
Herschreven routes – Wandelen als verzet
Wat betekent het om je al lopend door een stad, een geschiedenis of een herinnering te bewegen? In een tijd waarin naamgeving machtsstructuren bevestigt en technologie mensen voortdurend traceert, krijgt wandelen een politieke lading. Dit essay verkent wandelen als verzet, als tegencartografie en belichaamd antwoord op de vraag wie zich waar thuis mag voelen. (Go to the English version HERE)
Onlangs heb ik Adolescence gebingewatcht. Ik herinner me een bepaald moment nog goed. Mijn telefoon gaf een melding: een e-mail met de vraag of ik wil schrijven over wandelen als vorm van onderzoek. Ergens tussen Netflix en Hotmail raakten deze schijnbaar losstaande draden op een onverwachte manier met elkaar verbonden. Naar mijn idee gaat wandelen over dwalen, het in kaart brengen van gedachten, gevoelens, gesprekken, ideeën, reflecties en plekken. Het is voor deze tekst daarom ook belangrijk om aan te geven wat de vertrekpunten zijn: het boek Walking as Research Practice (2022), een wandeltour door de Afrikaanderwijk in Rotterdam, Cihad Caners tentoonstelling bij Kunstinstituut Melly, Adolescence en de poging van Trump om de Golf van Mexico te hernoemen. Laten we eerst teruggaan naar het begin.
Wat onze persoonlijke bagage ook is, we dragen allemaal een unieke samenstelling van geleefde coördinaten met ons mee: gender, afkomst, leeftijd, religie, klasse. Dit zijn geen geïsoleerde eigenschappen, ze vormen kruisverbanden die mede bepaald zijn door machtssystemen. Het is daarom bijna onmogelijk om je voort te bewegen zonder het gewicht van de wereld op je schouders te voelen. Wandelen is niet neutraal, het is politiek, belichaamd en diep vervlochten met het leven.
Édouard Glissant bespreekt het ‘right to opacity’, dat weerstand biedt tegen de imperiale drang om anderen te kennen, te benoemen en tot iets begrijpbaars te reduceren. Dit resoneert met het concept ‘speaking nearby’ dat Trinh T. Minh-ha gebruikt in haar documentairefilms. Een manier om dichtbij mensen of een plek te blijven zonder ervan uit te gaan dat je toegang of zeggenschap hebt. Het is een weigering om over of voor de ander te spreken en in plaats daarvan te kiezen voor nabijheid, afstemming en dialoog.
Deze ideeën komen samen in Walking as Research Practice, samengesteld door Alice Twemlow en Tânia A. Cardoso. De bundel biedt rijke theoretische en ook praktijkgerichte inzichten in wandelen als een belichaamde en zintuiglijke methodologie, met de nadruk op manieren van onderzoek doen die dominante ruimtelijke benaderingen herdefiniëren. De vormgeving van Jana Sofie Liebe kun je zien als belichaming van de inhoud, rauw aan de randen, maar prachtig in haar tastbaarheid. De leeggelaten marges nodigen uit tot het maken van aantekeningen, alsof het een gids is. Lezers worden uitgenodigd om contact te maken met het boek als een levend instrument, dat de ruimte tussen gedachten en lichaam laat verdwijnen.
Taal Tour
Maar wat betekent het door een stad te wandelen die bestaat uit verschillende, over elkaar heen gelegde lagen? Om mijn lichaam en geest te activeren, schrijf ik me in voor de Taal Tour in de Afrikaanderwijk, ontwikkeld door Cihad Caner en Hannah Dawn Henderson. De wandeling loopt parallel aan Caners solotentoonstelling bij Kunstinstituut Melly: (Re)membering the Riots in Afrikaanderwijk in 1972 or guest, host, ghos-ti, die de grotendeels vergeten gewelddadige rellen tegen gastarbeiders in die Rotterdamse wijk weer tot leven brengt.
Om me voor te bereiden op de wandeling, bezoek ik eerst de tentoonstelling in Melly. Ik ben onder de indruk van de ruimtelijke ironie: Caners sculpturale reliëfs, rode MDF-panelen geëtst met archiefbeelden van interieurs, straatbeelden en protesten zijn gefragmenteerde herinneringen aan de rellen en hun nasleep, staan opgesteld voor metershoge ramen. De skyline van Rotterdam doemt op als een stille getuige. De stad onderbreekt en bevestigt hun aanwezigheid door schaduwen te werpen. De centrale vragen worden tastbaar: Wie hoort hier thuis? Wie bepaalt dat? Welke herinneringen blijven bewaard en wie blijft verborgen in het verleden?
