metropolis m

Amol K Patil, Lines Between the City, 2023. Foto: Tomek Dersu Aaron

De installaties van Amol K Patil zijn even verstild als beweeglijk, even sferisch als geconcentreerd. Geïnspireerd door de theaterachtergrond van zijn vader en de stedelijke omgeving van Mumbai, creëert Patil werken die de strijd van de arbeidersklasse en de geschiedenis van verzet tegen het kastensysteem verkennen. Zijn werk was te zien tijdens de laatste editie van documenta en recentelijk in de Hayward Gallery in Londen. Momenteel exposeert hij zijn werk in het De Pont Museum in Tilburg. Fabienne Rachmadiev sprak met de kunstenaar over diens culturele achtergrond en de relatie van zijn werk met het lichaam, beweging en verzet.

Een glas water met in de bodem een getekend portretje, staat op een vierkant tafeltje. In dezelfde ruimte is een bronzen sculptuur van een hand te zien, een houten lade met daarin ritmisch bewegende aarde. Wat hebben deze elementen gemeen? Welke verbanden zijn er tussen deze verschillende  materialen te leggen? De kleuren zijn warm: oker, roest, donkerbruin. De belichting is contrastrijk, maar niets is volledig zwart of wit, de uitersten zijn geelwit of aardedonker. Licht en beweging zijn belangrijke aspecten voor Amol K. Patil (1987), die daarmee appelleert aan een familietraditie van theater en voordracht, evenals de herinnering aan straatverlichting in Mumbai, waar de kunstenaar vandaan komt en nog steeds woont. De belichting is ook bij uitstek wat zijn installaties, die bestaan uit tekeningen, sculpturen, kinetische objecten, tekst en poëzie, video en ander bewegend beeld, en performance, tot een geheel maakt. Een veelheid aan materiaal en media die wonderlijk ingetogen composities oplevert.

The Politics of Skin and Movement (2022) is de titel van deze meest recente installatie. Deze installatie, of misschien is voorstelling een net zo passende omschrijving, was te zien tijdens de Biënnale van Kochi-Muziris (2022-2023) en als solotentoonstelling in de Londense Hayward Gallery (2023). De titel vat treffend de kern van Patils kunstpraktijk samen, dat is namelijk een sterk sociaal geëngageerde praktijk die, in een bewuste voortzetting van een familietraditie, naar vormen van verzet zoekt. Vormen die uiteenlopend maar subtiel zijn, op het eerste gezicht enigmatisch in hun onderlinge samenhang, maar altijd zorgvuldig gecomponeerd. Startpunt zijn daarbij de tekeningen, die soms als zelfstandig werk getoond worden, soms dienen als ontwerp voor een sculptuur of een meubelstuk, zoals decortekeningen bij de enscenering van een theaterstuk.

Vertrekkend vanuit een incompleet archief

De invloed van theater in het werk van Patil weerspiegelt een dialoog met het werk van zijn vader, Kisan Patil, een avant-garde theatermaker en activist die ook stratenveger was. Met zijn  theatergroep verzorgde Kisan Patil optredens in arbeiderswijken in Mumbai, een podium werd gemaakt met wat er voorhanden was. Van deze praktijk is een beperkt archief bewaard gebleven: één volledig scenario, enkele  registraties van optredens en moeilijk te ontcijferen stemopnames op casettebandjes. Patils kunstenaarspraktijk, die  rond 2012-2013 begon, vertrekt vanuit dit incomplete archief.

Een bijzonder werk uit deze beginperiode is de video Asylum for Dead Objects (2013), gebaseerd op een verloren gegaan scenario van de vader van de kunstenaar. Het verhaal, in de beschrijving van Prajna Desai voor frieze, gaat over een man die zich aan het gezag probeert te onttrekken door zich geestesziek voor te doen, maar uiteindelijk in de val wordt gelokt door de politie, die dezelfde methode toepast. Op basis van de herinneringen van anderen die het theaterstuk wel hadden gezien, ensceneerde en interpreteerde Patil het stuk opnieuw. De video, die  in totaal 2 minuten en 20 seconden duurt, is in zwart-wit en toont de kunstenaar in acht verschillende posities, waarbij hij verschillende bewegingen steeds herhaalt — een verre echo van het triadisch ballet. Hij is blootsvoets en verder gekleed in een wit shirt en een donkere korte broek. In het theaterstuk van zijn vader verbeeldden verschillende mannen objecten in een kamer. In de video neemt zijn zoon het op zich een klok, een krant, een ventilator te worden. De repetitieve handelingen doen in combinatie met de titel denken aan dwangneuroses zoals die voorkomen bij psychiatrische patiënten. Patil doet nog een ingreep in het bronmateriaal: de locatie van de video is een vertrek in het huis van zijn grootvader, een rondtrekkende dichter die de muzikale vorm powada beoefende, waarmee de onderdrukten en verworpenen hun stem lieten horen. Het zijn protestliederen met een sociale en politieke functie en doel, om misstanden en onrecht aan te kaarten. Het huis, waarin de video is opgenomen, is gebouwd op land dat zijn  grootvader van de Britse machthebbers ontving omdat zij onder de indruk waren van zijn voordrachten, waarin hij nadrukkelijk het Britse kolonialisme aan de kaak stelde.

