metropolis m

Tekeningen en sculpturen in de tentoonstelling Fleur van Dodewaard. ZWART GRAS – LIEFDESBRIEVEN. Foto: Marjon Gemmeke

Fleur van Dodewaard (1983) tekende abstracte ‘liefdesbrieven’, die samen met haar sculpturen worden getoond in het Kröller-Müller. Wie de tentoonstelling de tijd geeft en ook de rest van het museum erbij betrekt, ziet hoe de brieven zich gaandeweg openstellen.

Hoe weet je dat iets een liefdesbrief is als je het niet kunt lezen? De Nederlandse kunstenaar Fleur van Dodewaard maakte een jaar lang kunstwerken op papier, die ze zelf liefdesbrieven noemt: expressieve tekeningen die gemaakt zijn met kleurpotlood of inkt, en veel witte, lege ruimte. Een selectie daarvan is nu te zien in het Kröller-Müller, onder de naam Zwart Gras/Liefdesbrieven. Het is interessant om Van Dodewaards fysieke bewegingen – haar handschrift – terug te zien. Toch maken de tekening een wat al te abstracte, gesloten indruk. De patronen hebben wel wat weg van letters, maar zijn onleesbaar. Gelukkig dienen zich gaandeweg nieuwe ‘leesmanieren’ aan. Soms moet je liefde even de tijd geven.

In het Kröller-Müller wordt ook de serie Lentesculpturen (2024) getoond die Van Dodewaard maakte met materialen uit en rondom het museum. De beelden bieden mogelijke manieren aan om de liefdesbrieven te ‘lezen’. Ze zijn tamelijk abstract en minimalart-achtig, maar de concrete materialen geven de sculpturen een zekere herkenbaarheid. Denk aan hout (niet al te glad afgewerkt), spanbanden en een dikke grijze deken. Op sommige stukken hout staan mysterieuze, handgeschreven notities als ‘2H’ en ‘2J’. Waarschijnlijk zijn het constructie-instructies, maar misschien zelfs een cryptische liefdesbrief.  In beide gevallen geldt dat het prima is als ze alleen begrepen worden door de juiste (twee) betrokkenen.

De beelden doen denken aan de dagelijkse, praktische kant van de kunstwereld. Daar worden kunstwerken vervoerd, tentoonstellingen ingericht, en zakelijke beslissingen genomen. In het handschrift van Dodewaards tekeningen zit natuurlijk iets heel fysieks. Dat beweeglijke karakter komt op een heel andere manier terug in de sculpturen. Daarbij stel je je niet voor hoe het potlood over het papier beweegt, maar hoe de materialen bij elkaar worden gebracht, met een spanband eromheen

De beelden bieden mogelijke manieren aan om de liefdesbrieven te ‘lezen’.

Zwart gras/Liefdesbrieven is overigens al dan niet bewust goed getimed, want de tentoonstelling valt mooi samen met een aantal andere exposities in het Kröller-Müller die nieuwe context bieden voor Van Dodewaards werk. De sterkst in het oog springende parallel is Grafiek van beeldhouwers. Die laat zien hoe beeldhouwers als Henry Moore en Joel Shapiro hun ruimtelijke beeldtaal probeerden te vangen in platte zeefdrukken en litho’s. Dat roept al een mogelijke vraag op die je in het achterhoofd kunt houden: Hoe verhouden Van Dodewaards werken op papier zich tot haar sculpturen? Wat opvalt is dat haar tekeningen vaak op ooghoogte hangen, maar soms ook daaronder of daarboven. Ook bij plat werk kun je de ruimte betrekken.

De tentoonstelling Let’s Dance biedt ook een interessante context: een presentatie met dynamisch ogende, maar stevige beelden uit de museumcollectie. Het opmerkelijkste beeld is samengesteld uit verschillende stalen, roze geverfde platen: Pompadour (1964) van Athony Caro. Weer even teruglopen naar de eveneens samengestelde sculpturen van Van Dodewaard: wat zijn dat toch een fragiele bouwwerken. Zonder spanbanden zou er iets vreselijk verkeerd gaan.

In zekere zin zou je dat parcours kunnen zien als variant op de inmiddels wat sleetse transhistorische benadering van tentoonstellingen, waarvoor musea kunstwerken uit heel verschillende tijden naast elkaar hangen – soms met al te geforceerde resultaten. Nu hebben alle drie de tentoonstellingen een duidelijk eigen karakter en context voor de kunstwerken; een bepaalde logica. Daardoor komt elke presentatie tot zijn recht. In je hoofd kun je die vergelijkingen alsnog trekken tussen de verschillende exposities, of de museale collectie. Zo brengen de zaalteksten Van Dodewaard immers expliciet in verband met Vincent van Gogh.

Om met de expliciete verwijzing te beginnen: Van Dodewaard tekende een deel van de liefdesbrieven in Arles, waar Van Gogh een tijd werkte. Een ander deel maakte ze in Japan, een land waar Van Gogh zelf nooit is geweest, maar waarvan de kunst hem sterk heeft geïnspireerd. Dat brengt haar werk op een implicietere manier in verband met Van Gogh. Je ziet wel iets van zijn expressieve handschrift terug in dat van Van Dodenwaard, al heeft hij natuurlijk nooit de opkomst van de abstracte kunst mogen meemaken – waarop hij wél van invloed is geweest

Fleur van Dodewaard, WITH EACH AND EVERY FINGER (BLACK GRASS - LOVE LETTERS) - MET ELKE VINGER (ZWART GRAS - LIEFDESBRIEVEN), 2024
Fleur van Dodewaard, LETTER TO SELF - WHEATFIELD (BLACK GRASS - LOVE LETTERS) - BRIEF AAN MEZELF - KORENVELD (ZWART GRAS -LIEFDESBRIEVEN), 2024

Overigens maakte ze niet alleen tekeningen in Frankrijk en Japan, maar ook in Nederland. Het is niet precies te zien welke tekening in welk land gemaakt is, of aan wie ze gericht zijn. Dat maakt ook niet veel uit, want uiteindelijk hebben de tekeningen iets poreus. Na een tijdje ogen de liefdesbrieven helemaal niet meer zo gesloten als ze eerst leken. Er ‘klinken’ allerlei invloeden door, er zijn allerlei aanknopingspunten vanuit andere kunstwerken. Ook dat is een vorm van je liefde betuigen. Een liefdesbrief raakt je misschien het meeste om alles wat je tussen de regels door (denkt) te lezen.

Zwart Gras/Liefdesbrieven van Fleur van Dodewaard is tot en met 24 augustus 2025 te zien in het Kröller-Müller (Otterlo). Grafiek van beeldhouwers is tot en met 31 augustus te zien; Let’s Dance tot en met 2 november.

Van 6 september tot 20 oktober toont Fleur van Dodewaard in het Kobe City Museum in Kobe, Japan ook tekeningen en sculpturen samen.

Maarten Buser

is dichter en kunstcriticus

Gerelateerd

Recente artikelen