In de nabijgelegen ruimte is een film te zien, waarin drie narratieven in elkaar grijpen: Hendersons onderzoek naar de koloniale straatnamen in de Afrikaanderwijk, een fictieve reconstructie van de rellen van 1972 vermengd met archiefmateriaal en reflecties van bewoners over gentrificatie, ontheemding en marginalisering. De film toont hoe geschiedenis in mensen en plekken besloten ligt. Caners gebruik van een niet-lineair narratief, fictionele karakters en meertalige dialoog laat zich niet makkelijk interpreteren. Net als Glissants theorie over ‘opacity’, ligt de nadruk op multipliciteit. Het biedt geen verzoening, maar vraagt van de kijker om de wankelheid van geheugen en geschiedenis te accepteren. Door wandelen aan dit onderzoek te koppelen, langs een gemeenschap van talen die buiten de muren van het instituut reikt, wordt de praktijk krachtig geactiveerd. Wandelen wordt hier een vorm van politieke toe-eigening waarin lichamen in beweging weggevaagde verhalen terugvoeren naar zichtbaarheid.
Als ik de tentoonstelling verlaat en richting de Afrikaanderwijk loop, vraagt mijn telefoon mijn aandacht: batterij bijna leeg. Ik besef me dat ik afhankelijk ben van dit apparaat voor verbinding, geld en navigatie. Plotseling bekruipt me een gevoel van kwetsbaarheid. Dit moment maakt iets duidelijk: wandelen is niet altijd bevrijdend. Beweging is vaak afhankelijk van technologie, toegang, autonomie – en in mijn geval: een opgeladen telefoon.
Ik denk terug aan Adolescence. Gefilmd in één doorlopende take, ontvouwt het zich als een mentale wandeling. Zoals in Caners reconstructies weigert Adolescence zich lineair te ontvouwen. Jamie, de hoofdpersoon, wordt voortdurend geobserveerd: door school, familie, het rechtssysteem en de publieke opinie. De instabiele vertelstructuur ondermijnt één ‘waarheid’ over wie hij is. Identiteit is relationeel, geheugen onbetrouwbaar. Streaming voelt als een digitale dérivé: in plaats van verhalen te onderzoeken, consumeren we ze. We dwalen van show naar show. We pauzeren, gaan terug, of laten ze achter ons. Onze streaminggewoontes lijken op stedelijke omzwervingen, maar in tegenstelling tot wandelen verankert streaming ons niet in het lichaam. Wandelen daarentegen stelt ons in staat betekenis te maken in relatie tot onze omgeving, tot anderen en onszelf.
Ik kom eindelijk in de buurt van ons ontmoetingspunt. Het Santos koffiepakhuis doemt op, net als een groot deel van de wijk gehuld in de glans van de stadsvernieuwing. De Taal Tour wordt gegeven in samenwerking met Ontdek Rotterdam Anders. Ik word opgewacht door kunstbemiddelaar Gino van Weenen, wiens kennis van de wijk en persoonlijke betrokkenheid onmiddellijk voelbaar zijn. We worden ook vergezeld door Sofía Hernández Chong Cuy, voormalig directeur van Kunstinstituut Melly.
In augustus 1972 bereikten de spanningen in de Afrikaanderwijk een kookpunt toen een Turkse huisbaas een Nederlandse vrouw uit haar huis zette. Het incident ontketende nationale onrust. Anti-immigratie demonstranten stroomden de wijk in. Huizen werden aangevallen en gemeenschappen geterroriseerd. Migranten werden als buitenstaanders gepositioneerd. De rellen legden de raciale breuklijnen bloot die door de stad lopen en toonden hoe fragiel het gevoel van thuis wordt als je bestaan afhankelijk is van de goedkeuring van anderen.
Hoewel de gebouwen die door de rellen zijn getekend al lang verdwenen zijn, bestaan de straatnamen nog steeds. Van Weenen vertelt hoe diep de Afrikaanderwijk doordrenkt is van koloniale verwijzingen. De naam van de wijk zelf verwijst naar de Anglo-Boerenoorlog. Straathoeken worden bewaakt door namen als Christiaan de Wet, Joseph Chamberlain en Paul Kruger; mannen die betrokken waren bij koloniale onderdrukking in Zuid-Afrika. De herontwikkeling van de wijk is zichtbaar: moderne gevels, nieuwe horeca, opgepoetste pleinen. Maar deze tekenen van vooruitgang gaan gepaard met gentrificatie en verdringing. De sociale structuren die deze buurt ooit vormden, dreigen gemarginaliseerd te worden.
Wandelen stelt ons in staat betekenis te maken in relatie tot onze omgeving, tot anderen en onszelf.
