metropolis m

Koos Buster, Sierborden van bijna alles waar ik een hekel aan heb, 2018

De tentoonstelling Breekbaar in CODA combineert fragiel materiaal met kwetsbare thema’s. De deelnemende kunstenaars uiten gevoelige, persoonlijke en maatschappelijke onderwerpen in onder andere keramiek, glas en porselein. Kiki Mertens bezocht de tentoonstelling, waar CODA ambacht en engagement verweeft en zo een materiële wending geeft aan een wereld die niet eerder zo breekbaar leek als vandaag de dag.

‘In eerste instantie zou de tentoonstelling gaan over de actualiteit van keramiek, met een focus op ambacht en innovatie,’ vertelt conservator Els Drummen. Het Europees Keramisch Werk Centrum (EKWC) in Oisterwijk werd door CODA benaderd om als partner mee te werken aan deze expositie. Na gesprekken met Geertje Jacobs, directeur van het EKWC, over de actualiteit rondom keramiek, merkte Drummen dat veel van deze keramische werken naast hun materialiteit nog een andere gemene deler hadden: niet alleen bestonden ze uit een kwetsbaar materiaal, maar de onderwerpen die de werken behandelden waren eveneens breekbaar. ‘We besloten om de tentoonstelling breder te trekken. Wat als we naar kunstenaars kijken die werken met breekbaar en kwetsbaar materiaal en tegelijkertijd ook thematisch en conceptueel rondom kwetsbaarheid werken?’

Bij fragiliteit denken we vooral aan massa, vorm en structuur, maar bij CODA is de kwetsbaarheid van het materiaal ook te horen. Als ik de trap af loop en de tentoonstellingsruimte betreed hoor ik het schelle, echter niet onaangename geluid van porselein door de hal galmen. De grote hal is met verschillende wanden opgedeeld in kleinere ruimtes. Voor de meest linkerwand staat een hoge installatie van oranje balken waaraan verschillende touwen hangen met bellen gemaakt van spierwit Chinees porselein. Een motortje, dat de touwen in beweging brengt, zorgt ervoor dat porseleinen bellen tegen elkaar aan worden geklingeld. Hans van Koolwijk begon in 2017 in het EKWC onderzoek te doen naar het best klinkende porselein. Uit een enorme hoeveelheid bellen maakte hij een kleine selectie die in deze installatie om de 10 minuten klinken. Het geluid doet denken aan het luiden van klokken, maar dan subtieler van aard, bijna als de klanken van een windgong. De tonen zijn niet helemaal goed te plaatsen en geven daardoor een gevoel van zowel herkenning als vervreemding. De kwetsbaarheid van het werk zit in deze vreemde paradox van het geluid, waar je je zowel aan over wil geven, als van weg wil lopen.

Doordat de wanden van de tentoonstelling niet tot het plafond rijken, is een ander rinkelend geluid te horen dat afkomstig is uit een ruimte verderop. Als ik de hoek omloop zie ik een rij van kartonnen dozen. Elise ‘t Hart heeft verschillende klanken opgenomen van vijftien thee- en koffiekopjes; van een porseleinen souvenirkopje met Koningin Wilhelmina erop tot een aluminium SS-beker, allemaal afkomstig uit de collectie van CODA. Elk kopje staat in een kartonnen doos, naast een kleine speaker, waaruit je bijvoorbeeld hoort hoe het roeren van een lepeltje klinkt. De verschillende klanken wisselen elkaar af of klinken door elkaar heen, waardoor het bijna als een concert klinkt. De klanken verwijzen naar huiselijke geluiden. ’t Hart is op zoek naar een veilig thuisgevoel dat vroeger bij haar thuis ontbrak. Met deze soundscape, die voor sommigen misschien saai alledaags klinkt, brengt ‘t Hart juist deze huiselijke compositie aan het licht.

Door de voorwerpen op vervreemde manieren in de koffertjes te presenteren, speelt hij met hun kwetsbaarheid.

Drummen vertelt dat ‘t Hart twee jaar geleden in opdracht van CODA voor een eerdere tentoonstelling het depot ingedoken is om iets te doen met alle kopjes die ze in de collectie hebben. Doordat CODA ook de collectie van het Van Reekum Museum en Historisch Museum bezit, bevat het een rijkdom aan erfgoedobjecten. Ook Vytautas Kumža gebruikte objecten uit de historisch collectie voor zijn solotentoonstelling in 2023 in CODA, waarvoor hij de objecten fotografeerde en vervolgens gegraveerde in transparante koffertjes. Voor een van de werken die in de tentoonstelling te zien is, heeft hij een oud limonadeflesje, afkomstig uit oude fabrieken rondom Apeldoorn, gegraveerd in zo’n koffertje. In de koffer zit ook een foto van het flesje. Verschillende voorwerpen, zoals een haarklem, een armband en schroevendraaier, zweven in de koffer voor de foto en achter de gravure. Door de voorwerpen op vervreemde manieren in de koffertjes te presenteren, speelt hij met hun kwetsbaarheid. Achter het transparante beschermlaagje worden ook de minder fragiele voorwerpen ineens breekbaar. De conceptuele transformatie die materialen doormaken is sterk voelbaar in Kumža’s werk.

