metropolis m

Performance Cornalijn Overweg-Ramaker

In de afstudeertentoonstelling (Dis)comfort Narratives: Moving with the feeling zetten de masterstudenten Fine Arts van de HKU de rol van kunstenaar soms even aan de kant, om in plaats daarvan ruimte te maken voor de activist, de jager, de docent en bovenal de mens, als vat vol emoties.

Als ik tentoonstellingsruimte BAK in Utrecht binnenloop, is het er rustig. De masterstudenten zijn er niet op deze vrijdagmiddag. Het eerste werk waar ik op stuit is I’d rather see u(s) in the streets van Naomi de Bruijn. Verschillende zines, flyers en poster zijn over de grond en een paar gele meubels verspreid.

Ik pak een van de flyers op en lees dat er op de dag dat ik de afstudeertentoonstelling bezoek een pro-Palestijnse actiedag is tegen het beleid van de HKU. Ze eisen dat de HKU een statement uitbrengt waarin de genocide in Gaza afgekeurd wordt, dat de academie volledige transparantie geeft over de investeerders, donaties en andere partners waar ze mee werkt en samenwerkingen met Israëlische instituten en bedrijven die mensenrechten schenden openbaar maakt en stopzet.

Op de dag dat ik de afstudeertentoonstelling van de HKU MAFAbezoek is er een pro-Palestijnse actiedag is tegen het beleid van de academie

Naomi de Bruijn
Naomi de Bruijn

Dat verklaart misschien waar de studenten en bezoekers zijn. Voor een echte ervaring van haar werk had ik bij de actie moeten zijn, vermoed ik.

De vraag die De Bruijn centraal stelt in haar werk is namelijk hoe je de taal van protest naar kunst kunt vertalen (en vice versa: hoe je kunstenaars tot activisten maakt). Zo onderzoekt ze in een kleine zine de rol van de megafoon in protesten en daarbuiten. Hoe verandert die rol bijvoorbeeld als een megafoon wordt vastgehouden door een politieagent? Later op de dag komen inderdaad een aantal studenten terug van de actiedag. Tussen de flyers en boekjes wordt dan een megafoon teruggezet. Passief en machteloos.

Ook in Sean Ali Wangs werk Prato Trio speelt de notie van protest een rol. Hij maakte een driedelige video-installatie over de Italiaanse stad Prato, die over een van de grootste textielindustrieën in Europa beschikt. In de jaren negentig verhuisden veel Chinese immigranten naar deze stad. Onder hen zijn er nu veel eigenaars van grote textielfabrieken, die geregeld Pakistaanse werkers in dienst nemen om het arbeidstekort te vullen. De Chineze zelf in Prato willen het werk niet meer doen.

Wang maakte met gerecyclede stof uit Prato drie videoschermen, waarop de verschillende gemeenschappen uit Prato worden gevolgd: links de Italiaanse gemeenschap gevolgd, die actie voert. Op het witte doek met scheuren worden protesten in Prato getoond. Borden met ‘Basta Mafia’ en Palestijnse vlaggen worden onder begeleiding van de ‘Bella Ciao’ onderdeel van een soort protestlandschap.

In het midden de Chinese gemeenschap, die veel van de cultuur uit eigen land probeert vast te houden, zoals onder meer blijkt uit een eindeloze stoet draken tijden Chinees Nieuwjaar. Rechts op het doek gemaakt van witte bloesjes zit een Pakistaanse man achter een naaimachine, de enige die nog werkt in Prato, zo lijkt. Hij draagt een pet met een Italiaanse vlag. Op de achtergrond is een Chinese versie van de ‘Bella Ciao’ te horen. In het werk zijn de drie gemeenschappen onderdeel van een complex weefsel, dat Prato presenteert als een metafoor voor zoveel steden waar verschillende gemeenschappen van rollen wisselen en veranderen en zo telkens een nieuw landschap vormen.

Met hun kunstwerken bevragen de afstuderende kunstenaars niet enkel wie zijzelf zijn, maar ook wat een kunstenaar nou eigenlijk is, en waar een artistiek proces uit bestaat

Sommige studenten zoeken het politieke meer op in persoonlijke verhalen en culturele tradities, zoals Fatemeh Asiri. In de installatie My Mother Made Me Die Out of Love onderzoekt Asiri misogynie en kindhuwelijken in een specifieke regio in Iran. Op een muur wordt een video geprojecteerd die laat zien hoe vrouwenhanden een pop maken, van overgebleven stukken textiel en draad. Voor de video staan diezelfde soort poppen op de grond, gemaakt door Asiri’s vrienden, familie, klasgenoten en zijzelf. De ambacht van het pop maken wordt vaak van moeder op dochter doorgegeven, vertelt Asiri, net zoals veel andere misogyne tradities. Waar het maken van zo’n pop misschien onschuldig lijkt, zit er veel religie, geschiedenis en onderdrukking in verscholen. Door deze traditie te verplaatsen naar een nieuwe context, waarin zijzelf en anderen de poppen maken, hoopt Asiri te tonen hoe deze traditie een potentie tot verandering in zich draagt. Door kleine barstjes in zulke schadelijke verhalen aan te brengen, worden grotere tradities hopelijk ook wat onstabieler.

Athina Koutsiou hoopt in haar installatie ook barstjes aan de brengen in heersende verhalen. Zij focust op mentale gezondheid. Angst en depressie worden omgetoverd tot materie: een boom gemaakt van plakband staat onzeker in de ruimte, op de grond liggen twee maskers met angstige uitdrukkingen en op de muren hangen tekeningen en gedichtjes die doen denker aan dagboekgedachtes. Ze tonen hoe niet-weten en verdwalen niet per se problemen zijn die opgelost moeten worden: soms kun je je het beste overgeven aan de onzekerheid.

In haar installatie probeert Özoğul haar fysieke ervaring van het lezen en schrijven van een tekst over te brengen

Öykü Özoğul onderzoekt hoe ze ‘met en bij’ tekst kan blijven: door te schrijven, geef je een onbewust gedeelte van jezelf bloot, zegt ze. In haar installatie probeert Özoğul haar fysieke ervaring van het lezen en schrijven van een tekst over te brengen. Een ventilator staat op een stapel boeken over grenzen en emoties. Op een kastje liggen korte tekstjes in het Turks, potloden en notitieboeken. Het is alsof haar schrijfproces en haar inspiratiebronnen letterlijk open en bloot op een tafel zijn neergelegd. Het is een poging om dichterbij haarzelf te komen en voor ons om dichterbij ‘de tekst’ te komen, wat die tekst dan ook mag wezen.

Met hun kunstwerken bevragen de afstuderende kunstenaars niet enkel wie zijzelf zijn, maar ook wat een kunstenaar nou eigenlijk is, en waar een artistiek proces uit bestaat. Vragen die belangrijk en noodzakelijk zijn – vooral voor net afgestudeerde kunstenaars.

Kunstwerken van de afstudeerders zijn nog t/m 29 juni te zien bij BAK in Utrecht

IN AUGUSTUS VERSCHIJNT WEER HET JAARLIJKSE MAGAZINE METROPOLIS M EINDEXAMENS MET PORTRETTEN VAN 70 AFSTUDEERDERS.

ALS JE JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT HEB JE HET BIJTIJDS IN HUIS. MAIL JE NAAM EN ADRES NAAR [email protected] OVV JAARABONNEMENT(STUDENTEN PROFITEREN VAN FORSE KORTING)

Stella Kummer

is schrijver en redacteur bij tijdschrift Simulacrum

Gerelateerd

Recente artikelen