metropolis m

Kevin Osepa, Lusgarda, 2025. Video still met dank aan de kunstenaar.

Vanmiddag maakt de jury bekend wie de Prix de Rome Beeldende Kunst 2025 wint.[1] De stimuleringsprijs van €60.000 voor beeldend kunstenaars uit Nederland en het Caribische deel van het Koninkrijk, wordt voor het vierde jaar op rij in het Stedelijk gepresenteerd. Dit jaar zijn Fiona Lutjenhuis, Kevin Osepa, Thierry Oussou en Buhlebezwe Siwani genomineerd. Zij creëerden speciaal voor deze editie nieuw werk, samengebracht in een groepstentoonstelling die tot en met 13 maart 2026 te zien is. 

Sinds Lodewijk Napoleon de Prix de Rome in 1808 in het Koninkrijk Holland introduceerde om de kunsten te bevorderen, heeft de prijs talrijke hervormingen ondergaan. De prijs bood opkomende kunstenaars aanvankelijk de mogelijkheid om vier jaar in Rome te verblijven, toen beschouwd als het Europese kunstcentrum, om er de klassieke kunst te bestuderen. Tegenwoordig bestaat de prijs niet langer uit een verblijf in Rome, maar uit een bedrag van €60.000 voor de ontwikkeling van de artistieke praktijk.

Maar belangrijker dan de veranderende invulling van de prijs zijn de voorwaarden, die door de decennia heen ook meerdere malen werden aangepast, met name in recente jaren. Lange tijd stond de Prix de Rome bekend als een stimuleringsprijs voor kunstenaars onder de 35 jaar; later werd deze grens opgerekt naar 40. Sinds 2024 heeft het Mondriaan Fonds, dat sinds 2004 verantwoordelijk is voor de toekenning, echter besloten de leeftijdsgrens geheel te laten vervallen.

De hervormingen gingen verder met het afscheid van het systeem van werkplan inzendingen. Eelco van der Lingen, directeur van het Mondriaan Fonds, vertelt tijdens de press preview dat er sinds deze editie niet langer wordt gewerkt met scouts of aanmeldingen. Daarvoor in de plaats is een samengestelde vijfkoppige jury gekomen, die een jaar lang tentoonstellingen bezoekt en vervolgens een shortlist van vier genomineerden samenstelt.

Maar door zo’n procedure te hanteren, raakt de stimuleringsprijs een stap verder verwijderd van de jonge, nog opkomende kunstenaar. Waar Van der Lingen benadrukt dat ‘het mooi is dat de eerste selectie niet door de jury wordt gedaan maar door alle kunstinstellingen en podia, die daarmee laten zien hoe belangrijk zij zijn,’ zou evengoed gesteld kunnen worden dat dit mechanisme op een bepaald niveau juist (gedeeltelijke) uitsluiting in de hand werkt. Alleen kunstenaars die al zijn doorgedrongen tot de zalen van musea komen in aanmerking om geselecteerd te worden, en dan ook nog uitsluitend wanneer zij in het betreffende jaar hebben geëxposeerd.

De jury koos dit jaar voor kunstenaars die zich vooralsnog overwegend in gevestigde kringen lijken te bewegen. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, Rein Wolf, vertelt dat het werk van Siwani en Osepa al geruime tijd deel uitmaakt van de collectie van het museum. Ook Oussou en Lutjenhuis zijn al flink bezig hun weg te vinden; het afgelopen jaar exposeerden ze in tal van musea en kunstruimtes. Dat moet ook wel, want zonder deze zichtbaarheid zouden ze logischerwijs nooit genomineerd zijn. Interessant is ook dat hoewel er geen leeftijdsgrens meer wordt gehanteerd, de voorkeur nog steeds uitgaat naar kunstenaars in de dertig, wat wellicht ook met de structuur te maken heeft.