Dat CODA eerst wilde focussen op ambacht en innovatie is nog te voelen in de huidige tentoonstelling. Zo geven de 3D geprinte vazen van Olivier van Herpt toch nog aandacht aan de laatste ontwikkelingen op het gebied van keramiek. Hij heeft een 3D-kleiprinter ontwikkeld die laagje voor laagje de vazen opbouwt met klei. Ondanks dat de vazen door een machine geboetseerd zijn, is nog steeds de menselijke imperfectie (doordat de printer bijvoorbeeld wordt aangestoten gedurende het printproces) zichtbaar in het eindproduct.

Ook Noor Nuyten combineert menselijke ambacht met de moderne technologie van de 21e eeuw.  Aan de hand van hedendaagse materialen bevraagt zij de kwetsbaarheid van de mens die ontstaat door onze afhankelijkheid van de digitale wereld.  Verschillende handgeblazen glazen bollen, gemaakt van versnipperde smartphones, staan op een sokkel in een transparante kubus.  Doordat het materiaal geen zuiver glas is, maar nog deeltjes van ander materiaal afkomstig uit de smartphone bevat, ontstaan er na verloop van tijd barstjes. De kubus, die in eerste instantie de bol lijkt te beschermen, zorgt ervoor dat het werk een ‘afgebakend kunstwerk’ blijft wanneer deze breekt. De verschillende methoden die zijn gebruikt voor het blazen van de verschillende bollen hebben invloed op het moment dat dit gebeurt. Nuyten heeft onderzocht wanneer de bollen ongeveer breken. Zo zijn er al twee gebarsten als ik de tentoonstelling bezoek. De grootste Offline Timer (one decade) (2020), die solo is gepresenteerd tegenover de andere timers, kan ieder moment breken, volgens Nuytens berekeningen.

Net als in het werk van Khalil Yusef komen de zware thema’s zacht tot uiting door het gebruik van kwetsbaar materiaal.

Ondanks de grote hoeveelheid aan thema’s en visies wijkt de tentoonstelling geen moment af van haar ambitie en is er zelfs nog ruimte om zware thema’s rondom politiek en oorlog in hun selectie op te nemen. In de installatie van Susanne Khalil Yusef staat op de muur in Arabische roze neonletters ‘wij willen leven’. Glazen geweren en grote keramieken hoofden liggen op sokkels bekleed met het patroon van de Palestijnse vlag. De felle kleuren in de installatie maken het werk toegankelijk, maar het breekbare materiaal toont ook de urgentie. De aandacht die hier gevestigd wordt op alle onschuldige Palestijnse slachtoffers is zowel kwetsbaar als luid. Op eenzelfde manier kan je de stop-motionfilm, The Name of Gold (2019), van Geng Xue bekijken. In deze film reflecteert Xue op het menselijke leven en gedrag en bevraagt ze onze verantwoordelijkheid voor de aarde en de offers gemaakt worden voor winst. Net als in het werk van Khalil Yusef komen de zware thema’s zacht tot uiting door het gebruik van kwetsbaar materiaal. De klei die in de film steeds wordt vervormd tot nieuwe beelden, maakt het zien van de gruwelen minder zwaar. Wanneer een ietwat grimmig offerritueel verandert in een dromerige plek van goud, krijgt de film zelfs een positieve connotatie. De abstractie van de film zorgt ervoor dat de boodschap en het verhaal deels ambigu blijven, zo overhandigt Xue de reflectie aan de kijker: is het goed of slecht wat hier gebeurt?

De tentoonstelling is uiteenlopend; van designer vazen tot beladen maatschappelijke thema’s, maar alle werken vinden hun kern in kwetsbare materialiteit. Door zich aan de hand van breekbare kunst te engageren met actuele thema’s en de materialiteit te laten spreken, creëert CODA ruimte om de werkelijkheid vanuit het medium kritisch te bekijken en te bevragen. Op deze manier weten ze de fragiele wereld te ontsluiten en laten ze zien wat er schuilgaat achter alle breekbaarheid.

Breekbaar is tot 2 februari 2025 te zien in CODA

Kiki Mertens

schrijft over kunst en filosofie

Gerelateerd

Recente artikelen