Asylum for Dead Objects is een werk waarin, zoals de kunstenaar het omschrijft, een gesprek met de doden wordt aangegaan. De erfenis van voorgaande generaties wordt aangewend voor regeneratie; levenloze objecten bewegen en gaan nieuwe verbanden met elkaar aan.

Asylum for Dead Objects is een werk waarin, zoals de kunstenaar het omschrijft, een gesprek met de doden wordt aangegaan.

Ondergronds verzet

In het vroege werk van Patil zijn thema’s te herkennen die hij nog steeds verkent en verdiept, en waarvoor hij nieuwe vormen en composities vindt. Het in beweging houden van lessen uit het verleden, de strijd tegen onrecht die drie generaties lang van vader op zoon is overgedragen, zoals in onder andere Asylum for Dead Objects, komt in een andere vorm terug in de kinetische objecten die Patil maakt. In The Politics of Skin and Movement heeft hij verschillende ‘chambers’ ingericht, hoewel alle werken in één grote ruimte staan. In elke van die ‘kamers’ is een andere beweging te vinden, zoals een onzichtbaar motortje dat grond in een lade laat golven of in een spiraal laat draaien. Deze bewegingen zijn telkens ingekaderd: in een rechthoekige lade of in een sculptuur van een mensenvoet.

In essentie is een sculptuur of meubelstuk een stil en solide object. Er kan de suggestie van beweging in zitten, maar het is niet de beweging zelf. Door de sculpturen en objecten te contrasteren met  kinetische bewegingen, roept Patil niet alleen een fysieke sensatie van bijgestelde verwachtingen op, maar ook van associaties met mobiliteit in haar vele facetten. Mobiliteit, bijvoorbeeld in de vorm van de  migratiegeschiedenissen van zijn familie, op zoek naar levensonderhoud, en wat zulke migraties doen met een mens en lichaam.

Losse ledematen die in verschillende bronzen sculpturen ( en in meerdere installaties) terugkomen, roepen dan weer ontregelende associaties op, niet in de laatste plaats met een koloniaal schrikbewind, zoals dat van de Belgische koning Leopold II in Congo. Bronzen en metalen sculpturen die aan de muur zijn bevestigd, waaruit een arm of been tevoorschijn komt, doen ook denken aan het surrealisme waarin de mens, doorgaans de vrouw, gefragmenteerd werd weergegeven door haar ledematen ‘los te knippen’.  Op sommige schilderijen lijkt een voet of hand juist weer op een soort prothese. Er zijn tanden, ogen, oren en soms een portret, maar gefragmenteerd, als herinneringen aan de reductie van de mens die voor de winst van anderen werkt.