Deze zaken lijken niet van invloed geweest op de kunstenaars die dit jaar zijn uitgenodigd werk te produceren voor de beslissende presentatie in het Stedelijk. De kunstenaars tonen zich sterk geëngageerd en zetten urgente sociaal-maatschappelijke kwesties overtuigend op de kaart. Het zijn grote installaties die de bezoeker zich klein laat voelen, maar ook bewust maakt van diens potentiële kracht om bij te dragen aan verandering.

Alleen kunstenaars die al zijn doorgedrongen tot de zalen van musea komen in aanmerking om geselecteerd te worden, en dan ook nog uitsluitend wanneer zij in het betreffende jaar hebben geëxposeerd.

Voor: Buhlebezwe Siwani, iNkanuko, 1652, 2025. Mixed media-installatie met vlag en video’s (kleur, geluid, 52 min., 03 sec.) met dank aan de kunstenaar. Achter: Fiona Lutjenhuis, The Shell of Life, 2025. Mixed media-installatie met beschilderde panelen, gemeubileerd poppenhuis en geluid met dank aan de kunstenaars en Galerie Fleur & Wouter. Foto: Peter Tijhuis

Buhlebezwe Siwani – iNanuko, 1652

Buhlebezwe Siwani opent de tentoonstelling met een krachtig statement: een enorme Nederlandse vlag die hoog in de ruimte die, als bevroren in de tijd, lijkt te wapperen. In haar installatie iNkanuko, 1652 (2025) belicht Siwani het verhaal van de Nederlandse kolonist Jan van Riebeeck, die in 1652 namens de VOC de Nederlandse Prinsenvlag op Zuid-Afrikaanse grond plantte en daarmee de Kaapkolonie uitriep. Het is een verhaal dat diep verankerd ligt in de gedeelde geschiedenis van Nederland en Zuid-Afrika, hun relatie definieert en tot op heden kleurt.

In beide landen zijn de gevolgen van deze daad van onderdrukking, dominantie en zelfzuchtige toe-eigening nog altijd zichtbaar en voelbaar, al worden ze vanuit de twee landen op een eigen manier vaak belicht.

De vlag geeft zijn verhaal niet direct vrij. Pas als je de subtiele geborduurde voorstelling ontdekt, zie je hoe Van Riebeeck zelf uitgebeeld, met de vlag in zijn hand, vol trots, en omringd door bewonderende mede kolonisten. Hij kijkt neer op de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika.

Een historische scène die, ondanks de datering, met in het achterhoofd de recente extreemrechtse protesten op het Malieveld, waarbij er flink gezwaaid is met de Prinsenvlag, pijnlijk actueel aanvoelt. Siwani’s werk dwingt zo tot reflectie op het verleden en op de manieren waarop deze zich vandaag, in soms slechts iets andere gedaante, blijft herhalen.

In dezelfde installatie wordt deze zeer actuele continuïteit aan gebrek aan solidariteit en wederhoor verder uitgediept via videoschermen die in een halve cirkel zijn opgesteld, waarin Zuid-Afrikanen vertellen hoe Van Riebeecks aankomst in hun schoolboeken vaak als ‘het begin’ van de geschiedenis wordt gepresenteerd: een fundamenteel onjuiste stelling, aangezien de regio al minstens 25.000 jaar bewoond is.

Het is deze vorm van hervertelling en herclaiming van een geschiedenis die lang door anderen is opgelegd, die het werk voor mij maakt tot een van de meer urgente werken in de tentoonstelling.

Buhlebezwe Siwani, iNkanuko 1652, 2025. Video still met Kevin Dube
Buhlebezwe Siwani, iNkanuko 1652, 2025. Video still met Boitumelo Seane

Fiona Lutjenhuis – The Shell of Life

In dezelfde grote ruimte staat het autobiografische werk van Fiona Lutjenhuis. The Shell of Life (2025) toont een poppenhuis, gebaseerd op het exemplaar waar zij als kind haar toevlucht zocht. Voor Lutjenhuis, opgegroeid in een sekte die geloofde in buitenaards leven, telepathie en UFO’s, was het poppenhuis veel meer dan speelgoed: het bood een mentale ontsnappingsroute uit een moeilijke thuissituatie. In haar videoportret vertelt zij hoe ze als kind voor het slapen gaan oefende om zichzelf weg te denken: ‘Ik begon bij het wegdenken van elke kamer in het poppenhuis en dan het poppenhuis zelf. Dan mijn slaapkamer, ons huis, de wijk, de provincie, Nederland, en dan bijvoorbeeld de maan, Mercurius, de zon. Ik ging elke planeet af totdat ons sterrenstelsel weg was.’