Tegencartografie
Plotseling stuiten we op de markt. De focus verschuift. Zintuigen ontvlammen. Citroenen, nog niet helemaal rijp. Bewandeld gras. Piepende kinderwagens. Stemmen, geuren, warmte. Alleen op gevoel weerstaat deze buurt het uitwissen. Caners onderzoekspaden beginnen samen te komen en vormen een tegencartografie. Wandelen wordt hier een manier van belichaamd schrijven: geschiedenissen worden niet alleen herinnerd, ze worden ervaren. Ik moet denken aan een zin uit Walking as Research Practice: ‘Net als een lezer die aantekeningen maakt in de kantlijn van een boek, laat de wandelaar in de stad zijn eigen aantekeningen achter, en de stad reageert door aantekeningen achter te laten in de wandelaar.’
Wanneer we het Afrikaanderplein oplopen, staan we stil bij het Monument voor de Gastarbeider (2013). De obelisk, ontworpen door Hans van Bentem, is een eerbetoon aan degenen die ooit slechts als tijdelijk werden gezien. Elk element draagt symbolische lading: acht gekleurde stenen verwijzen naar landen van herkomst, terrazzo roept Noord-Afrikaanse ambachten op, scheepsstaal verbindt het monument met de haveneconomie, en het motief van de Eiffeltoren, samen met de mediterrane zon, eert het werk van migranten. Rondom ons gonst het op de markt. We blijven staan. Het gesprek verschuift naar monumenten en naar de politiek van het benoemen.
De roep om de straten van de Afrikaanderwijk te hernoemen klinkt al langer, maar tot op heden is er nog geen actie ondernomen. Deze kwestie resoneert met Hernández, die, als reactie op vergelijkbare oproepen om institutionele verantwoordelijkheid, de openbare raadpleging leidde die in 2021 resulteerde in de hernoeming van Kunstinstituut Melly. Voor Hernández was de hernoeming niet alleen een symbolisch gebaar. Gedurende drie jaar organiseerde het instituut uitgebreide bijeenkomsten, waarbij artistiek onderzoek en publieke betrokkenheid als instrumenten werden ingezet om de confrontatie aan te gaan met koloniale erfenissen in de openbare ruimte. Het hernoemen kan functioneren als een interventie, een onderbreking van dominante verhalen die historisch geweld proberen te normaliseren. Het roept urgente vragen op: wie wordt herdacht? En wie krijgt het gezag om dat te bepalen?
Ons gesprek neemt een wending. De afgelopen maanden kwam in het nieuws hoe Trump de Golf van Mexico heeft herdoopt tot de ‘Golf van Amerika.’ In tegenstelling tot de participatieve hernoeming van Kunstinstituut Melly is dit een voorbeeld van naamgeving als autoritair spektakel. Taal is ingezet om dominantie te laten gelden, geschiedenissen uit te wissen en het collectieve geheugen te herschrijven. Michel de Certeau wees er al op hoe naamgeving in machtsstrategieën niet functioneert als erkenning, maar als territoriale inscriptie; een poging om witheid en kapitalistische nostalgie in het landschap te verankeren.
Kaarten veranderen voortdurend. Nu aandacht steeds meer gecommodificeerd wordt en het politieke discours naar spektakel verschuift, voelt wandelen urgenter dan ooit. Wandelen is zowel verzet als herstel en staat voor ondoorzichtigheid, gemeenschap en ontmoeting. Het eist het recht op om te bewegen, om te benoemen in relatie tot anderen en tot ruimte. En het geeft ons de kracht om anders te herinneren.
Deze tekst is eerder gepubliceerd in Metropolis M Nummer 3-2025 Devotie – de Engelse versie lees je HIER
Alice Twemlow en Tânia A. Cardoso (red.), Walking as Research Practice (Amsterdam: Roma Publications, 2023).
Cihad Caner, (Re)membering the riots in Afrikaanderwijk in 1972 or guest, host, ghos-ti was t/m 29.6.2025 te zien bij Kunstinstituut Melly, Rotterdam
Adolescence, created by Jack Thorne and Stephen Graham, directed by Philip Barantini, Netflix, 2025.
Alice Twemlow and Tânia A. Cardoso (eds), Walking as Research Practice (Amsterdam: Roma Publications, 2023).
Édouard Glissant, Poetics of Relation, trans. Betsy Wing (Ann Arbor: University of Michigan Press, 1997)
Michel de Certeau, The Practice of Everyday Life, trans. Steven Rendall (Berkeley: University of California Press, 1984)
Rebecca Solnit, Infinite City: A San Francisco Atlas (Berkeley: University of California Press, 2010)
Trinh T. Minh-ha, “Speaking Nearby: A Conversation with Trinh T. Minh-ha,” interview by Nancy N. Chen, Visual Anthropology Review 8, no. 1 (1992)
Kaylie J. Stuart
is kunstenaar en schrijver