Daarnaast maakt Patil  gebruik van aarde en grond in verschillende samenstellingen, waarin die kinetische bewegingen verstopt zitten of juist geopenbaard worden. De grond die bewerkt of verborgen wordt, daarin worden verbanden gelegd met mijnwerkers die ondergronds werken, of het verzet tegen imperiale en autocratische machten dat noodgedwongen ondergronds moet plaatsvinden. De manier waarop het kastenstelsel in hedendaags India nog altijd doorwerkt, is een belangrijk thema voor Patil, waarbij zijn positie en solidariteit bij de Dalits ligt, de kasteloze ‘onderklasse’. De strijd en het verzet van de Dalits voor rechtvaardigheid en een menswaardig bestaan, daarin herkent Patil ook andere vormen van ‘ondergronds’ verzet, zoals de gelijkenissen in de historische strijd van de Dalits en The Black Panthers in de Verenigde Staten, en die zijn door te trekken naar het heden. In dit opzicht zijn de installaties van Patil niet alleen artistieke composities, maar tegelijk ook toonbeelden van verzet.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat Patils werk deel uitmaakte van Documenta 15 in 2022, een veelbesproken editie gecureerd door het Indonesische collectief ruangrupa, dat een radicaal andere benadering van kunst introduceerde, waarin solidariteit, en kunstzinnig verzet centraal stonden. Voor deze editie maakte Patil de tentoonstelling Sweep Walkers. Een totaalcompositie, bestaande uit twee grote constructies met aarde, subtiel belichte tekeningen van klein formaat, bronzen sculpturen. De titel verwijst naar straatvegers, en in het bijzonder naar een vriend van Kisan Patil, Anil Tuebhekar, die dit werk deed. De herinnering aan deze vriend is het uitgangspunt voor de video Black Masks on Roller Skates (onderdeel van Sweep Walkers) en voor de performance waarin rolschaatsers door de ruimte heen een choreografie uitvoeren terwijl ze een bezem vasthouden. Anil Tuebhekar bewoog zich voor zijn werk voort op rolschaatsen omdat hij niet welkom was in het openbaar vervoer. Als protest droeg hij een transistorradio met luide muziek bij zich. De video is een hommage aan de vriend van zijn overleden vader, maar ook een podium voor een eigenzinnige en bescheiden vorm van protest. We volgen een man op zijn energieke rolschaatstocht door Mumbai, terwijl uit zijn radio een lied met een duidelijk politieke boodschap klinkt: ‘With the toil of our hands we dug the earth/while the boss made profits.’ Dat lied is ook een powada, een eeuwenoude vorm van protest die vooral door de Dalits wordt  ingezet. Het is een nog altijd gebezigde vorm in hedendaags India. Als Patil in Mumbai een performance verzorgt met daarin powada zangers, komen er veel werkers kijken.

De stem van de arbeidersklasse

In het werk van Patil is er een sterke toewijding aan zijn familiegeschiedenis, die hij steeds verbindt met een besef van verantwoordelijkheid door zich te committeren aan verzet en strijd voor rechtvaardigheid. Ook de plek waar de kunstenaar opgroeide speelt een essentiële rol. Elementen die eigen zijn aan die plek, Mumbai, zoals de eerdergenoemde sfeer van de straatverlichting en de karakteristieke ‘chawl’ architectuur (gebouwen van vijf bouwlagen met doorlopende galerijen die uitkijken op een kleine binnenplaats die als huisvesting voor arbeiders dienden) komen bewust terug in zijn kunst. Patil groeide op omringd door deze laat negentiende-eeuwse eeuwse architectuur, en de zintuiglijke ervaringen zoals het licht, de geluiden, de geuren van de chawls probeert hij in zijn installaties over te brengen.

Patils werk staat dus altijd in directe relatie met de bredere sociale omgeving waarin het zich bevindt. Voor elke locatie waar hij zijn werk tentoonstelt, heroverweegt hij de relatie met de context van de plek. Zo is hij voor zijn aankomende tentoonstelling in het De Pont Museum in Tilburg geïnteresseerd in de textielgeschiedenis van de stad en de textielarbeiders. Patil zegt ook gefascineerd te zijn door de onzichtbaarheid van de arbeidersklasse in de stedelijke omgeving — iets wat hij bevraagt in zijn kunst. Patils werk doet zo ook inzien dat in de hedendaagse kunstwereld zelf de arbeidersklasse weinig vertegenwoordigd is— zowel de zichtbaarheid van arbeid, als kunstenaars afkomstig uit deze klasse.

De titel The Politics of Skin and Movement draagt in die zin de meerlagigheid van Patils werk in zich: de beweging van een lichaam en de beweging van een lichaam in een sociale, stedelijke, historische omgeving. De huid als teken van herkomst en klasse, maar ook als kwetsbaar orgaan dat blootgesteld wordt aan gevaarlijke arbeidsomstandigheden. Weinig kunst adresseert en engageert zich zo toegewijd en artistiek vindingrijk met de arbeidersklasse als het werk van Patil, waarin de vorm de thematiek onthult  zonder dat deze ooit verwordt tot een eenduidige boodschap, en daarmee louter onbeweeglijk onderwerp.

De tentoonstelling Whispers of the Dust is tot en met 9 maart 2025 te bezoeken bij De Pont

Deze tekst is eerder gepubliceerd in Metropolis M Nummer 5 Het Einde van de diversiteit & Immersiviteit

Fabienne Rachmadiev

is schrijver en onderzoeker

Gerelateerd

Recente artikelen