Deze ‘oefening’ maakte Lutjenhuis tastbaar in beschilderde panelen die als draaideuren in een cirkel om het poppenhuis staan, als een beschermende schil. Daarop zijn natuurverschijnselen zoals slakjes, planeten en landschappen geschilderd. Ze zijn niet zo zeer natuurgetrouw weergegeven, maar eerder fantasierijk van aard.

Toch komt de fascinatie die Lutjenhuis’ oefening oproept niet volledig tot leven in deze installatie. De schilderingen spelen met perspectief en realiteit, maar benutten de kracht van het verbeeldingsvermogen om de werkelijkheid te vervormen of te verzachten slechts gedeeltelijk.

Thierry Oussou – White Gold: Crossing the Atlantic, 2025

In strak georganiseerde rijen, in een labyrintachtige opstelling van WEBI-katoenbalen, omringd door schilderijen waarop arbeiders op het land zijn afgebeeld, presenteert Oussou zijn installatie White Gold: Crossing the Atlantic (2015). Het werk vertelt een verhaal over arbeid, zichtbaarheid en de ongelijkheden die daarmee gepaard gaan. Voor Oussou fungeert katoen als een beladen symbool, nauw verbonden met de koloniale driehoekshandel die in de zestiende eeuw begon en tot op heden doorwerkt.

Enige documentatiestukken die aan de muur hangen geven inzicht in de lange reis die deze katoenbalen vanuit Benin naar de prestigieuze vloer van het Stedelijk hebben gemaakt. Maar het voelt erg gecureerd, te netjes, te precies. Alsof er sommige onderdelen van het werkproces missen. Juist deze elementen hadden kunnen bijdragen aan een verhaal over de onethische praktijken die vaak op ongemakkelijke manieren plaatsvinden. Deze keerzijde had extra context en ondersteuning kunnen bieden.

Voor: Thierry Oussou, White Gold: Crossing the Atlantic, 2025. Sculptuur van WEBI katoenbalen met dank aan de kunstenaar. Achter: Thierry Oussou, Worker, optic fiber and shovel, 2025. Mixed media op papier met dank aan de kunstenaar. Foto: Peter Tijhuis

Kevin Osepa – Lusgarda (2025)

De tentoonstelling eindigt met de installatie Lusgarda (2025) van Kevin Osepa.[2] In een smalle ruimte hangen tafellakens, handdoeken en andere rechthoekige textielstukken te drogen. De ruimte, een simulatie van een Curaçaos huis, is verder gevuld met keuken- en kamermeubels zoals teiltjes, stoelen en wanddressoirs, die op hun beurt weer zijn versierd met snuisterijen, foto’s en religieuze objecten: een tarotkaart steekt in de rand van een spiegel, een nog nasmeulende palo santo-staaf ligt op een schoteltje, en Maria-beeldjes staan rondom een klein zelfgemaakt altaartje op de met Portugese tegels belegde vloer. Het geheel voelt nonchalant en tegelijkertijd zorgvuldig gecureerd, precies zoals alleen iemand in zijn eigen huis kan doen. De secuurheid van deze objecten prikkelt de verbeelding op een manier waarin Osepa zichzelf lijkt te overtreffen.

