum. De kunstwerken gaan soms direct een relatie aan met de boeken in de vitrines, maar staan ook op zichzelf, ze creëren een nieuwe beeldtaal en nodigen uit tot nadenken over de invloed van verhalen op ons idee van de waarheid. Zo zorgen de hedendaagse kunstwerken voor een nieuw perspectief op de boeken en de ruimte waarin ze zich begeven, en worden de verhalen die het huis rijk is versterkt of verbreedt.
Zoals bijvoorbeeld het werk van Tommy Smits: een stuk steen met daarin Playmobile poppetjes en een foto van een boeket bloemen ligt naast het eerdergenoemde ‘fossielen’ boek van Johann Beringer. Smits creëert in zijn werk vaak een soort tijdscapsules van het heden, door foto’s of andere objecten in beton te verankeren. Soms begraaft hij ze zelfs in de grond, waardoor de mogelijkheid ontstaat dat ze ooit weer ontdekt worden en misschien als archeologische vondst zullen worden gezien.
Het laatste deel van de tentoonstelling richt zich op toekomstvisies. Sommige werken doen voorspellingen over hoe de wereld er later uit zal zien. Zo stelt Albert Robida zich, in zijn science fiction boek uit 1883, Le Vingtième Siècle, bijvoorbeeld voor dat in de twintigste eeuw het Louvre vol zal staan met fotografen in plaats van schilders om de oude meesters te kopiëren. Anderen onderzoeken juist het eind der tijden, en de angst of hoop die dit toekomstbeeld inboezemt. Zoals Fiona Lutjenhuis, die in haar werk de apocalyps afbeeldt, geïnspireerd door wat haar vader haar als kind vertelde. Het einde zou volgens hem over vijf jaar komen. Die vijf jaar schoof echter steeds verder vooruit.
De tentoonstelling is onderdeel van een groter jaarprogramma – Jaar vol grensoverschrijdende verbeelding – binnen Huis van het boek, waarbij het huis op verschillende manieren wordt geactiveerd. Van wisselende tentoonstellingen, tot evenementen in de tuin, en van workshops in de drukkerij tot een artist in residence die een verdieping van het museum overneemt. Zo is er op dit moment ook een tentoonstelling van het werk van de eerste resident, illustrator en schrijver Ludwig Volbeda, te zien. Elk jaar zal een ander thema centraal staan in het huis, en zullen kunstenaars, vormgevers en bezoekers worden uitgenodigd om over nieuwe thema’s en boeken te reflecteren.
Boven, in de prachtige klassieke zaal, vol met boekenkasten en vitrines, is tussen de vaste collectie ook nog een aantal boeken uitgelicht waarin fabeldieren de hoofdrol spelen. Er komen allerlei wezens voorbij, van vliegende draken tot een zeemonster van wel vierenhalve meter, half monnik en half vis. Het blijft fascinerend om te bedenken hoe en waarom deze wezens opgetekend zijn. Welke ervaringen leiden tot het geloof in bepaalde ideeën? Hoe zal er in de toekomst naar onze ervaring van de waarheid gekeken worden? Die vraag komt terug in het gehele museum, hoe worden we gevormd door wat we zien, wat we lezen, door de verhalen die we vertellen en de geschiedenissen die we optekenen.
Boeken zijn uiteindelijk een afspiegeling van de manier waarop we denken en onze samenleving vormgeven. De behoeftes die mensen hebben, en de werelden waarover ze dromen. Maar de tentoonstelling laat zien dat er meestal geen eenduidig antwoord is. Hoezeer boeken ook pogen een universele waarheid uit te dragen, toch blijven ze vaak een tijdsopname. Uiteindelijk is het aan de lezer, om de kluwen van feit en fictie te omarmen of te ontrafelen.
De tentoonstelling Mythes & Mogelijkheden is tot en met 31 december te zien bij Huis van het Boek
Lara den Hartog Jager
is schrijver en curator