Aan het einde van deze opstelling betreedt men een donkere, gedimd verlichte ruimte. Het is even lastig scherp te stellen wat er precies gaande is. In deze kamer, omhuld door donkerbruine, glanzende gordijnen, speelt een video af. De tribune ervoor lijkt al grotendeels bezet: figuren zitten ineengedoken op de banken, hun hoofd in hun handen; anderen liggen tegen elkaar aan, alsof ze steun zoeken. Zacht gehum en scherpe kreten van verdriet vullen de ruimte, en het gevoel dat ik iets intiems onderbreek bekruipt me onmiddellijk.

Na een paar seconden stelt mijn blik zich scherp, en zie ik dat de figuren poppen zijn. Tussen hen nemen bezoekers, zoals ik, plaats. Samen kijken we naar intens en rauw beeldmateriaal van een Ocho Dia-ceremonie. Osepa legt in het videoportret aan het begin van de tentoonstlling uit dat dit een negen dagen durend Curaçaos ritueel is bij het overlijden van iemand, waarin familie en vrienden de geest van de overledene uit huis begeleiden naar het hiernamaals. Het werk biedt een uiterst persoonlijk en zeldzaam inkijkje in een verdwijnend ritueel dat zowel individueel als collectief rouwen ruimte geeft.

De video eindigt met vrouwen die rouwliederen zingen: zacht, dan opbouwend tot een crescendo, waarna het abrupt wegvalt en van verschillende kanten door de ruimte sereen nagalmt. Wat achterblijft is hetzelfde gevoel dat je na elk moment van rouw overhoudt. Of het nou dat van jezelf of van een ander is. Het is een gevoel dat aan je blijft kleven. Osepa presenteert hiermee niet alleen een krachtig document van een Afro-Caribisch ritueel, maar ook een meeslepend slotakkoord van deze groepstentoonstelling.

Kevin Osepa, Lusgarda, 2025. Video still met dank aan de kunstenaar.

Het mag duidelijk zijn dat de jury dit jaar heeft gekozen voor een selectie kunstenaars met een sterk politiek engagement. De blijvende impact van het kolonialisme wordt door zowel Osepa, Siwani en Oussou treffend aangekaart; hun werk legt hedendaagse ongelijkheden bloot en fungeert als protest tegen dominante narratieven, terwijl het uitnodigt tot een hervertelling van de geschiedenis.

Agency is hierin het sleutelwoord: alle kunstenaars creëren via eigen, authentieke rituelen manieren om identiteit en geheugen (gevormd door trauma) collectief te laten helen. Niet om het verleden te vergeten, maar als herinnering aan hoe een betere toekomst eruit kan zien. Alle werken tonen een gelaagdheid van tijd en perspectief op maatschappelijke misstanden, op micro- of macroschaal, die enkel kan voortkomen uit diepgravend onderzoek. Maar voor mij is het het werk van Osepa dat het meest overtuigend deze sensatie van agency op een meerduidige, gelaagde manier weet te vangen.

[1]: Jury en selectie
De jury van de Prix de Rome Beeldende Kunst 2025 bestaat uit: Colin Huizing (zelfstandig curator), Imara Limon (hoofd conservatoren Amsterdam Museum), Rita Ouédraogo (co-founding curator Buro Stedelijk, onderzoeker en schrijver), Wilma Sütö (conservator moderne en hedendaagse kunst Dordrechts Museum), Joep Vossebeld (curator Odapark Venray en schrijver) en Eelco van der Lingen (directeur Mondriaan Fonds) als voorzitter zonder stemrecht.

[2]: The Belly of Momo
Wie meer van Osepa wil zien, kan tot 8 januari The Belly of Momo bezoeken in de Central Space van Buro Stedelijk, waarin hij onderzoekt hoe de (onder)buik tegengestelde krachten kan dragen. Hierin bestaan rouw en vreugde naast elkaar en beiden dragen de resonantie van onze voorouders.

De Prix de Rome is tot en met 15 maart te bezoeken bij het Stedelijk Museum Amsterdam

Karmen Samson

is modebeoefenaar en onderzoeker met interesses in materiële cultuur en museologie

Gerelateerd

Recente artikelen